Pieter oreert…

voor de sozial freischwebende Intelligenz

cultuurwetenschap




De Rechtsstaat onder druk

Zo’n 1500 jaar geleden kwam er een einde aan het West Romeinse Rijk, en daarmee braken ook de Middeleeuwen aan. Eén van de dingen die er toen veranderden was het recht. Waar voorheen bij de Romeinen er sprake was van een oriëntatie op publiekrechtelijke verhoudingen, kregen bij de Leges Barbarorum (De Wetten van de Barbaren) nu privaatrechtelijke verhoudingen de overhand. Het gevolg hiervan was dat het strafrecht, dat nu voornamelijk een privaatrechtelijke aangelegenheid geworden was, zich ontwikkelde tot een stelsel van kleingeestigheden. Zo kon bij de Salische Franken, onder de bepalingen van de Lex Salica, iemand voor het weigeren van onderdak aan een pelgrim 10 schellingen boete krijgen, voor het plegen van een moord 50 schellingen boete en voor het stelen van een kip de doodstraf. U leest het goed: op het plegen van een moord stond een geldboete, op het stelen van een kip de doodstraf! Dan hebben we het nog niet eens gehad over het verschil in straf voor het afhakken van één of twee vingerkootjes, want voor elk pietluttig detail hadden de Salische Franken wel een straf bedacht.

In eerder blog heb ik erop gewezen dat de hedendaagse samenleving een trend laat zien naar steeds meer zelfredzaamheid, en dat er als gevolg hiervan een verschuiving plaats vindt van publiekrechtelijke verhoudingen naar meer privaatrechtelijke verhoudingen. Ook wordt de samenleving, in weerwil van wat de meeste mensen geloven, steeds democratischer, want de wil van het volk, of beter gezegd, de massa, regeert steeds meer. Op een indirecte en bizarre manier, maar toch. Het gevolg van dit alles is dat de Rechtsstaat steeds meer onder druk komt te staan. Maar dat boeit de meeste mensen niet, omdat zij niet weten wat een Rechtsstaat is, dat we er een hebben, wat ervoor nodig is en wat de grootse voordelen ervan zijn, laat staan dat men begrijpt dat een land als Nederland niet in de eerste plaats een democratie is, maar een Rechtsstaat; dat de democratie de Rechtsstaat dient en behoort te dienen, en niet andersom.

Een uiting van deze ondermijnende trend is het betalen van smartengeld aan de nabestaanden van slachtoffers van misdrijven (scroll naar beneden voor de relevante ingezonden brief), compleet met lijstjes van misdrijven en bijbehorende sancties, net als bij de Salische Franken. Als ik de media lees, dan moet ik begrijpen dat zulk smartengeld billijk is als vorm van compensatie voor geleden schade.

Maar dat is het niet. In werkelijkheid is die wens, die bij veel mensen leeft, niets anders dan een gevolg van de horizontalisering van de samenleving en de opkomst van de massamens, die, zoals José Ortega y Gasset zo mooi beschreven heeft, vooral denkt en termen van rechten en niet in termen van plichten en verantwoordelijkheden. Het is de opkomst van een psychologie die voornamelijk om wraak schreeuwt, de psychologie van de lynchpartij. Een psychologie zonder oog voor de belangen voor het sociologische grotere geheel, op langere termijn.

Deze trends, waar politici graag op inspelen als zoethoudertje voor de massa’s, betekenen niets minder dan een terugkeer naar middeleeuwse toestanden, naar barbaars recht. Ik denk dat ik me niet nader hoef te verklaren; zij die de Rechtsstaat na aan het hart hebben liggen, behoeven geen verdere uitleg. Zij die het niet begrijpen, willen het ook niet begrijpen. Dat botst namelijk met hun egocentrisme. Godbetert dat deze mensen verder kijken dan hun eigen belangen, verder dan hun neus lang is.

De Bakermat van de Democratie

Hou toch eens op met die onzinnige bewering dat Griekenland de bakermat van de democratie is.

Ten eerste: de meest elementaire vergissing die gemaakt wordt, is dat men de begrippen democratie en rechtsstaat door elkaar haalt. Westerse landen zijn geen democratieën, maar rechtsstaten, en democratie is alleen maar een instrument ter vormgeving van de rechstsstaat. Dat is een wezenlijk ander systeem dan de directe democratie van het oude Athene. Dat wij geloven dat onze hedendaagse democratie een afspiegeling is van de oude Griekse democratie, is niets anders dan een ongeldig, sociaal geconstrueerd frame; een ‘waarheid’ die we onszelf aangepraat hebben.

