Pieter oreert…

voor de sozial freischwebende Intelligenz

De lange neus van Karl Marx

Hoe ziet de toekomst er uit, na de crisis? Veel mensen zien de toekomst somber in en denken dat het nooit meer zo goed zal worden als voorheen. Anderen beweren dat er altijd crises zijn geweest, en dat we na elke crisis zien dat de welvaart groter wordt dan voor de crisis. Alhoewel ik er zelf helemaal niet zo pessimistisch over ben, reken ik mezelf tot het eerste kamp, omdat ik het niet eens ben met de voorspellers uit het tweede kamp: resultaten behaald in het verleden bieden immers geen garanties voor de toekomst! Waarom zal het dit keer volgens mij anders gaan?

Surplusproductie

De kern van het probleem zit ‘m in het in het produceren van surplus: meer produceren dan je voor eigen consumptie nodig hebt. Op zich is surplusproductie helemaal niet nieuw: het bestaat al sinds de mens tijdens de Neolitische Revolutie van een nomadisch jagers-verzamelaars bestaan overstapte op een sedentair agrarisch bestaan. Doordat agrariërs meer produceerden dan ze voor eigen behoefte nodig hadden, kon het geproduceerde surplus ‘afgeroomd’ worden door nieuwe maatschappelijke kasten als priesters en krijgers. Dit heeft, afhankelijk van de plek op de aardbol, soms wel tot 10.000 jaar gefunctioneerd.

Met de opkomst van het kapitalisme veranderde er iets significants in de productie. Om het in de termen van Marx te formuleren: men schakelde over van de productie van goederen op de productie van waren, producten die waarde vertegenwoordigen. Men ging niet langer produceren wat men zelf nodig had en waarbij het productieoverschot geruild werd tegen wat anderen teveel hadden geproduceerd. Vanaf nu produceerde men voornamelijk wat anderen wilden hebben. De reden hiervoor was dat men  een focus ontwikkelde op de toegevoegde waarde van producten. Mensen probeerden steeds meer datgene te maken wat het meeste toegevoegde waarde opleverde, of anders gezegd, die producten waarbij het verschil tussen kosten en opbrengsten het grootste is. Deze focus noemde Marx “De Fetisj van de Waar”: het fetisjistisch geloof dat een product meer waard is dan de kosten die aan de productie ervan ten grondslag lagen.

De waren-economie van het kapitalisme heeft een hele tijd goed kunnen functioneren, zoals Marx ook voorspeld had. Wat veel mensen die de vruchten plukken van kapitalistische productieverhoudingen zich echter niet realiseren, is dat altijd anderen (veelal mensen buiten hun blikveld) de rekening betalen voor het feit dat zij meer consumeren dan ze zelf reëel produceren. Maar wat als dat niet meer kan, als de hele wereld kapitalistisch is geworden en iedereen surplus produceert, als er simpelweg te veel surplus is? Hoe raak je het door jou geproduceerde surplus op een winstgevende manier aan de straatstenen nog kwijt? Het antwoord is simpel: je blijft met je aanbod zitten! Karl Marx voorspelde al dat er een andere wereld zou aanbreken zodra het kapitalisme het hele wereldsysteem omvatte. De mogelijkheden van de Westerse Wereld om het door anderen geproduceerde surplus af te romen, raken uitgeput. De rest van de wereld pikt het niet meer en wil iets van echte waarde terug. Niet het door Europeanen geproduceerde pseudo-surplus, en men trapt al helemaal niet meer in de Amerikaanse truc waarbij men de producent van het surplus ook nog eens het geld (in de vorm van leningen) laat verschaffen opdat zijn eigen surplus door de leners gekocht kan worden!

Pizza Crossa Economie

Ik moet mezelf nu corrigeren: het punt waarop het kapitalisme het hele wereldsysteem omvatte, staat niet op het punt van aanbreken, het was al aangebroken in de jaren zeventig. Met de economische crisis die toen ontstond en zich in de jaren tachtig voluit deed gelden, was de periode van het productiekapitalisme ten einde gekomen. De politiek in westerse landen reageerde op deze crisis door meer ruimte te maken voor datgene wat de crisis veroorzaakt had: nog meer warenfetisjisme. Maar dit keer betrof het andere ‘waren’. Men schakelde om van productiekapitalisme naar financieel kapitalisme, bracht heel veel monopolygeld in omloop en stimuleerde daarmee een economie waarin voornamelijk gebakken lucht in allerlei verschijningsvormen werd verkocht. Grootschalige productie van echte goederen was verplaatst naar Taiwan, Korea en later China. Alles bij elkaar was het een kunstgreep die uitstel van executie bewerkstelligde.

