Pieter oreert…

voor de sozial freischwebende Intelligenz

Naar een gezond begrotingsbeleid

In 2012, toen wel al diep in een economische crisis zaten, pleitten veel vooraanstaande en minder vooraanstaande economen ervoor dat de overheid zou investeren in het aanjagen van de economie, naar de inzichten van de econoom John Maynard Keynes. In dat jaar betoogde ik dat dit niet wenselijk was, omdat de theorie van Keynes volgens mij alleen kan werken indien die niet half maar volledig wordt toegepast.

Vandaag las ik op Volkskrant.nl een artikel van Koen Hagens, waarin terecht de conclusie wordt getrokken, net als ik destijds deed, dat het zo goed als onmogelijk is om de switch te maken naar een zogenaamd anticyclisch economisch- en begrotingsbeleid. Nu geeft de overheid geld uit in slechte tijden, en nog meer geld in goede tijden, terwijl de pieken en dalen in de economie beter opgevangen zouden kunnen worden als we het omkeren. Maar omdat we het in het verleden steeds verkeerd hebben gedaan, worden we min of meer gedwongen om het verkeerd te blijven doen: als we te veel geld uitgeven in goede tijden en niet iets opzij leggen, dan moeten we in slechte tijden wel de broekriem aanhalen. Om daarna weer veel geld uit te geven om achterstallig onderhoud te plegen. Over dat plegen van achterstallig onderhoud zegt het CPB trouwens dat dit voor 0,8% bijdraagt aan de groei van de economie, dus eigenlijk staan we er helemaal niet zo goed voor als we denken.

Hagens merkt terecht op dat zuinig begrotingsbeleid in goede jaren politiek slecht verkoopbaar is. Nou wil ik daar graag aan toevoegen dat politici ook totaal geen moeite doen om een Keynesiaans begrotingsbeleid te verkopen. Ik bedoel, dat idee is al 2500 jaar geleden voor het eerst geopperd in het Bijbelboek Genesis, maar blijkbaar zijn mensen hardleers, hebberig als ze zijn, en gericht op de korte termijn. Politici zijn niet de enige schuldigen, u en ik zijn het minstens zo erg, omdat we ons verstand niet gebruiken, en geneigd zijn om naar onze onderbuikgevoelens te leven. IK-ALLES-NU. Dat weten politici, en om gekozen te worden praten ze ons naar de mond.

De vraag is, hoe doorbreken we de patronen: het patroon dat u en ik niet verder denken dan onze neuzen lang zijn, daardoor verkeerd geïnformeerd zijn en beslissingen nemen die op lange termijn slecht uitpakken? En het patroon dat in het verleden gemaakte fouten ons feitelijk dwingen de cyclus van economisch hoogtij gevolgd door crisis te herhalen?

Het eerste patroon is het moeilijkste te doorbreken. Niet alleen wil het gemiddelde individu steeds meer en steeds beter, het is vooral een kwestie van cultuur en geloof: die schrijven voor dat we móeten geloven in steeds meer en beter. Dat soort zaken veranderen laat zich moeilijk sturen, en ik zal hier dan ook geen voorstellen doen. Het enige wat ik kan doen is, net als anderen, prediken waarin ik geloof, en hopen dat dit wordt opgepikt en doorverteld, en dat individuele mensen er ook daadwerkelijk naar gaan handelen; kortom, dat onze cultuur verandert. Dan heb ik het overigens nog niet gehad over het feit dat er een select groepje mensen is die voordeel haalt uit deze situatie, en die ‘het volk’ zo bespeelt dat de huidige situatie kan blijven voortbestaan.

Het tweede patroon is gemakkelijker oplosbaar, op voorwaarde dat patroon nummer 1 uit de weg geruimd wordt. Per decreet en met onmiddellijke ingang overgaan op anticyclisch, Keynesiaans beleid is niet mogelijk, maar het kan wel geleidelijk. Wat ik zelf zou doen als ik het voor het zeggen had, is het zó aanpassen van de grondwet dat daarin beperkingen worden gesteld aan het begrotingstekort van de overheid in absolute termen (nu wordt het begrotingstekort vaak nog uitgedrukt ten opzichte van het bruto binnenlands product). Ik zou bijvoorbeeld vastleggen dat het feitelijk voortschrijdend begrotingstekort over -pak ‘m beet- de afgelopen 14 jaar maximaal 0 euro zou moeten zijn (dus niet 0%, maar echt 0 euro, waarbij we in praktijk natuurlijk niet kijken op een miljoen meer of minder, en ook nemen we hier het voortschrijdend totaal, want bij een voortschrijdend gemiddelde zou er ruimte zijn voor procyclisch beleid). Bovendien moet dit voor de rechter door iedere Nederlander afgedwongen kunnen worden, want nu kan alleen de Tweede kamer bepalen of overheidsbeleid al dan niet strijdig is met de grondwet.

De keuze voor een absoluut bedrag in plaats van een percentage maakt creatief boekhouden lastig. (Voor de wat meer technisch onderlegden: op deze wijze blijft de staatsschuld in absolute bedragen redelijk stabiel, waardoor de staatsschuld relatief gezien, als percentage van het BBP, op termijn afneemt, en ook de rente die we op schuld betalen relatief afneemt). Dit idee kan je wellicht niet van vandaag op morgen invoeren, maar je kunt in diezelfde grondwet ook een overgangsperiode inbouwen.

