Pieter oreert…

voor de sozial freischwebende Intelligenz

Interpreteren

Stel, ik loop een supermarkt binnen, loop naar de chocoladeschap, pak een reep, steek hem in mijn zak en loop zonder af te rekenen de zaak uit. Bij de uitgang word ik staande gehouden op verdenking van diefstaf. Enige tijd later moet ik voor dit vergrijp voorkomen, ik ontken de diefstal door te stellen dat die reep al in mijn zak zat voor ik de winkel binnen kwam en men dingen gezien heeft die niet hebben plaatsgevonden. Helaas, tijdens de strafzaak worden videobeelden getoond die onverbloemd mijn onrechtmatige daad in beeld brengen. Knip en klaar duidelijk bewijs die tot een veroordeling kan leiden.

Zo’n knip en klaar situatie heb je niet in het geval een politicus een -vermeende- onrechtmatige uitspraak doet, zoals “willen jullie meer of minder Marokkanen?” Je ontkomt er als rechter niet aan een interpretatie te geven van datgene wat gezegd is en welk oordeel daaraan verbonden moet worden. Zoiets wordt al snel nattevingerwerk. Ik geef een voorbeeld uit de -officiële- uitspraak in de zaak Wilders:

“De verdediging heeft aangevoerd dat de uitlatingen van verdachte op 19 maart 2014 consistent zijn met zijn al jarenlang uitgedragen standpunten, zoals ook neergelegd in de partijprogramma’s en verkiezingsprogramma’s van de PVV. Een oordeel over deze uitlatingen impliceert een politiek oordeel over het gedachtengoed van de PVV, aldus de verdediging …. De rechtbank deelt deze visie niet. In het partijprogramma of de verkiezingsprogramma’s van de PVV is dit namelijk niet terug te vinden. Als het daar of in eerdere toespraken van verdachte gaat over het “Marokkanenprobleem” dan wordt met name gedoeld op criminele Marokkanen. Deze beperking heeft verdachte in zijn speech nu juist bewust niet gemaakt. Hij heeft het over alle Marokkanen, over de hele bevolkingsgroep zonder enige nuance.” (vet door mij aangebracht)

Dit is een goed voorbeeld van hoe rechters een willekeurige interpretatie tot enige en absolute waarheid verheffen. Immers, je zou ook kunnen stellen dat gezien de eerdere uitlatingen van Wilders we de historische lijn hadden kunnen doortrekken en dat hij het alleen over criminele Marokkanen had, want dat is wat hij altijd al beweerd heeft, zoals de rechters ook in het vonnis constateren. Waarom zouden we opeens mogen aannemen dat hij zijn focus verbreed heeft naar alle Marokkanen, vooral gezien het feit dat Wilders zijn uitspraak later genuanceerd heeft in lijn met eerdere uitlatingen? Gegeven zijn eerdere uitspraken hadden we kunnen vermoeden wat hij precies bedoelde op 19 maart 2014. De rechters voegen het woorden “alle” toe aan “Marokkanen”, maar dat is net zo min expliciet door Wilders gezegd als dat het alleen om criminele Marokkanen zou gaan. Waarom zijn de rechters van mening dat Wilders wel verweten kan worden dat hij zijn uitspraak niet expliciet uitgewerkt heeft, dat het onmogelijk een slip-of-the-tongue kan zijn geweest, terwijl diezelfde rechters zich wel het recht toe-eigenen om Wilders’ uitspraak uitgebreider te expliceren dan Wilders zelf gedaan heeft? Om Wilders een nuance in de mond te leggen die feitelijk niet tot uitdrukking is gebracht? Het hele betoog van de rechters, inclusief hun ongefalisficeerde interpretatie van de getuigenverklaringen, vormen een fundament van drijfzand voor hun vonnis. Precies wat je kunt verwachten als je allerlei mitsen en maren aan de vrijheid van meningsuiting stelt.

Begrijp me niet verkeerd, ik wil hier niet beweren dat ik de werkelijke betekenis weet achter Wilders’ uitspraken op 19 maart 2014. Het enige dat ik wil laten zien is dat er iets schort aan de interpretatie die de rechters gegeven hebben van de feiten in hun bredere context, omdat mét die context (waarvan de rechters op basis van het EVRM al aangeven dat die relevant kan zijn!) met hetzelfde gemak overtuigend beredeneerd kan worden dat Wilders binnen de grenzen van het juridisch toelaatbare is gebleven. De rechters hadden ten minste hun eigen conclusies expliciet moeten falsificeren, moeten laten zien waarom andere interpretaties van het gebeurde, zoals de mijne, niet opgaan. Waarom hun toevoeging van nuance meer geldig is dan het gebrek aan nuance dat Wilders -in retorisch opzicht, niet zo zeer juridisch- verweten kan worden. Daarmee is het vonnis kwetsbaar geworden, want het lijkt er nu dat dat er naar een bepaalde conclusie toegewerkt is (dat is een deftige manier om te zeggen dat de rechters vooringenomen waren). En dit is nog maar één punt in het vonnis, want de rechters gebruiken in het vonnis meerdere keren het begrip “opruiing” terwijl nergens wordt verwezen naar wetsartikelen die op opruiing betrekking hebben (zoals Artikel 131 Wetboek van Strafrecht). Zoals ik in mijn vorige betoog al aangaf, kan opruiing, als juridisch onrechtmatige daad, in dit geval ook niet hard gemaakt worden. De rechters bedoelen waarschijnlijk ook niet opruiing in juridische zin, maar zoals het bedoeld wordt in het algemeen dagelijks spraakgebruik, in de zin van opjutten en stemmingmaken. Dat is op zich niet verboden, maar door ‘opjutten’ te framen als ‘opruiing’ wordt de suggestie gewekt dat er iets onrechtmatigs heeft plaatsgevonden, zonder dat de rechters verder hoeven te expliceren welke wetten er nu precies overtreden zijn. Anders gezegd: de rechters kunnen er nu van verdacht worden zelf retorische trucjes te hebben toegepast om hun betoog meer gewicht te geven.

Ik zie deze zaak in hoger beroep met belangstelling tegemoet.

P.S. even los van de zwakke onderbouwing van hun interpretatie van de feiten, geven de rechters wel goed aan op basis van welke wetgeving Wilders onrechtmatig gehandeld heeft. De wetgeving, met name het Europees verdrag voor de Rechten van de Mens, legt politici een voorbeeldfunctie op. Zoals ik in mijn vorige blog al betoogde, is het hebben van zo’n voorbeeldfunctie een onwenselijke situatie, en zouden we er serieus over moeten nadenken of dergelijke wetgeving wel gehandhaafd moet blijven. Aangezien in Nederland het EVRM hogere prioriteit heeft dan onze eigen grondwet, zou dat concreet betekenen dat we uit het EVRM moeten stappen, of op zijn minst enige uitzonderingen op het vedrag zouden moeten bedingen. De vrijheid van meningsuiting is een groot goed, waarvan de grenzen al voldoende afgebakend zijn door ons strafrecht op het vlak van laster en smaad, meer moet je niet willen. Maar dat is weer een heel ander discussie…

Comments are currently closed.