Ten tweede: het hedendaagse Griekenland kan er geen aanspraak op maken de directe culturele erfgenaam te zijn van het oude Griekenland. We zijn inmiddels tweeduizend jaar verder, we hebben middeleeuwen gehad waarin de effecten van de oudheid zijn weggevaagd en Griekenland heeft cultureel vele gedaantewisselingen ondergaan. Er zijn zat andere landen in Europa die mijn inziens veel meer aanspraak kunnen maken op de titel van erfgenaam van de Griekse oudheid. Stel je eens voor dat Nederlandstaligen gaan claimen de culturele erfgenamen te zijn van het Frankische Rijk, dat dankzij ‘ons’ de hedendaagse landkaart van West-Europa tot stand is gekomen, omdat wij -min of meer- dezelfde taal spreken als de Franken. Iedereen ziet meteen in dat zoiets belachelijk zou zijn, maar Griekenland komt blijkbaar wel weg met zulke opgeklopte retoriek. De geschiedenis van het Frankische Rijk straalt af op heel hedendaags Europa en niet op Nederland en Vlaanderen in het bijzonder. Op dezelfde wijze kunnen hedendaagse Grieken niet een bijzondere status ontlenen aan het oude Griekenland. Dat ze dat wel doen, is iets minder dan narcistische grootheidswaan. De Grieken zouden wat dat betreft een voorbeeld kunnen nemen aan de moderne Egyptenaren, die wél begrijpen dat hun hedendaagse cultuur niets te maken heeft met die van het Egypte uit de oudheid.

Ten derde: zelfs al zou het zo zijn dat Griekenland de bakermat van de hedendaagse democratie is, en dat dit afstraalt op de hedendaagse Grieken, dan nog geeft dit hen geen enkel voorrecht, of argument om zich aan verantwoordelijkheden te onttrekken. Het leidt trouwens ook niet tot extra verplichtingen. Ze moeten gewoon ‘normaal’ doen en zich leren gedragen als een echte rechtsstaat in plaats van een puberale directe democratie, waarin de waan van de dag regeert.

Ik heb gezegd.

De Postmoderne Revolutie

Ik ben eruit. Op de vraag “In welk tijdperk leven wij?” is het antwoord ondubbelzinnig de Postmoderne tijd. De gemiddelde intellectueel schudt nu zijn hoofd en krabt zijn baard, zich verwonderend waarom ik daar nu pas achter kom.

Maar het is niet zo eenvoudig. Wat ik met de Postmoderniteit bedoel, is dat er definitief een einde is gekomen aan de heerschappij van de bourgeoisie. We staan aan het begin van een tijdperk waarin de nazaten van het proletariaat cultureel dominant zijn geworden.

De late middeleeuwen hebben het leven laten zien aan de burger, en die heeft met de Verlichting, de Franse, Amerikaanse en Industriële Revoluties definitief het pleit gewonnen, ten koste van de feodaliteit. Die ontwikkeling heeft weer geleid tot het ontstaan van het proletariaat, en langzaam maar zeker is die cultureel dominant geworden, dit tot koste van de burgerlijke klasse, die we na de huidige economische crisis niet meer terug zullen zien als bepalende factor in de samenleving. Die tijden zijn voorbij. Het Postmodernisme van de afgelopen veertig jaar is niet waar ik het hier over heb, dat Postmodernisme was slechts de trailer voor de film die nog moet uitkomen. Ik heb het over het voldragen postmodernisme dat zichtbaar zal zijn als de fall-out van de huidige economische crisis neergedaald zal zijn. Maak uw borst maar nat!

Het Postmodernisme is niet zomaar en nieuwe tijdperk, het is echt een volledig nieuw tijdperk dat op gelijke voet staat met het Feodale tijdperk en de Moderne Tijd. Ik voor mij zal echter onverminderd vasthouden aan het Modernisme. Het heeft geen zin om tegen de stroom op te roeien, dus voor mij rest niets anders dan een status als drop-out. So be it…

Democratie

Als je de opiniestukken van de afgelopen dagen leest, dan zie je breed, links en rechts, het besef doorbreken dat de Westerse houding tegenover wat er gebeurt in het Midden-Oosten en de Oekraiene niet meer houdbaar is. Er moet een andere koers gevaren worden, vooral ook omdat allerlei ontwikkelingen ook de situatie in westerse landen zelf raken: het is niet langer een ver van mijn bed show.