Maar zoals ik al zei, is het zeer onwaarschijnlijk dat we ooit op een anticyclisch beleid uitkomen. Alleen u, als burger, kunt dan nog iets doen, maar alleen voor uzelf en uw naasten. Door geld opzij te leggen in goede tijden, zodat u niet op een houtje hoeft te bijten in slechte tijden, of erger, in financiële problemen komt als het u tegen zit. Als u werkloos raakt tijdens een crisis, koopt u met uw spaargeld tijd om maatregelen te treffen. Heeft u geen of onvoldoende spaargeld, dan wordt het een kwestie van overleven en het ene gat vullen met het andere, met gevolgen op de lange termijn die u niet kunt overzien. Om maar iets te noemen: uw kinderen kunnen een achterstand oplopen die ze de rest van hun leven niet meer inhalen.

Mijn persoonlijke motto: ik keer elk dubbeltje om op het moment dat het eigenlijk niet hoeft, zodat ik geen dubbeltjes hoef om te keren op het moment dat het wél zou moeten. Dan heb je, zelfs met een bescheiden inkomen van een hulpkok zoals ik, een goede nachtrust.

Sturmabteilung

“Hitler is the commonest little swine I have ever encountered.”   – Neville Chamberlain

Laat ik er maar ronduit voor uitkomen: naast alle wetenschappelijk gevalideerd kennis op het gebied van gedrags- en maatschappijwetenschappen, geloof ik ook in een obscure theorie die balanceert op het randje van persoonlijkheidspsychologie en sociologie, afkomstig uit wat vroeger het westen van de Sovjet Unie was. Sommigen zien die theorie als protowetenschap, anderen zouden op diplomatieke wijze zeggen dat zulke theorieën onder het kopje ‘controversiële kennis’ valt. Derden stellen ronduit dat het gaat om pseudowetenschap die verklaard kan worden middels het Forer-Effect.

Hoe deze theorie heet of wat deze theorie beweert, is voor u als lezer niet relevant. Wat voor mij persoonlijk relevant is, is dat ik met deze theorie, in samenhang met andere theorieën en modellen uit de gammawetenschappen, redelijke voorspellingen kan doen over het gedrag van andere mensen, snel inzicht heb in de essenties van hun denken en doen. Ik werk als kok voor een uitzendbureau op diverse locaties, en kan over het algemeen al bij binnenkomst op een voor mij nieuwe locatie aan de gezichten en de lichaamstaal van de medewerkers in een oogopslag zien in hoeverre ik met die mensen goed door één deur kan. Dit helemaal los van bijvoorbeeld de sociale klassen waaruit mensen afkomstig zijn, of wat hun etniciteit is. Zo zijn er chef koks die mij, kok met twee linkerhanden, graag zien komen, niet snappend dat zij mij niet waarderen omdat ik zo’n goede medewerker zou zijn, maar voornamelijk omdat we psychologisch op één lijn zitten. If you dislike someone, the way they hold their spoon can enrage you. But if you like someone, they can spill a bowl of soup into you lap and you won’t mind…

Datzelfde antipositivistische talent zorgt ervoor dat wat er nu in Amerika gebeurt met Donald Trump en de club die om hem heen staat, mij helemaal niets verbaast! Trump is gewoon het achterneefje van Benito Mussolini. Iemand die de wereld ziet in termen van machtsverhoudingen, en dan voornamelijk fysieke machtsverhoudingen. Zijn talent is dat hij in één oogopslag kan inschatten, hoe veel druk (fysiek dan wel sociaal) een ander op zijn omgeving kan uitoefenen en hoe vatbaar de omgeving is voor de druk die hij er zelf op uitoefent. Iemand die wilskracht, psychologische druk en intimidatie, en desnoods fysiek geweld, als voornaamste middelen ziet om zijn doelen te realiseren, en goed is in het doseren van die middelen. Het hoofddoel is het veroveren en uitbreiden van fysiek territorium, want alles in zijn territorium valt hem automatisch toe. De keerzijde van deze medaille is dat hij zwak is in waar ik sterk in ben. Mijn vermogen om in een oogopslag een gedifferentieerde karakterschets van andere mensen te maken, of andere sociale fenomenen, krijgt bij mensen als Trump een pathologisch karakter: de niet-tastbare aspecten van de -sociale- werkelijkheid worden door hem slecht waargenomen en daardoor in paranoïde en fantastische termen geduid (net zoals zijn sterke kant mijn zwakke punt is; ik kan psychisch en fysiek geweld alleen in zwart-wit dosering toepassen, gelukkig is er slechts een handjevol mensen dat dit ondervonden heeft). Hij is wellicht geen ideologische fascist, maar hij is beslist fascistisch in zijn psychologie. Net zoals veel van zijn kiezers de facto fascisten zijn, egocentrische mensen, met paranoïde ideeën, bang dat anderen hen een poot uitdraaien, niet inziend dat het hun eigen drijfveer is om anderen een poot uit te draaien. Mensen die willen krijgen en niet terug willen geven. “Ik-Alles-Nu”. Voor zulke mensen bouwde Hitler goede Autobahnen, liet Mussolini de treinen op tijd rijden. Zal Trump Amerika weer groots maken.

