Pieter oreert…

voor de sozial freischwebende Intelligenz

Democratie

Als je de opiniestukken van de afgelopen dagen leest, dan zie je breed, links en rechts, het besef doorbreken dat de Westerse houding tegenover wat er gebeurt in het Midden-Oosten en de Oekraiene niet meer houdbaar is. Er moet een andere koers gevaren worden, vooral ook omdat allerlei ontwikkelingen ook de situatie in westerse landen zelf raken: het is niet langer een ver van mijn bed show.

Laat ik zelf ook een duit in het zakje doen en mijn analyse geven van het probleem. Volgens mij is de essentie van het foutieve denken in de westerse geest de gedachte dat westerse landen op de eerste plaats democratieën zijn. Andere landen en delen van de wereld zijn vanuit die visie gezien onderontwikkeld, maar kunnen op een hoger plan getild worden door ze te democratiseren. Dus proberen we, goedschiks of kwaadschiks, democratie te verspreiden. Waar dat toe geleid heeft, kunnen we zien in landen als Irak en Afghanistan: failed states waar anarchie dan wel burgeroorlog heerst, waar verschrikkelijke wreedheden plaatsvinden. Of Rusland, een land dat formeel een democratie maar feitelijk een autoritaire dictatuur is.

We zien het op veel plaatsen in de wereld: invoering van democratie brengt niet wat men ervan verwacht. Dat is logisch, want democratie is niet een doel, maar een middel tot een doel. En dat doel is de Constitutionele Rechtsstaat. Ik schrijf dat begrip uitdrukkelijk met hoofdletters, om het belang ervan te onderstrepen.

Jean-Jacques Rousseau

Jean-Jacques Rousseau, filosoof en schrijver van Het Maatschappelijk Verdrag, hét werk waarin de principes van de moderne rechtsstaat zijn uitgewerkt.

Wat westerse landen tot westerse landen maakt, is niet dat ze democratisch zijn, maar dat ze rechtsstaten zijn: staten waar macht gereguleerd en beperkt worden door het Recht, dat breed gedragen wordt door de bevolking, omdat iedereen geeft en neemt. Zodat niet ‘het recht van de sterkste’ regeert, de een alleen maar neemt terwijl anderen alleen maar geven. Om het recht geen speelbal van willekeurige meerderheden en de waan van de dag te laten zijn, hebben veel van deze rechtsstaten een grondwet, waarin de principes van de rechtsstaat geformuleerd zijn, principes die doorgaans alleen met zeer ruime meerderheid en strenge procedures te wijzigen zijn.

Waar het in de kern om gaat: westerlingen hebben lange tijd geloofd dat niet-westerlingen gemakkelijk te winnen zijn voor het idee van de rechtsstaat, alhoewel ze daarbij de begrippen democratie en rechtsstaat verwarren. Met alle gevolgen van dien, want een rechtsstaat is een cultuurfenomeen (in het bijzonder een cultuurfenomeen van de burgerlijk-kapitalistisch georganiseerde samenleving) en dus moeilijk over te brengen op een andere cultuur. Democratie naar zulke landen brengen verandert niets aan hun cultuur en brengt niet per definitie een rechtsstaat tot stand. Ik bedoel, wat is een democratie waard als die erop neer komt dat je mag kiezen wie zich de komende vier jaar als despoot mag gedragen? Het is zelfs nog sterker: neem Singapore, een land dat op de negende plaats van de Rule of Law Index staat, terwijl het de facto een eenpartijstaat is! Een land dat een eerlijke, transparante overheid heeft, waar je veilig kunt wonen, werken en ondernemen, maar die niet een democratie heeft die vergelijkbaar is met de onze. Need I say more?

Lang geleden, zeg zo’n duizend jaar terug, werd Europa geregeerd door het ‘recht van de sterkste’. Dat had de vorm van een feodaal stelsel waarbij de adel voornamelijk middels het principe van geweld (plus een vleugje religie om het te rechtvaardigen) de bevolking kon knechten, dus van recht was eigenlijk geen sprake. Ethisch gezien is daar principieel niets mis mee; het is een manier om de wereld te ordenen. Maar toch is er in de afgelopen duizend jaar iets veranderd. De economische macht is geleidelijk verschoven naar lagere standen in de samenleving, waardoor een stand van burgers kon ontstaan: mensen die een zekere mate van welvaart kenden, maar geen macht middels geweld konden uitoefenen. Sterker nog, zij hadden hun welvaart juist te danken aan het feit dat ze bij het zakendoen geweld achterwege lieten. Om een lang verhaal nu kort te maken, deze ontwikkeling heeft uiteindelijk geleid tot de Verlichting: het gedachtegoed waarin alle mensen als gelijkwaardig worden beschouwd, en waarin geweld als middel om doelen te bereiken zoveel mogelijk wordt afgeschaft. Geweld wordt aan regels gebonden en alleen nog toegepast tegen hen die zelf als eerste het zwaard opnemen of de rechten van anderen schenden.

