Pieter oreert…

voor de sozial freischwebende Intelligenz

Oplossingen voor de verhuftering

Volgens veel mensen verhuftert de Nederlandse samenleving. Bizarre tegenstrijdigheid daarbij is dat de meeste Nederlanders vinden dat het met henzelf wel goed zit, maar ja, de rest van Nederland hé, dáár is het slecht mee gesteld! Met andere woorden: we vinden onszelf helemaal oké, het probleem zit ‘m in andere mensen.

Ikzelf denk dat de feitelijke verhuftering van de samenleving wel meevalt. Verklaringen voor de mening dat de samenleving verhuftert, moeten meer gezocht worden in het discours over verhuftering en vooral in die mensen die over verhuftering klagen. Sommigen van hen zijn zelf zo asociaal als de pest (en waren dat volgens mij altijd al, dus er is niets nieuws onder de zon), en projecteren hun problemen op andere mensen. Die worden bijvoorbeeld als ze hun zin niet krijgen zó boos, dat ze kopstoten uit gaan delen of dreigen bij hun buren door de brievenbus te pissen, en vinden daar helemaal niets verkeerd aan. Aan de andere kant van het spectrum staan die mensen wiens gedrag zo geperfectioneerd en gerationaliseerd is, dat zij geen greintje tolerantie meer kunnen opbrengen voor die mensen die anders in het leven willen staan. Mede dankzij overheidsinitiatieven ter bevordering van goed burgerschap, die nieuwe, hogere verwachtingen creëren over wat sociaal wenselijk gedrag is, wordt die laatste groep aangemoedigd de lat hoger te leggen. En zo worden we collectief kritischer ten aanzien van onze medemens, alhoewel die kritiek dus niet eensgezind, maar juist gepolariseerd is.

Hoe lossen we dit op? Het antwoord is verbluffend eenvoudig: helemaal niet! We zitten met een ontwikkeling die sociale wetenschappers horizontalisering noemen. Dat woord dekt in feite andere termen uit het dagelijks taalgebruik als democratisering en individualisering. We hebben te maken met een trend waarbij mensen in toenemende mate menen van alles te mogen vinden, van alles te moeten kunnen zeggen en vooral veel rechten te hebben, daarbij niet gehinderd door gebrek aan kennis, fatsoensnormen, of plichten. Niemand laat zich meer de les lezen, want iedereen is immers gelijk.

Wat er in feite moet gebeuren, is dat de hond terug moet in zijn mand. Dat zal in het huidige tijdsbestek niet gebeuren, want de hond pikt het niet dat hij naar zijn mand gestuurd wordt, en vindt morele steun bij andere honden: zijn baasje heeft ongelijk. Pas als onze samenleving helemaal aan de grond zit, bijvoorbeeld na een vernietigende oorlog of na een desastreuze natuurramp, zullen mensen met de handen in het haar zitten en zonder weerstand die mensen volgen die de oplossingen hebben. We zagen dat rond de Tweede Wereldoorlog: ervoor waren er mensen die schijnoplossingen hadden, maar die hebben de problemen alleen maar groter gemaakt en de wereld min of meer terug bij af gebracht. Dat gaf na de oorlog ruimte aan verstandige, competente mensen die met sober no-nonsense beleid leiding gaven aan wederopbouw, en de meeste mensen liepen daarbij uit volstrekte afhankelijkheid netjes in het gareel. Totdat er in de jaren zestig een kantelpunt kwam waarbij de welvaart explodeerde, en er juist dankzij die welvaart een ontwikkeling van democratisering en individualisering op gang kwam die ons bracht naar waar we nu zijn: een wereld van egoïstische betweters zonder gevoel voor solidariteit, respect voor de medemens, of respect voor autoriteit. Dat geldt zowel voor de aso’s als voor de fatsoensrakkers.

In zo’n wereld verdwijnen mensen die de problemen werkelijk zouden kunnen oplossen naar de achtergrond, en treden theatrale en narcistische mensen voor het voetlicht. Van die mensen verwachten we vervolgens vooral oplossingen die ons geen pijn doen. We graven daarmee als het ware ons eigen graf.

,

Comments are currently closed.