Wat ik dan wel weer grappig vind is dat er hele horden mensen zijn die denken dat je bij types als Hitler, Mussolini en Trump met praten iets bereikt. Dat je iets bereikt met argumenten en feiten, door hun overduidelijke leugens voor het voetlicht te brengen. Praten zien de Trumps van deze wereld als zwakte, als iets dat aangevallen kan worden, en aanvallen, dat is wat ze het liefste doen, geen grotere glorie dan dat. Het beste wat Europa nu kan doen, is weglopen van alle onderhandelingstafels en niet meer terugkeren voordat de Amerikanen weer een leider hebben met enig respect voor de rechtsstaat. Want geef Trump één vinger, en hij neemt niet je hele hand, maar je hele lijf, en als dat gemakkelijk afgaat, ook nog dat van je vrouw en je kinderen. Maar ik denk dat het nog heel lang duurt eer West Europa zich realiseert dat je niet de geit én de kool kunt sparen.

Zo’n twee jaar geleden stond ik in de supermarkt waar dikke rijen zich voor de kassa hadden gevormd. In één ervan stond een aso met zijn zoontje te mopperen dat het hem niet snel genoeg ging, op een brutaal-verontwaardige toon roepend “drie in de rij, kassa erbij!”, want hij liet zich natuurlijk niet naaien door zulke schofterige service van de goedkoopste supermarkt van het land. Toen er een medewerker kwam met de mededeling dat de eerstvolgende zich bij kassa 5 mocht melden, stoof hij erheen, klanten passerend die eigenlijk eerder dan hijzelf aan de beurt waren. Het is dit soort persoonlijkheid dat zich het sterkst aangetrokken voelt tot types als Trump, dat zichzelf op nummer één zet zonder zich te realiseren dat wederkerigheid uiteindelijk toch het langst duurt. Deze winkelende man had die dag de slag gewonnen, maar heeft zich niet gerealiseerd dat hij de oorlog van het leven verloren heeft, omdat wederkerig handelende mensen doorgaans mensen zoals hij zullen gaan mijden. Hij zal uiteindelijk nooit de vruchten van hun wederkerigheid plukken, want alleen al het bestaan van zulke vruchten zal voor hem verborgen worden gehouden. Hij zal zich dat ook nooit realiseren, overtuigd als hij is van zijn eigen gelijk en de inherente slechtheid van andere mensen, vooral die mensen die het beter hebben, of lijken te hebben, dan hijzelf. Daarom kijkt hij naar TV series die zijn wereldbeeld bevestigen, zoals politieseries die zich afspelen in Amsterdam of Maastricht, waarin in één tv-seizoen meer moorden worden gepleegd dat in het echte Amsterdam of Maastricht in een heel jaar. Of naar films die bol staan van gewelddadige confrontaties tussen goede en kwade machten, want “zo zit der wereld nu eenmaal in elkaar”.

Het ligt voor de hand dat zulke types, die bijzonder veel bewondering hebben voor mensen als Trump, nu voelen dat hun tijd gekomen is en zich zullen organiseren, in formele groepen, of in groepen die materieel niet aan te wijzen zijn, maar sociologisch toch als zodanig functioneren. Zo las ik eerder deze week over Bikers for Trump, motorrijders die zeggen Trump door dik en dun te willen steunen. Mensen die hun kans ruiken, die aanvoelen dat onder Trump hun grensoverschrijdend gedrag geen strobreed in de weg zal worden gelegd. Je moet wel ontzettende oogkleppen ophebben om niet te zien dat dit een soort Sturmabteilung in de maak is. Een van de vele. Die kan Trump in de toekomst mooi benutten in het spel zijn tegenstanders voortdurend te provoceren, zodat hij zich op een opportuun moment het recht kan aanmatigen de tweede klap uit te delen, desnoods door te liegen dat de tegenstander als eerste geweld gebruikte.

Jaren terug, toen de crisis net begonnen was, kreeg ik tijdens een etentje bij een vriendin een zeer hoog oplopende discussie met haar. Zij meende dat de crisis met een jaar of twee wel weer voorbij zou zijn, ik beweerde dat wereldwijd steeds meer mensen in het nauw gedreven worden, en dat dit uiteindelijk tot niets anders kon leiden dan tot revoluties en oorlogen. De economische crisis was mijns inziens niet een tijdelijk dipje, maar het begin van alle ellende. Mijn ideeën werden uitgemaakt voor klinkklare onzin, ik moest me vooral niet inbeelden dat ik de wijsheid in pacht had.

