Pieter oreert…

voor de sozial freischwebende Intelligenz

Na de democratie: de economische technocratie

Voor sociale wetenschappers is het al een paar jaar duidelijk: de democratie verkeert in crisis. Zij lijkt niet langer een probaat middel om problemen opgelost te krijgen. De samenleving kent te veel belangengroepen die de democratie ‘misbruiken’ om elke verandering tegen te werken die niet in het eigen belang is. Het nemen van echte besluiten stagneert en elke aanpassing aan de realiteit wordt onmogelijk gemaakt.

Twee jaar geleden zag ik een uitzending van VPRO’s Tegenlicht, getiteld “Na de democratie“, waarin het vastlopen van de democratie onder de loep werd genomen. Eén van de inzichten die een aantal politicologen in die uitzending te berde bracht, is dat goed bestuur eigenlijk altijd elementen van democratie én aristocratie in zich heeft. Het zou dan het gebrek aan aristocratie zijn, het gebrek aan overtuigende autoriteit en goed leiderschap dat oog heeft voor belangen op lange termijn, waardoor er te veel ruimte is voor democratie. Die gaat dan ten onder aan haar eigen succes. De kernvraag van de uitzending was hoe we uit deze impasse geraken, maar op dat moment leek een duidelijk antwoord niet voorhanden.

Inmiddels kunnen we de eerste tekenen zien van hoe de crisis in de democratie aangepakt gaat worden: politici staan steeds meer macht en invloed af aan technocraten, die in zekere zin de aristocraten van de 21e eeuw zijn. Aangestuurd door organisaties als het IMF en de Wereldbank, worden landen in ruil voor geld (want “money talks”) gedwongen de technocraten, veelal economen, de politieke touwtjes in handen te geven.

Op zich zou dat niet zo heel erg zijn, ware het niet dat de technocraten die nu aan de macht komen, vaak dezelfde zijn die de economische crisis veroorzaakt hebben. Bovendien zijn het, zoals gezegd, vaak mensen met een opleiding in de economie, en daar wringt hem nou juist de schoen. Met economen, die zichzelf graag zien als exacte wetenschappers en niet willen erkennen dat hun vakgebied een sociale wetenschap is, zijn er twee belangrijke problemen.

Het eerste probleem is hun kijk op sociale instituties, of in gewoon Nederlands: wetten, regels en sociale normen. Economen zien instituties als beperkend, als mechanismen die dingen onmogelijk maken en daarom uit de weg geruimd moeten worden. Om te verduidelijken wat hiermee bedoeld wordt: sociologen en andere sociale wetenschappers zien instituties niet alleen als beperkend, maar tegelijkertijd ook als vrijmakend: door bepaalde beperkingen op te leggen, ontstaan juist ook vrijheden en andere voordelen. Achter het mechanisme van collectieve actie schuilt vaak een element van dwang. Zo moet je bijvoorbeeld belasting betalen, maar daaruit volgen wel voordelen als sociale vangnetten en drogen voeten in de polder, dingen die ieder van ons in zijn eentje niet voor elkaar kan boksen. Daaruit ontstaat dan een praktische  vrijheid om je bezig te houden met andere zaken dan de meest elementaire.

Het tweede probleem met economen is dat de meesten onder hen de individuele mens zien als een rationeel wezen, dat door middel van weloverwogen gedachten tot optimale keuzes komt. Om het nog erger te maken, gaat het dan alleen maar over keuzes op het economische vlak, of worden keuzes op andere vlakken, zoals de liefde, terugbracht tot economische kosten-baten analyses. De mens wordt door de econoom gereduceerd tot een calculerend wezen. Voor hen is er niet zo iets als de Homo Sapiens of de Homo Faber. Er is alleen de Homo Economicus.

Nu zal ik niet ontkennen dat economie, een woord dat afgeleid is van de Griekse woorden voor huis (oikos) en regels (nomos), oftewel ‘huishouding’, belangrijk is voor ons bestaan. Zelf voel ik wel iets voor de gedachte van Karl Marx dat op het maatschappelijke niveau het economische fundament bepalend is voor hoe de sociale structuur eruit ziet (omgekeerd geldt dit in veel mindere mate). Punt is dat er naast de samenleving ook nog zoiets is als het individu, waar het verband tussen economische onderbouw en sociale bovenbouw veel minder relevant is. Het is het terrein van voornamelijk psychologen, waar economen zich helemaal niet mee bezig houden en totaal geen affiniteit mee hebben. Het gevolg is dat als je economen hun gang laat gaan, je een samenleving krijgt waarin de mens als individu niet meer telt. Alleen van nature rationeel ingestelde mensen met een focus op het maken van winst, zoals veel economen dat zijn, voelen zich dan in hun element. We geven economen als het ware de macht in handen om een samenleving te scheppen waarin zij aan het langste eind trekken.

Zo’n samenleving schiet door naar de andere kant en wordt uiteindelijk vatbaar voor de eerste de beste maniak die zich als messias aandient. Laten we daarom hopen dat er grenzen worden gesteld aan wat de economische technocraten mogen en kunnen doen.

Een voorbeeld

Bekijkt u eens het volgende fragment uit Buitenhof van 19 oktober 2008. Hierin discussiëren twee economen van verschillende generaties over de economie na de crisis. Arjo Klamer (hoogleraar culturele economie) heeft daarbij oog voor factoren die niet binnen de economische wetenschap vallen. Volgens Bas Jacobs (hoogleraar economie en overheidsfinanciën), die tegenwoordig veel invloed heeft in de media, moet je dergelijke factoren niet in je economische analyse betrekken. In mijn beleving heeft Jacobs echt oogkleppen op, hij verwijst bepaalde verantwoordelijkheden zelfs doodleuk door naar psychologen! Arjo Klamer daarentegen presenteert vanuit een cultureel perspectief een alternatief voor de toekomstige economie: haal verantwoordelijkheden weg bij de overheid en de vrije markt, en leg de bal meer bij de mensen in de samenleving zelf (iets waar ik het overigens niet zonder meer mee eens ben). Dit is wat we ook zien gebeuren in de samenleving: enerzijds zijn er de formele instituties van politici en economen die mensen in een keurslijf proberen te dwingen. Aan de andere de informele instituties van de burgers die naar meer zelfredzaamheid streven of naar structuur zoeken. De kloof tussen de formele en informele instituties wordt steeds breder:

Bekijk de video in andere formaten.


Internet

Daenen, Raf & Willem Vermeulen, “Waar moeten verkiezingen over gaan? Over wat van waarde is”, 2012 (http://www.socialevraagstukken.nl/site/2012/06/30/waar-moeten-verkiezingen-over-gaan-over-wat-van-waarde-is/), 30 juni.

Haegens, Koen (2012), “Gelovigen”, 2012 (http://www.groene.nl/2012/31/gelovigen), 1 augustus.

VPRO Tegenlicht, “Na de democratie”, 2010 (http://tegenlicht.vpro.nl/afleveringen/2009-2010/meeste-stemmen-gelden/na-de-democratie.html), 10 mei.

Vries, Jouke de, “De opmars van de technocraten”, 2012 (http://www.trouw.nl/tr/nl/4328/Opinie/article/detail/3275965/2012/06/24/Opmars-van-de-technocraten.dhtml), 24 juni.

Comments are currently closed.