Nogmaals, ik wil duidelijk stellen dat moreel gezien een feodale sociale orde die gebaseerd is op hiërarchische verhoudingen en uitoefening van geweld als machtsmiddel, niet minderwaardig is aan een sociale orde die gebaseerd is op het Verlichtingsdenken. Ik durf zelfs te stellen dat het Verlichtingsdenken, dat bij uitstek een burgerlijke manier van denken is, niets meer of minder is dan een rationalisering achteraf voor een burgerlijk-kapitalistische sociale ordening van de samenleving. Een manier om de feodale maatschappelijke orde in het morele verdomhoekje te plaatsen. Ook daar is trouwens, moreel gezien, niets mis mee: all’s fair in love and war.

Terug naar de kern van het probleem: er zijn grote delen van de wereld waar de burgerlijk-kapitalistische sociale orde met haar Verlichtingsdenken niet van toepassing is, en waar nog steeds in zekere mate het recht van de sterkste geldt, zowel op het niveau van individuen en kleine groepen als op het macroniveau van samenlevingen. En net zoals onze burgerlijk-kapitalistische sociale orde een cultuurverschijnsel is, zo zijn de sociale ordeningen elders in de wereld ook cultuurverschijnselen, en alleen al daarom moeilijk van buitenaf te veranderen. Vooral ook omdat cultuur niet iets autonooms is, maar bijvoorbeeld samenhangt met fysieke omgevingsfactoren. Als je in een geïsoleerd, dor gebied met hier en daar een grassprietje woont, moet je wellicht knokken met je buurman om het ‘recht’ wiens schaap het beetje gras mag eten. Terwijl mensen die woest zeewater als gemeenschappelijke vijand hebben misschien meer gebaat zijn bij samenwerking in plaats van elkaar te beconcurreren, vooral als ze in een gebied wonen dat centraal op handelsroutes ligt. Fysieke omgevingsfactoren kunnen bepalend zijn voor het tot stand komen van cultuur, net zo goed als cultuur kan leiden tot het actief ingrijpen in de fysieke omgeving.

In dat licht bezien is het westerse streven om de rest van de wereld te democratiseren eigenlijk niets anders dan een manier om hen onze manier van leven en onze manier van economie bedrijven op te leggen. Dat komt ons namelijk het beste uit. Helaas zijn de resultaten er niet naar.

Ik ben geen cultuurrelativist, maar onderken wel dat elke cultuur in zijn eigen context functioneel kan zijn. Het cultureel ingrijpen door westerse culturen in andere culturen ligt misschien wel aan de basis van de vele conflicten die er her en der heersen. En niet alleen ver van ons bed, maar ook bij ons thuis. Want tot mijn spijt moet ik steeds vaker constateren dat veel mensen uit niet-westerse culturen die onder ons leven, zich impliciet of expliciet verzetten tegen de westerse culturele sociale orde. Zelfs als ze willen participeren, willen ze tegelijkertijd vasthouden aan hun eigen culturele ideeën over wat wenselijk is. Daaronder zit verrassend vaak ook het idee dat een mate van geweld of het schenden van andermans rechten moet kunnen. Niet omdat het moet kunnen, maar omdat het principe van de Rechtsstaat bij hen niet leeft. Voor hen is het leven één grote pijpkaneel, en wie het hardste zuigt krijgt het grootste deel. Die houding zit zó diep verankerd, dat je die er niet zomaar uit krijgt. Je kunt democratiseren wat je wilt, maar dat gaat niet werken. Als het al werkt dan zie je dat democratie vaak gaat dienen om autocratieën van een legitiem randje te voorzien, maar vaker nog schept het alleen maar weerstand en tegenwerking, vooral ook omdat conflictbenaderingen en powerplay voor sommige mensen (ongeacht geografische herkomst) de culturele norm is.

Ten slotte wil ik nog even duidelijk maken dat ik hier natuurlijk een ideaaltypische tweedeling heb gemaakt. In de alledaagse werkelijkheid liggen de grenzen minder scherp. Er zijn wel degelijk ‘niet-westerse allochtonen’ die in ene of andere mate de cultuur van de Rechtsstaat met zich meedragen, net zoals er autochtonen zijn die in zekere zin de feodale tijden niet ontstegen zijn. Maar op een sociologisch niveau denk ik wel dat mijn verhaal stand houdt.

Comments are currently closed.