Maar tot op heden lopen de zaken zoals ik verwacht had. We hadden al Al Qaida. Velen denken dat het hier gaat om middeleeuwse barbaren die het moderne licht nog niet hebben gezien, maar Al Qaida is juist een postmodern fenomeen, sociologisch duidbaar als een verworvenheid van de politiek losgeslagen massa die in opstand komt tegen de burgerlijk-kapitalistische maatschappelijke ordening. Daar zijn ISIS in Syrië, Poetin in Rusland, Erdogan in turkije, Szydło in Polen, Orban in Hongarije, Duterte in de Filippijpen, Brexit, en Trump bijgekomen. Straks wellicht Le Pen, Wilders en wie weet wie allemaal nog meer. Waar dit onvermijdelijk toe leidt? Op sociologische schaal zien we hier niets minder dan het gedrag van groepen (en niet zozeer van individuele mensen) die zich voorbereiden op gewelddadige confrontaties, alhoewel individuen in die groepen zich daar waarschijnlijk helemaal niet van bewust zijn. Met salamitactieken worden mensen langzaam maar zeker gereed gemaakt, maar zullen zich pas realiseren waarin ze verzeild zijn geraakt als het al veel te laat is om zich er nog aan te kunnen onttrekken. De sociale werkelijkheid heeft zo zijn eigen mechanismen en regels, los van het denken en doen van individuele mensen. Het is niet vijf voor twaalf, maar vijf over! De schaamteloze leugens over de bezoekersaantallen tijdens de inauguratie van Trump, zuiver bedoeld om de pers te intimideren, vormen het bewijs. De verkiezingsretoriek voorbij.

Ik meen me een interview met de kettingrokende Helmut Schmidt te herinneren waarin hij zei, of iemand citeerde, dat als de VS niet meer democratisch zijn, de westerse democratie voorbij is. Daarmee bedoelde hij natuurlijk de liberal democracy, de rechtsstaat. Wel, het machtigste land ter wereld heeft nu een president die totaal een broertje dood heeft aan de rechtsstaat, aan de cultuur van de liberale democratie. Nu lees ik commentaren die erop wijzen dat er nog voldoende institutionele structuren in Amerika zijn die Trump in toom kunnen houden, maar dat is niet de vraag. De vraag is in hoeverre die structuren in staat zullen zijn zich te verweren tegen al die Sturmabteilungen. Het is namelijk geen pretje als je als wetgever, wetshandhaver of journalist geconfronteerd wordt met outlaw bikers die intimiderend door je straatje in je nette buitenwijk rijden, even gas terugnemend op het moment dat ze langs je huis rijden en veelbetekenend naar je grijnzen.

Update 23 juni 2017: Wat Trump vooralsnog nog niet begrepen lijkt te hebben, snapt Erdogan blijkbaar wel:
NCTV: ‘Extreem-nationalistische Turkse organisatie richt afdeling op in Nederland’

Afbraak van de Rechtsstaat

Op mijn blog heb ik het al meerdere keren gehad over de rechtsstaat. De Partij van de Arbeid meent nu de PVV zwart te moeten maken door de PVV ervan te beschuldigen de rechtsstaat af te breken. Op zich is dat waar, maar de pot verwijt hier dat de ketel zwart is.

Formeel gesproken betekent de rechtsstaat niets anders dan dat de overheid zich op een transparante en eenduidige wijze gedraagt richting burgers. Dat er geen, of zo weinig mogelijk, sprake is van willekeur en corruptie in geledingen van de overheid. Dat is een juridische opvatting van wat de rechtsstaat inhoudt.

Ik heb op dit blog al eerder betoogd dat de rechtsstaat ook een cultuurfenomeen is, een fenomeen dat verder reikt dan alleen de gedragingen van de staat en de overheid. Het feit dat we een juridische rechtsstaat hebben, dat de overheid ons allen fatsoenlijk behandelt, is een direct uitvloeisel van het feit dat wij Nederlanders elkaar over het algemeen op een fatsoenlijke wijze willen behandelen.

Het is niet voor niets dat we op diverse indexen, opgesteld door non-profit waakhonden, hoog eindigen. Zo hoeven we op de index over rechtsstaten, de zogenaamde Rule of Law Index, slechts vier landen voor ons te dulden. Idem dito voor de Transparancy Index. Idem dito voor de rangorde van meest welvarende landen ter wereld. Je zou haast denken dat al die zaken met elkaar samenhangen.

En dat is ook zo. In al die landen die hoog scoren op de Rule of Law Index, wordt ook hoog gescoord op zaken als lage corruptiegraad en hoge welvaart. Maar dat is niet zozeer dankzij de overheid in die landen. Het is met name te danken aan de bevolking van al die landen, waar dus overwegend mensen wonen die op een faire wijze met hun medeburgers willen omgaan. Dankzij die burgers kunnen hun samenlevingen op zo’n wijze georganiseerd worden dat daaruit een juridische rechtsstaat ontstaat en gehandhaafd kan worden.

Dit is nu het punt dat ik wil maken: wij hebben in Nederland nog een relatief goede culturele rechtsstaat én juridische rechtsstaat. Met de nadruk op relatief, want wereldwijd, ook in landen die hoog scoren op de Rule of Law Index, staan de beide vormen van de rechtsstaat onder druk. Steeds meer mensen, ook in ons land, worden geconfronteerd met overheden die steeds meer rechten voor hun neuzen wegkapen. Met overheden die de samenleving zo organiseren dat burgers niet meer gezamenlijk de schouders eronder zetten, maar zich als elkaar concurrenten gaan gedragen. Die elkaar steeds meer gaan zien als wandelende zakken geld waaraan verdiend kan worden. Zonder daarbij oog te hebben voor  wederkerigheid in relaties. Vind een Diederik Samson het dan gek dat slechts twee procent van onze bevolking het klimaatprobleem als urgent ervaart? Weet u wat ondergetekende als urgent ervaart? Of hij over vijf jaar nog wel de huur kan betalen, omdat mede dankzij de PvdA de huurverhogingen in de vrije sector (de zogenaamde geliberaliseerde huursector) niet meer aan wettelijke grenzen gebonden is! Ik durf in mijn huidige huurwoning geen cent te investeren, omdat ik niet weet of ik hier over vijf jaar nog wel kan wonen. Wat boeit mij de staat van het klimaat over vijftig jaar, als ikzelf door de overheid gereduceerd wordt tot iemand die steeds meer van dag tot dag moet leven, als mij de mogelijkheid wordt ontnomen mijn leven te plannen?

