Pieter oreert…

voor de sozial freischwebende Intelligenz

Conservatief

Jaren terug, ik denk zo’n tien jaar geleden, bladerde ik door een boek van de Engelse arts en schrijver Theodore Dalrymple. Mijn reactie toendertijd op wat hij schreef was dat hij maar een conservatieve man was. Maar dat was toen ik zelf nog woonde op Java-eiland in Amsterdam, een woonwijk met dure woningen vol met hoger opgeleidde mensen.

Inmiddels woon ik een paar jaar in Amsterdamn Oud-West, in een stukje straat dat door sommige welzijnswerkers wel eens is omschreven als het afvalputje van Oud-West. Zo erg is het naar mijn mening niet, dit is niet echt een Tokkie-straat, maar er wonen hier naast een aantal psychiatrische probleemgevallen ook redelijk wat mensen wiens gedrag weinig rekening houdt met andere mensen.

Voor een goed begrip: wij wonen in oude woningen gebouwd aan het eind van de 19e-eeuw. Het grootste probleem van deze woningen is de gehorigheid. Je hoort hier veel van de leefgeluiden van de buren: het lopen door hun eigen huis en door het trappenhuis, het draaien en stuiteren van wasmachines, het slaan van deuren etc. Het grootste gedeelte van deze geluiden zijn storend, maar omdat ze niet veroorzaakt worden door norm-overschrijdend gedrag valt er niets aan te doen; je kunt mensen immers niet verbieden een wasje te draaien of door hun eigen woonkamer te lopen.

Bovenop deze normale woongeluiden komen andere vormen van geluidsbelasting die veroorzaakt worden door wat ik voor dit betoog maar even onnadenkend gedrag of een botsing van normen en waarden noem: van de trap af rennen. door het huis stampen, skypen via de stereo-installatie met de volumeknop ruim open etc.

Een stap hoger komen we op het punt van muziek. Veel van onze buren aan één kant draaien geregeld (d.w.z. dagelijks meerdere keren en ook on tijdstippen die vroeger als onacceptabel werden beschouwd) muziek. Veelal niet hard, maar vanwege de diepe basdreunen wel storend en op de zenuwen werkend. Niets aan te doen, zegt de buurtregisseur van de politie, en omdat de politie niets doet, weigert ook de woningbouw in actie te komen en verandert er dus niets, want de buren weten inmiddels precies hoe ver ze kunnen gaan. Al met al is het geluidsniveau dusdanig dat het stressveroorzakend is, niet alleen voor mij, maar, daar ben ik van overtuigd, voor iedereen, alhoewel niet iedereen zich daarvan bewust zal zijn. Stress hoeft namelijk niet als probleem ervaren te worden als je eraan verslaafd bent en je het -hoe paradoxaal- te lijf gaat met het gedrag dat de stressverslaving veroorzaakt en dus instandhoudt!

Ten slotte nog de overlast die het gevolg is van psychische en sociale problematiek: een benedenbuurvrouw met -naar eigen zeggen- bordeline persoonlijkheidsstoornis, die we qua ernstige geluidsoverlast nu onder controle hebben, maar in veel opzichten voor anderen nog steeds problemen veroorzaakt. Een gestoorde buurvrouw een paar huizen verderop die meerdere malen per dag, maar ook rustig midden in de nacht, luidkeels haar katten roept om binnen te komen en de nachtrust verstoort van andere buren die weer vroeg op moeten. Een buurman schuin onder ons met regelmatig terugkerende drank- en relatieproblemen, een jonge buurman naast ons zonder ruggengraat die naar onze indruk regelmatig parasiterende ‘vrienden’ zijn leven en huis laat overnemen, een buurvrouw op drie hoog die, als ze niet ronduit liegend ontkent muziek te draaien, vindt dat geluidsoverlast een kwestie van geven en nemen is, wat in praktijk erop neerkomt dat zij altijd neemt en anderen geven. Dan heb ik het er nog niet eens over gehad dat ze stevast haar fiets niet in het fietsenrek plaatst, maar voor het raam van de buurman-met-drankprobleem dumpt, vaak ook nog half voor zijn voordeur. We hebben haar wel eens op iets soortgelijks aangesproken, maar volgens haar deden de kaboutertjes dat met haar fiets. Toen ik haar vertelde dat kaboutertjes niet bestaan (oké, ik vertelde haar ronduit dat ze loog), kregen we een schoolvoorbeeld van een narcistische woede-uitbarsting te zien. Ze is overigens wel eens door haar vriend, de rechtmatige huurder, na een ruzie waarvan iedereen heeft kunnen meegenieten uit huis gezet, om zichzelf na enige tijd weer naar binnen te werken door om één uur ‘s nachts keihard op de benedendeur te rammen en te schreeuwen “DOE DE DEUR OPEN!”, wat hij in eerste instantie weigerde, maar daags erna toch deed.

