Pieter oreert…

voor de sozial freischwebende Intelligenz

Flexwet

Minister Lodewijk Asscher houdt zijn poot stijf, zo bericht dagblad Trouw. Alhoewel hij hier en daar een kleine tekortkoming constareert, wil hij er niet aan dat de Wet Werk en Zekerheid niet zo uitpakt als bedoeld. Er vindt geen conversie plaats van tijdelijk naar vast werk, en ook van de beoogde vereenvoudiging van ontslagmogelijkheden komt voor het MKB nog weinig terecht.

Wat storend is aan de houding van Asccher is dat hij de Tweede Kamer geduld vraagt, zodat op termijn de WWZ het beoogde effect kan gaan hebben. Dit in weerwil van duidelijke trends die in andere richtingen bewegen. Zou het schip werkelijk halverwege de oceaan rechtsomkeert maken, en koers kiezen naar de juiste haven?

Ik bedoel, ik werk zelf al bijna vier jaar voor een uitzendbureau. Mijn contract werd telkens met een half jaar verlengd. Met de WWZ is het nu verplicht om altijd formeel op te zeggen, tenzij een contract korter duurt dan 6 maanden. Dus zijn mijn laatste twee contracten verlengd met 5 maanden en 25 dagen, met de clausule dat het contract telkens van rechtswege eindigt zonder dat daarvoor opzegging vereist is. Dát is de manier waarop grote bedrijven de mazen van de WWZ uitbuiten en de werknemer als wegwerpartikel gebruiken. Zoals ik een vertegenwoordiger van de grafische industrie op de radio hoorde zeggen: de WWZ is goed voor grote bedrijven, die hebben aan tafel gezeten toen de WWZ geschreven werd.

We moeten de werkelijkheid onder ogen zien: er is heel veel flexwerk beschikbaar waarvoor meer dan voldoende personeels beschikbaar is, werk dat nooit meer zal converteren naar vaste aanstellingen. Dat zal voorlopig ook zo blijven. In plaats van pogen deze ontwikkeling te bestrijden zouden we deze beter moeten faciliteren, zowel voor werkgevers als voor werknemers. Hang een prijskaartje aan flexwerk, bijvoorbeeld door een fiscale toeslag of sociale premie van 10% bovenop het loon van de werknemer te leggen, over te maken aan de Belastingdienst of een organisatie als het UWV, die het op hun beurt op een of andere wijze weer aan flexwerkers kunnen doen toekomen. Dat is fair: werkgevers krijgen de gewenste flexibiliteit en betalen daar een redelijke vergoeding voor, in plaats van dat de werknemers de rekening betalen voor de flexibilisering van arbeid. Willen werkgevers de loonkosten terugdringen, dan kunnen ze altijd proberen het werk zo te organiseren dat ze werknemers in vaste dienst kunnen nemen. Het is niet alleen fair, maar ook economisch effectief, omdat grotere inkomstzekerheid leidt tot minder spaarzaamheid, zodat het verdiende geld ook daadwerkelijk wordt uitgegeven in plaats van opgepot voor krappe tijden.

Bedenk daarnaast constructies die ervoor zorgen dat flexwerkers zelf ook gestimuleerd worden om flexibel te zijn. Bijvoorbeeld: sta ruimer overwerk toe, en biedt de mogelijkheid om de inkomsten uit overwerk te reserveren voor magere tijden, bij voorkeur op een rekening die niet onder beheer staan bij de werkgever, zodat inkomsten van verschillende werkgevers bij elkaar gesprokkeld kunnen worden. Dergelijke inkomsten kunnen dan uitgekeerd worden bij werkloosheid, als vervanging van een WW-uitkering, of als aanvulling op een WW-uitkering. Bied de flexwerker daarbij wel keuzemogelijkheden, zodat deze actief een financiële planning tot uitvoer kan brengen. Ook hier goed voor de economie omdat een grotere zekerheid aan inkomsten ervoor zorgt dat  men het geld ook daadwerkelijk uitgeeft.

Dit alles is natuurlijk bedoeld als schot voor de boeg, het is niet bedoeld om hier de ultieme oplossingen aan te dragen.

Comments are currently closed.