Diederik Samson is exit, en terecht. Maar waar Samson een naïeve idealist met oogkleppen was, is Lodewijk Asscher een wolf in schaapskleren, die framende retoriek en ad hominem tactieken niet schuwt, al worden die verpakt in verbloemend cadeaupapier. Hij denkt de kiezer te kunnen paaien met zijn “progressief patriottisme”, maar als puntje bij paaltje komt zal ook hij, net als nu Mark Rutte (de liberale patriot), thuiskomen uit Brussel met de boodschap dat hij gevochten heeft als een leeuw, maar dat hij er helaas niet meer uit heeft kunnen halen. “Brussel” als eeuwig excuus om je handen in onschuld te kunnen wassen.

De Partij van de Arbeid heeft de afgelopen twintig jaar van harte meegewerkt aan de afbraak van de rechtsstaat. Niet de rechtsstaat in juridische zin, maar wel de rechtsstaat in culturele zin. En daarmee het kader geschapen waarin een partij als de PVV kan floreren. Als de Partij van de Arbeid de juridische rechtsstaat werkelijk zo aan het hart ligt, dan doet ze er beter aan de culturele rechtsstaat te versterken, met wetten en andere instrumenten die de burger het gevoel geven dat de toekomst een redelijke mate van zekerheid en voorspelbaarheid in zich draagt. Dat is beter dan te waarschuwen voor de PVV, omdat als er niets verandert, mensen -kiezers- geen andere keuze hebben dan op een egocentrische wijze voor zichzelf op te komen en zich aan de medemens, die van nu of die van 2065, niets gelegen te laten liggen.

De PVV bestaat dankzij de PvdA, niet ondanks de PvdA!

Snotneus

“als je maar hard genoeg werkt, dan kan het wel” zo werd je niet zo heel lang geleden geciteerd. Dat zulke tsjakka-taal anno 2016 eigenlijk niet meer kan, doet er niet toe. Als 30 jarige denk je een land te kunnen leiden in de rol van premier, en daar ook nog reële kans op te maken, dat is nog tot daar aan toe.

Maar dat er een hele partij achter je staat en ook nog een hele hoop kiezers zijn die ook in jouw narcisme trappen, zegt wat mij betreft alles over de staat waarin deze samenleving verkeert.

“Het is logisch dat de pensioenleeftijd omhooggaat”

Zomaar een citaat uit de Volkskrant:

Een voorbeeld: als mensen ouder worden, is het absurd dat ze een lange periode van hun leven ‘vakantie’ hebben. Het is logisch dat de pensioenleeftijd omhooggaat.

Dat is dus helemaal niet logisch. Het is misschien een noodzakelijk kwaad dat de pensioenleeftijd omhoog moet, maar niet logisch. Het idee dat het logisch is dat de pensioenleeftijd omhoog moet, is de dooddoener van dit decennium.

In de discussie over de pensioenleeftijd wordt er door veel mensen gegoocheld met cijfers. De meesten zijn niet van alle cijfers op de hoogte, enkelingen (bijvoorbeeld goed geïnformeerde politici) verzwijgen bewust het hele verhaal om de problematiek op een voor hun gunstige manier te framen. Daarom in dit blog even een paar puntjes op de i.

Een van de belangrijkste onderbouwingen voor de noodzaak om de pensioenleeftijd te verhogen, is dat de gemiddelde leeftijd stijgt. Dat is -technisch gesproken- waar, maar ongenuanceerd. De gemiddelde levensduur stijgt niet zozeer omdat mensen ouder worden en daardoor een veel langere oude dag hebben, maar omdat steeds minder mensen voor hun 50e levensjaar aan allerlei ongeneeslijke ziektes sterven, dankzij medische vooruitgang. Het aantal mensen dat überhaupt de respectabele leeftijd van 65 jaar haalt, die stijgt!

De gemiddelde levensduur wordt door statistici, zoals die van het Centraal Bureau voor de Statistiek, gemeten vanaf het 0e levensjaar, of vanaf het 65e levensjaar. De grap is nu dat  de levensduur die ons resteert als we eenmaal een leeftijd van 65 jaar hebben bereikt, veel minder stijgt dan dan wanneer we die meten vanaf het 0e levensjaar. Bovendien zijn veel van die cijfers waar men nu mee rekent, geen historische getallen, maar prognoses. Je moet als statisticus of beleidsmaker toch iets, maar we moeten nog afwachten of die prognoses ook uitkomen.