Dan de rest van de straat en het blok: regelmatig ruzies, slaande deuren, luidruchtige tuinfeestjes tot diep in de nacht, luide muziek met deuren of ramen open zodat het hele blok van hun ‘mooie’ muziek kan meegenieten, niet alleen in het weekend, maar ook gewoon doordeweeks. Een Afrikaanse bovenbuurman die bij thuiskomst ‘s avonds laat, waarschijnlijk uit ziekelijke jaloezie en met gevaar voor toevallige passanten, de PC en monitor van zijn vriendin van twee hoog uit het raam gooit, of ruzie komt maken omdat hij, onder invloed van wiet en bier, volstekt paranoide interpretaties van mijn bedoelingen heeft en mij verwijt dat ik mijn vrouw niet goed onder controle heb, alsof ik een voorbeeld moet nemen aan hoe hij omgaat met zijn vriendin, die altijd thuis blijft terwijl hij met vrienden de hort op is (meer in het algemeen is het interessant op te vangen hoe hij werkelijk denkt over de Nederlandse samenleving, op momenten dat hij onder invloed is en zich ongeremd uit). Vorige week zondagochtend om een uur of zeven nog hoorde ik, onderweg naar mijn werk, hoe een vrouw in een woning op drie hoog door haar vent het hele huis doorgetimmerd werd. Gelukkig hadden hun buren de politie al gebeld. Voor alle duidelijkheid, ik heb het hier niet over incidenten, maar over dingen die wekelijks gebeuren!

Om nu terug te komen op Dalrymple: het is me imddels duidelijk dat hij in veel opzichten gelijk had en heeft: veel van deze mensen houden zelf, door hun -zelfdestructieve- gedrag, hun problemen in stand. Dit in weerwil van wat sommige sociale wetenschappers beweren, namelijk dat het aan externe factoren ligt. Verandering van die externe factoren zou dan de oplossing zijn. Daar geloof ik tegenwoordig wening meer van. In heb bijvoorbeeld een tijdje in een spiksplinternieuwe buurt in Amsterdam Osdorp gewoond, waar nota bene de eigenaren van koopwoningen, veelal van allochtone afkomst, hun afval op straat dumpten waar en wanneer het hen maar uitkwam, en de buurt niet bepaald de indruk wekte te bestaan uit koopflats. Veel ‘Vogelaarwijken’ in Amsterdam staan vol met leuke huizen waarin met enige zelfbeheersing prima gewoond en geleefd kan worden, maar de bewoners maken er een puinhoop van, zowel materieel als sociaal. Het is gewoon treurig om te zien hoe woonwijken die destijds door bezielde politici en ambtenaren zijn bedacht, naar de kloten geholpen worden. Zoals ik al eerder betoogde, kun je mensen van buitenaf wel economisch verheffen, maar cultureel, dat is een stuk moelijker. Dat deze twee niet gelijk opgaan, is voor een belangrijk deel de verklaring voor dat deel van de verhuftering dat zich daadwerkelijk voordoet.

Dalrymple klaagt niet alleen, maar meent ook de oplossing in huis te hebben: volgens hem moet iemand aan de normoverschrijdende mensen uitleggen hoe zij moeten leven. Wat hij in feite met zoveel woorden zegt, is dat mensen geleerd moet worden zich rationeler te gedragen, emoties en impulsen te beheersen, dat korte-termijn-gratificatie moet worden opgegeven voor een leven dat op de lange termijn bevredigender en gelukkiger is. Met dat alles ben ik het inmiddels helemaal eens. Sterker nog, ieder mens die zijn levensomstandigheden wil verbeteren of iets wil bereiken in het leven, moet zich eigenlijk constant ten doel stellen zichzelf te rationaliseren, uitzonderingen die de regel bevestigen daargelaten. Wat overigens niet betekent dat je een rationele robot moet worden of jezelf een anale persoonlijkheid moet aanmeten. Ook niet dat je jezelf op z’n Weberiaans moet onttoveren.

Maar is wat idealiter zou moeten zijn, realitisch gezien haalbaar? Veel mensen vinden Dalrymple maar een negatieve, conservatieve man. Ik denk juist dat hij nog veel te optimistisch is en geloof er helemaal niets van dat het gros van de mensen waarover we het nu hebben, het vermogen tot rationalisering van het eigen gedrag latent in zich draagt en met een beetje hulp in staat is zichzelf ook cultureel en sociaal te verheffen. Alleen een sterke institutionele invloed kan het normoverschrijdende gedrag van dergelijke mensen binnen de perken houden, overigens zonder dat dit op individueel niveau daadwerkelijk een cultureel of sociaal verheffende werking heeft. Maar ook over de mogelijkheden van het toepassen van sterke instituties ben ik, gezien de tijdgeest, skeptisch: zulke instituties bestaan niet meer en keren voorlopig ook niet terug. Wat overblijft voor mensen die wel iets van hun leven en hun leefomgeving willen maken, is op hun tanden bijten, zo creatief mogelijk zijn en afstand nemen van asocialen zodra zich de kans voordoet.

Comments are currently closed.