Kent u de Pizza Crossa van Iglo uit de jaren tachtig nog? Dat was een pizza waar men dusdanig op het bodemdeeg bespaard had, dat je feitelijk happen lucht naar binnen zat te werken en na vijf van die dingen nog honger had. En ze waren een succes, want de fabrikant was erin geslaagd het publiek in eerste instantie te laten geloven dat een pizzabodem krokant en luchtig hoort te zijn. Kassa voor Unilever! Nou, zoiets is ook gebeurd met de Westerse economie vanaf de jaren tachtig. Maar nu krijgt iedereen door dat het allemaal gebakken lucht was en staat men  stijf verschrikt van machteloosheid. Behalve dan die mensen die geloven dat we na deze crisis collectief met dit piramidespel nóg meer gaan verdienen aan zaken die onze medemensen niet echt nodig hebben.

De toekomst

Terug naar de vraag waar ik mee begon: hoe ziet de toekomst eruit, na de crisis? Omdat het kapitalisme het hele wereldsysteem omvat en surplusproductie dus niets meer kan opleveren en er niets ‘af te romen’ valt, zal het in de economie van de toekomst veel meer draaien om jezelf in leven houden met wat er maar mogelijk is, van dag tot dag, van maand tot maand, van jaar tot jaar. Dat betekent niet dat het dan allemaal kommer en kwel wordt, maar dat voor de meesten van ons zal gelden dat we anderen iets moeten kunnen bieden waar ze echt wat aan hebben, en dat we niet langer vrijelijk het door onszelf gewenste pretberoep zullen kunnen uitoefenen. Mede vanwege deze beperking moeten we ook niet verwachten dat we nog heel erg welvarend zullen worden. Het is beter, om met superinvesteerde Jim Rogers te spreken, om boer te worden dan om bedrijfskunde te gaan studeren.

U zult misschien zeggen: “Maar dat is jouw mening!” In dat geval nodig ik u uit een recente uitzending van VPRO’s Tegenlicht te bekijken over Argentinië, tien jaar nadat hun economie volledig instortte. In dat land is men inmiddels redelijk goed hersteld van die crisis, maar zijn de economie en de samenleving fundamenteel veranderd. De middenklasse is weggevaagd, er is een kleine groep superrijken, 30 procent van de mensen leefde in 2010 onder de armoedegrens, de rest van de mensen weet zich op een bescheiden niveau goed staande te houden. Wat er in Argentinië gebeurd is, is wat Europa en de Verenigde Staten te wachten staat.

Eerlijk gezegd denk ik dat dat niet eens dat dat allemaal zo erg of slecht is. Karl Marx had kritiek op de kapitalistische productieverhoudingen omdat die onder andere tot vervreemding zou leiden. Wat de Tegenlicht-uitzending duidelijk maakt, is dat veel Argentijnen eigenlijk best wel tevreden zijn met de nieuwe situatie, die veel minder materialistisch is en dus minder vervreemding tot gevolg heeft. Al met al lijkt het erop dat Marx, lang nadat hij door tegen- én voorstanders verguisd is, alsnog een lange neus naar de wereld gaat maken.


Aanbevolen:

Internet

VPRO Tegenlicht, “Eigen Schuld”, 2012 (http://tegenlicht.vpro.nl/afleveringen/2011-2012/Schuld.html), 27 februari.

Waard, Peter de (2012), “Langer werken om vergrijzing te betalen? Nee, juist korter”, (http://www.volkskrant.nl/vk/nl/3184/opinie/article/detail/3274123/2012/06/20/Langer-werken-om-vergrijzing-te-betalen-Nee-juist-korter.dhtml), 20 juni.

Bezemer, Dirk (2016), “Innovaties”, (http://www.groene.nl/artikel/innovaties), 30 maart.


 

, , ,

Comments are currently closed.