Waarom zouden die prognoses niet uitkomen? Laten we daarvoor eerst nog een ander aspect belichten: het is waar dat we gemiddeld steeds ouder worden, maar dat wordt de laatste decennia steeds meer veroorzaakt door medische vooruitgang. Vroeger ging je heel gemakkelijk dood aan een ziekte als kanker, tegenwoordig zijn de behandelingen zo goed dat er een redelijke overlevingskans is. Sterker nog, het is de verwachting dat in de naaste toekomst kanker niet langer een dodelijke ziekte zal zijn. Dat betekent niet dat kanker uitgeroeid zal zijn, maar dat kanker verandert van een dodelijke ziekte in een chronische ziekte. Chronische ziektes zijn kostbaarder dan dodelijke ziektes (tenminste, als we niet op slinkse wijze op creatieve wijze gaan boekhouden en gederfde opbrengsten wegens vroegtijdig overlijden op gaan voeren als kosten). Het gevolg daarvan zal zijn dat de zorgkosten enorm zullen stijgen. Het is maar de vraag hoe lang we, als samenleving,  dergelijke stijgingen kunnen dragen. De kans bestaat dat we in de toekomst behandelmogelijkheden hebben, maar dat we die niet kunnen betalen. Dan gaan mensen alsnog ‘voortijdig’ dood. het alternatief is dat we ze wel betalen, maar dan kunnen we ons geen toetje meer veroorloven tijdens de avondmaaltijd, maat alle gevolgen van dien voor de consumptieve en productieve economie, waarmee we het geld verdienen om die zorgkosten te kunnen betalen. Nu zullen er ongetwijfeld mensen opstaan om te beweren dat gezondheidszorg ook economie is, maar dergelijke lariekoek gaat bij mij het ene oor in en het andere uit.

Het is dus waar dat we gemiddeld ouder worden, maar het aantal jaren dat we doorbrengen met chronische ziektes en in als slecht ervaren gezondheid, neemt ook navenant toe. We worden niet alleen ouder, maar ook ziekelijker! Gemiddeld gesproken uiteraard, de een wordt vitaal oud, een ander zal al kwakkelend de oude dag doorstaan. Vraag is dan of we onder zulke omstandigheden nog steeds economisch productief kunnen zijn als we de pensioenleeftijd ophogen. Ik denk dat bijvoorbeeld werkgevers helemaal niet zitten te wachten op stijgende kosten door ziekteverlof, kosten die ook zullen stijgen als de pensioenleeftijd niet omhoog gaat, maar nog sterker zullen stijgen als die wel omhoog gaat. Het is dus helemaal niet logisch om de pensioenleeftijd op te hogen. Aan die logica ligt namelijk de impliciete, ondoordachte veronderstelling ten grondslag dat mensen vitaal ouder worden, in minstens gelijkblijvende gezondheid. Op basis van wat we nu weten, zal dat niet het geval zijn.

Zoals gezegd, dat wil niet zeggen dat het niet noodzakelijk is om maatregelen te treffen, want het kan goed zijn dat de oudedagsvoorziening in zijn huidige vorm onbetaalbaar wordt. Maar er zijn wellicht andere manieren om dat te ondervangen. Bijvoorbeeld door tijdens het werkzame leven meer pensioen- en AOW premies te reserveren, waar op zich uiteraard ook nadelen aan kleven. Zulke mogelijkheden worden niet onderzocht, omdat ‘het logisch is dat de pensioenleeftijd omhoog gaat’.

Interpreteren

Stel, ik loop een supermarkt binnen, loop naar de chocoladeschap, pak een reep, steek hem in mijn zak en loop zonder af te rekenen de zaak uit. Bij de uitgang word ik staande gehouden op verdenking van diefstaf. Enige tijd later moet ik voor dit vergrijp voorkomen, ik ontken de diefstal door te stellen dat die reep al in mijn zak zat voor ik de winkel binnen kwam en men dingen gezien heeft die niet hebben plaatsgevonden. Helaas, tijdens de strafzaak worden videobeelden getoond die onverbloemd mijn onrechtmatige daad in beeld brengen. Knip en klaar duidelijk bewijs die tot een veroordeling kan leiden.

Zo’n knip en klaar situatie heb je niet in het geval een politicus een -vermeende- onrechtmatige uitspraak doet, zoals “willen jullie meer of minder Marokkanen?” Je ontkomt er als rechter niet aan een interpretatie te geven van datgene wat gezegd is en welk oordeel daaraan verbonden moet worden. Zoiets wordt al snel nattevingerwerk. Ik geef een voorbeeld uit de -officiële- uitspraak in de zaak Wilders:

“De verdediging heeft aangevoerd dat de uitlatingen van verdachte op 19 maart 2014 consistent zijn met zijn al jarenlang uitgedragen standpunten, zoals ook neergelegd in de partijprogramma’s en verkiezingsprogramma’s van de PVV. Een oordeel over deze uitlatingen impliceert een politiek oordeel over het gedachtengoed van de PVV, aldus de verdediging …. De rechtbank deelt deze visie niet. In het partijprogramma of de verkiezingsprogramma’s van de PVV is dit namelijk niet terug te vinden. Als het daar of in eerdere toespraken van verdachte gaat over het “Marokkanenprobleem” dan wordt met name gedoeld op criminele Marokkanen. Deze beperking heeft verdachte in zijn speech nu juist bewust niet gemaakt. Hij heeft het over alle Marokkanen, over de hele bevolkingsgroep zonder enige nuance.” (vet door mij aangebracht)

