Pieter oreert…

voor de sozial freischwebende Intelligenz

Het Opperwezen

In zijn Metafysica Lambda ging de Griekse wijsgeer Aristoteles op zoek naar de Onbewogen Beweger. De gedachte hierbij was dat alles een oorzaak heeft, maar dat er iets moet zijn dat niet het gevolg van iets anders is, want de keten van oorzaak en gevolg kan niet tot in het oneindige teruggaan. Er is iets dat de oorzaak is van al het andere, maar zelf geen oorzaak heeft.

Als het bovenstaande u te abstract in de oren klinkt: het gaat over het fenomeen dat wij in onze hedendaagse samenleving ‘God’ plegen te noemen. In een meer antropologische, algemene en abstracte betekenis, welteverstaan.

Hoewel sommige filosofen kritisch zijn over het concept van de Onbewogen Beweger, is dit principe voor veel mensen het startpunt voor hun denken over God. De vraag is voor hen niet zozeer of er zoiets als een god is, maar vooral wat die god dan is en hoe die zich manifesteert. En dat leidt dan weer tot heftige discussies, bijvoorbeeld tussen atheïsten en gelovigen. Zo zijn er atheïsten die het geloof in een scheppende god maar onbewijsbare en irrationele onzin vinden. Aan de andere kant zijn er gelovigen die het volstrekt logisch vinden dat dit Universum, dat vooral complex van aard lijkt te zijn (maar misschien helemaal niet is), nooit uit zichzelf kan zijn ontstaan en dat er dus wel een iets als een scheppende god (of goden) moet zijn geweest.

In het wetenschappelijke debat is er door een selecte groep de laatste jaren gepleit voor het zogenaamde Intelligent Design: het idee dat bepaalde karakteristieken van het heelal en organismen het beste worden verklaard als het werk van een intelligente “ontwerper”. Hoe die intelligente ontwerper er dan uitziet wordt even in het midden gelaten, maar het is duidelijk dat deze aan het godsprincipe voldoet.

Er valt heel veel kritiek te leveren op de beweging die wordt aangeduid als ID en haar theorieën, maar voor mij persoonlijk is er maar een argument om met ID af te rekenen: Intelligent Design pretendeert een probleem op te lossen: het probleem dat er aspecten aan het Universum zijn die niet met evolutietheorie of andere wetenschappelijke inzichten verklaard kunnen worden. Dit Universum zou zo complex van aard zijn, dat er wel een intelligent iets als een god moet bestaan. Het bestaan van een horloge veronderstelt immers ook het bestaan van een horlogemaker, en God is die spreekwoordelijke horlogemaker.

Mijn simpele tegenwerping is: als ik het principe van de horlogemaker accepteer, moet ik mezelf ook afvragen wie de papa en de mama van de horlogemaker zijn. Vervolgens moet ik me afvragen wie daar dan weer de ouders van zijn. Enzovoorts enzovoorts. Intelligent Design lost het probleem niet op, het creëert juist een nieuw probleem! Tenzij je natuurlijk wilt beweren dat God de oorzaak is van alle dingen, maar zeker weet dat hij geen vader en geen moeder had, laat staan grootouders. Maar welk probleem lost dit op dat niet al opgelost kan worden door het Universum als Onbewogen Beweger te accepteren? Van het Universum kunnen we immers redelijkerwijs aannemen dat het bestaat.

Aristoteles zei het al: anankè dè stènai: het kan niet anders of er moet een eind aan komen. Ofwel aan de reeks van orzaken en gevolgen, of aan de eindeloze analyse in onze zoektocht naar God, want wat hij precies bedoelde, dat weten de geleerden helaas niet. Maar beide interpretaties zijn relevant voor deze discussie.

Voor mij is de oplossing eenvoudig: voor zover ik empirisch kan waarnemen, is het Universum zelf de Onbewogen Beweger. Elke poging om het Universum te verklaren als het gevolg van iets dat als godsprincipe geduid kan worden, lost het probleem niet op, maar maakt het alleen maar groter. En de pogingen om op wetenschappelijke wijze het Universum als gevolg van iets anders te verklaren, zijn vooralsnog slechts hypothetische theorieën waarvoor empirisch bewijs ontbreekt. Het gevolg is dat we op een zeker moment, bij gebrek aan informatie, toch een keuze moeten maken: anankè dè stènai.

Ik ben redelijk gelukkig met de gedachte dat het Universum de oorzaak is van alles wat bestaat, maar zelf geen oorzaak heeft. Betekent dit dat ik een atheïst ben? Ja en nee: ik geloof niet dat het Universum geschapen is door een scheppende god, maar dat er zoiets bestaat als God sluit ik niet uit. Volgens veel mensen spreek ik mezelf nu tegen.

Een van de grootste hindernissen voor het begrijpen van de werkelijkheid is dat de mens geneigd is zichzelf te verheffen tot maatstaf aller dingen. Meestal ongemerkt en zonder kwaadaardige intenties. Zonder dat we het in de gaten hebben, gebruiken we onzelf als meetlint om andere dingen mee te meten. Mathematisch, maar vooral teleologisch, want we willen vooral de doelmatigheid van alles begrijpen. Dus zeggen we dat een olifant groot is en een een muis klein. We concluderen impliciet dat God menselijke trekken (zoals de neiging tot doelgericht handelen) en scheppende kracht heeft. We menen dat het heelal complex en met een leeftijd van 14 miljard jaar oeroud is. Maar vergeleken met de kosmische schaal van het Universum of de microscopische schaal van moleculen en atomen verschillen olifanten en muizen helemaal niet zoveel in grootte. God hoeft helemaal niet iets te zijn dat eruitziet als mens of scheppende kracht te hebben. En het Universum is wellicht elegant eenvoudig en niet oeroud, maar piep-piep-piepjong in vergelijking tot de leeftijd die het, volgens de huidige inzichten, kan bereiken. Voor zover er al sprake is van een autonoom bestaan van zoiets als tijd, want volgens mij bestaat het Universum niet in tijd en ruimte (zoals de meeste mensen impliciet aannemen), tijd en ruimte bestaan in het Universum; het Universum is van een hogere orde dan tijd en ruimte. Onze conclusies zeggen veel meer over onze ‘ego-centrische’ aard dan over de onderwerpen waarover ze zouden moeten gaan.

Er valt heel veel te zeggen over de neurotische aspecten van het geloven in een god en hogere dimensies. Desalniettemin geloven veel mensen, in een god, in goden, in meerdere dimensies, in leven na de dood, etc. Je gaat je, als je wat meer sociologisch of antropologisch ingesteld bent, toch afvragen wat daar de bedoeling van is. Het lijkt me toch te ver gaan om te stellen dat geloven iets schizotypisch is, wanneer een zeer ruime meerderheid van de mensheid zich ermee bezig houdt. Is er een uitweg uit dit dilemma?

Die is er. Door het goddelijke te beschouwen als iets dat een eigenschap is van het Universum, en niet zozeer iets dat er gelijk aan is (pantheïsme) of erboven of erbuiten staat (theïsme). Als God, gelijk tijd en ruimte, van een lagere orde is dan het Universum, kunnen we ruimte maken voor de mystiek die verscholen lijkt te zitten in het bestaan, zonder dat we in bekneld hoeven te raken tussen religie en wetenschap, en kunnen we stelling nemen zonder stelling te hoeven nemen.

“Ja en nee” antwoordde ik op de vraag of ik atheïst ben. U weet nu waarom.

Comments are currently closed.