Dit is een goed voorbeeld van hoe rechters een willekeurige interpretatie tot enige en absolute waarheid verheffen. Immers, je zou ook kunnen stellen dat gezien de eerdere uitlatingen van Wilders we de historische lijn hadden kunnen doortrekken en dat hij het alleen over criminele Marokkanen had, want dat is wat hij altijd al beweerd heeft, zoals de rechters ook in het vonnis constateren. Waarom zouden we opeens mogen aannemen dat hij zijn focus verbreed heeft naar alle Marokkanen, vooral gezien het feit dat Wilders zijn uitspraak later genuanceerd heeft in lijn met eerdere uitlatingen? Gegeven zijn eerdere uitspraken hadden we kunnen vermoeden wat hij precies bedoelde op 19 maart 2014. De rechters voegen het woorden “alle” toe aan “Marokkanen”, maar dat is net zo min expliciet door Wilders gezegd als dat het alleen om criminele Marokkanen zou gaan. Waarom zijn de rechters van mening dat Wilders wel verweten kan worden dat hij zijn uitspraak niet expliciet uitgewerkt heeft, dat het onmogelijk een slip-of-the-tongue kan zijn geweest, terwijl diezelfde rechters zich wel het recht toe-eigenen om Wilders’ uitspraak uitgebreider te expliceren dan Wilders zelf gedaan heeft? Om Wilders een nuance in de mond te leggen die feitelijk niet tot uitdrukking is gebracht? Het hele betoog van de rechters, inclusief hun ongefalisficeerde interpretatie van de getuigenverklaringen, vormen een fundament van drijfzand voor hun vonnis. Precies wat je kunt verwachten als je allerlei mitsen en maren aan de vrijheid van meningsuiting stelt.

Begrijp me niet verkeerd, ik wil hier niet beweren dat ik de werkelijke betekenis weet achter Wilders’ uitspraken op 19 maart 2014. Het enige dat ik wil laten zien is dat er iets schort aan de interpretatie die de rechters gegeven hebben van de feiten in hun bredere context, omdat mét die context (waarvan de rechters op basis van het EVRM al aangeven dat die relevant kan zijn!) met hetzelfde gemak overtuigend beredeneerd kan worden dat Wilders binnen de grenzen van het juridisch toelaatbare is gebleven. De rechters hadden ten minste hun eigen conclusies expliciet moeten falsificeren, moeten laten zien waarom andere interpretaties van het gebeurde, zoals de mijne, niet opgaan. Waarom hun toevoeging van nuance meer geldig is dan het gebrek aan nuance dat Wilders -in retorisch opzicht, niet zo zeer juridisch- verweten kan worden. Daarmee is het vonnis kwetsbaar geworden, want het lijkt er nu dat dat er naar een bepaalde conclusie toegewerkt is (dat is een deftige manier om te zeggen dat de rechters vooringenomen waren). En dit is nog maar één punt in het vonnis, want de rechters gebruiken in het vonnis meerdere keren het begrip “opruiing” terwijl nergens wordt verwezen naar wetsartikelen die op opruiing betrekking hebben (zoals Artikel 131 Wetboek van Strafrecht). Zoals ik in mijn vorige betoog al aangaf, kan opruiing, als juridisch onrechtmatige daad, in dit geval ook niet hard gemaakt worden. De rechters bedoelen waarschijnlijk ook niet opruiing in juridische zin, maar zoals het bedoeld wordt in het algemeen dagelijks spraakgebruik, in de zin van opjutten en stemmingmaken. Dat is op zich niet verboden, maar door ‘opjutten’ te framen als ‘opruiing’ wordt de suggestie gewekt dat er iets onrechtmatigs heeft plaatsgevonden, zonder dat de rechters verder hoeven te expliceren welke wetten er nu precies overtreden zijn. Anders gezegd: de rechters kunnen er nu van verdacht worden zelf retorische trucjes te hebben toegepast om hun betoog meer gewicht te geven.

Ik zie deze zaak in hoger beroep met belangstelling tegemoet.

P.S. even los van de zwakke onderbouwing van hun interpretatie van de feiten, geven de rechters wel goed aan op basis van welke wetgeving Wilders onrechtmatig gehandeld heeft. De wetgeving, met name het Europees verdrag voor de Rechten van de Mens, legt politici een voorbeeldfunctie op. Zoals ik in mijn vorige blog al betoogde, is het hebben van zo’n voorbeeldfunctie een onwenselijke situatie, en zouden we er serieus over moeten nadenken of dergelijke wetgeving wel gehandhaafd moet blijven. Aangezien in Nederland het EVRM hogere prioriteit heeft dan onze eigen grondwet, zou dat concreet betekenen dat we uit het EVRM moeten stappen, of op zijn minst enige uitzonderingen op het vedrag zouden moeten bedingen. De vrijheid van meningsuiting is een groot goed, waarvan de grenzen al voldoende afgebakend zijn door ons strafrecht op het vlak van laster en smaad, meer moet je niet willen. Maar dat is weer een heel ander discussie…

Rolmodel

Er was eens een tijd waarin homoseksualiteit verboden was. Waarin homo’s hun geaardheid niet mochten uiten, ze niet mochten trouwen, ze geen kinderen mochten adopteren. Er zijn politici geweest die, tegen de heersende normen in, geen blad voor de mond namen en zich tegen de zin van velen hard gemaakt hebben voor homo-emancipatie.

Er was een tijd dat je geen cannabis mocht roken. En op dit moment mag je dat spul nog steeds niet produceren, maar is het wel al duidelijk dat ook dit verbod zijn langste tijd heeft gehad, nu zelfs het partijcongres van de VVD heeft besloten dat de productie gelegaliseerd moet gaan worden. Ook hier weer moeten politici zich uitspreken over zaken die nu nog strafrechtelijk verboden zijn, het voortouw nemen in maatschappelijke veranderingen.

De primaire taak van een politicus is niet om rolmodel te spelen, maar om bestaande wetten te veranderen en nieuwe wetten ingang te doen vinden, om de samenleving te veranderen en aan te passen aan de eisen van de tijd, zelfs als die veranderingen sommige mensen onwelkom zijn. Daarvoor is het van het grootste belang dat een -gekozen- politicus alles kan en mag zeggen, ook onwelgevallige meningen die van een eenvoudig burger niet gepikt worden. Zonder dat principe kan democratie niet functioneren, wordt op voorhand verandering van de samenleving vanuit de politiek onmogelijk gemaakt, omdat het recht dan gebruikt kan worden om de status quo te handhaven, om de belangen van bestaande machten te beschermen, tegen de belangen van andere groepen in, wie de kans ontzegd wordt voor hun belangen op te komen.

Het geeft geen pas om in een strafzaak een politicus te verwijten dat hij zich niet als rolmodel gedraagt; dat is, nogmaals, niet de taak van een politicus, in tegendeel zelfs. Dit aspect inbrengen in een strafzaak is een manipulatieve ad hominem strategie, een politieke daad op zich, geen juridische. Wilders moet kunnen zeggen wat hij wil, hoe abject zijn uitingen ook zijn. Met hem moet afgerekend worden in het stemhokje, niet in de rechtszaal, en als onverhoopt mocht blijken dat een meerderheid achter hem zou staan, dan verdient dit land eenvoudigweg niet beter.

P.S. aan iedereen die met het argument komt dat Wilders aan opruiing deed: hij heeft letterlijk gezegd “Willen jullie meer of minder Marokkanen? ….. Dan gaan wij dat regelen!” Hij heeft dus op geen enkele manier mensen aangezet tot eigenrichting, en hem kan dus geen opruiing verweten worden, hoogstens politieke beïnvloeding van het publiek met retorische middelen, maar dat is in dit land niet verboden en zou het ook niet moeten zijn.

Vliegdekschip

Waar denkt VNL de bemanning voor een vliegdekschip vandaan te halen? Het aantal professionals dat je nodig hebt om een vliegdekschip operationeel te houden zijn in Nederland helemaal niet beschikbaar!

Apocalyptische verwoesting

Haïti vreest ongekende hongersnood door ‘apocalyptische verwoesting’. Zo citeert de Volkskrant Jocelerme Privert, de interim-president van Haïti.

Gisteren las ik nog iets heel anders, op de site van de Groene Amsterdammer:

Een weerkerend thema: de ramp is Gods wil en we moeten Hem danken voor onze overleving. Niemand praat ooit openlijk over voodoo, die andere religie, behalve de tienjarige Love. Ze fluistert in mijn oor: ‘De Zombies zijn erg kwaad op ons en het is nog lang niet over.’ … Brooks waagde het te schrijven: ‘Haïti lijdt onder een anti-vooruitgangscultuur. Voodoo predikt dat het leven fragiel is en planning futiel.

Geplaatst in het licht van de Haïtiaanse cultuur, zal ik het er maar op houden dat de uitspraken van Privert opgevat moeten worden als een theatrale overdrijving, bedoeld om de buidels van de corrupte bovenlaag van Haïti te spekken.

Hispanola

Heeft u wel eens van het eiland Hispaniola in de Caribische Zee gehoord? Het ziet er zo uit:

maps of Hispaniola

beeld met dank aan NASA/JPL/SRTM en Wikipedia

Mocht u nog nooit van dit eiland gehoord hebben, dan is het handig om te weten dat op het westelijk deel van dit eiland het land Haïti gevestigd is, terwijl het oostelijke deel in beslag wordt genomen door de Dominicaanse Republiek. Beide landen tellen ieder om en nabij de 10 miljoen inwoners, alhoewel Haïti qua oppervlak iets kleiner is dan zijn buurland.

Waarschijnlijk weet al al het één of ander over Haïti, dat middels aardbevingen en tropische orkanen geregeld in het nieuws is. Over de Dominicaanse Republiek weten veel Nederlanders een stuk minder. Ze weten bijvoorbeeld niet dat dit buurland van Haïti, met zijn 10 miljoen inwoners, de 9e (!) economie zijn Latijns Amerika is. Dat het land zichzelf dus heel goed kan bedruipen.

Kunt u zich dat voorstellen? Dat tropische orkanen en aardbevingen de Dominicaanse Republiek bespaard blijven? Dat moet haast wel, want de ellende van de Haïtianen kan natuurlijk onmogelijk aan de Haïtianen zelf te danken zijn. Dus trek uw portemonnee en geef wederom gul voor Haïti!

Previous Posts