Laat ik zelf ook een duit in het zakje doen en mijn analyse geven van het probleem. Volgens mij is de essentie van het foutieve denken in de westerse geest de gedachte dat westerse landen op de eerste plaats democratieën zijn. Andere landen en delen van de wereld zijn vanuit die visie gezien onderontwikkeld, maar kunnen op een hoger plan getild worden door ze te democratiseren. Dus proberen we, goedschiks of kwaadschiks, democratie te verspreiden. Waar dat toe geleid heeft, kunnen we zien in landen als Irak en Afghanistan: failed states waar anarchie dan wel burgeroorlog heerst, waar verschrikkelijke wreedheden plaatsvinden. Of Rusland, een land dat formeel een democratie maar feitelijk een autoritaire dictatuur is.

We zien het op veel plaatsen in de wereld: invoering van democratie brengt niet wat men ervan verwacht. Dat is logisch, want democratie is niet een doel, maar een middel tot een doel. En dat doel is de Constitutionele Rechtsstaat. Ik schrijf dat begrip uitdrukkelijk met hoofdletters, om het belang ervan te onderstrepen.

Jean-Jacques Rousseau

Jean-Jacques Rousseau, filosoof en schrijver van Het Maatschappelijk Verdrag, hét werk waarin de principes van de moderne rechtsstaat zijn uitgewerkt.

Wat westerse landen tot westerse landen maakt, is niet dat ze democratisch zijn, maar dat ze rechtsstaten zijn: staten waar macht gereguleerd en beperkt worden door het Recht, dat breed gedragen wordt door de bevolking, omdat iedereen geeft en neemt. Zodat niet ‘het recht van de sterkste’ regeert, de een alleen maar neemt terwijl anderen alleen maar geven. Om het recht geen speelbal van willekeurige meerderheden en de waan van de dag te laten zijn, hebben veel van deze rechtsstaten een grondwet, waarin de principes van de rechtsstaat geformuleerd zijn, principes die doorgaans alleen met zeer ruime meerderheid en strenge procedures te wijzigen zijn.

Waar het in de kern om gaat: westerlingen hebben lange tijd geloofd dat niet-westerlingen gemakkelijk te winnen zijn voor het idee van de rechtsstaat, alhoewel ze daarbij de begrippen democratie en rechtsstaat verwarren. Met alle gevolgen van dien, want een rechtsstaat is een cultuurfenomeen (in het bijzonder een cultuurfenomeen van de burgerlijk-kapitalistisch georganiseerde samenleving) en dus moeilijk over te brengen op een andere cultuur. Democratie naar zulke landen brengen verandert niets aan hun cultuur en brengt niet per definitie een rechtsstaat tot stand. Ik bedoel, wat is een democratie waard als die erop neer komt dat je mag kiezen wie zich de komende vier jaar als despoot mag gedragen? Het is zelfs nog sterker: neem Singapore, een land dat op de negende plaats van de Rule of Law Index staat, terwijl het de facto een eenpartijstaat is! Een land dat een eerlijke, transparante overheid heeft, waar je veilig kunt wonen, werken en ondernemen, maar die niet een democratie heeft die vergelijkbaar is met de onze. Need I say more?

Lang geleden, zeg zo’n duizend jaar terug, werd Europa geregeerd door het ‘recht van de sterkste’. Dat had de vorm van een feodaal stelsel waarbij de adel voornamelijk middels het principe van geweld (plus een vleugje religie om het te rechtvaardigen) de bevolking kon knechten, dus van recht was eigenlijk geen sprake. Ethisch gezien is daar principieel niets mis mee; het is een manier om de wereld te ordenen. Maar toch is er in de afgelopen duizend jaar iets veranderd. De economische macht is geleidelijk verschoven naar lagere standen in de samenleving, waardoor een stand van burgers kon ontstaan: mensen die een zekere mate van welvaart kenden, maar geen macht middels geweld konden uitoefenen. Sterker nog, zij hadden hun welvaart juist te danken aan het feit dat ze bij het zakendoen geweld achterwege lieten. Om een lang verhaal nu kort te maken, deze ontwikkeling heeft uiteindelijk geleid tot de Verlichting: het gedachtegoed waarin alle mensen als gelijkwaardig worden beschouwd, en waarin geweld als middel om doelen te bereiken zoveel mogelijk wordt afgeschaft. Geweld wordt aan regels gebonden en alleen nog toegepast tegen hen die zelf als eerste het zwaard opnemen of de rechten van anderen schenden.

Nogmaals, ik wil duidelijk stellen dat moreel gezien een feodale sociale orde die gebaseerd is op hiërarchische verhoudingen en uitoefening van geweld als machtsmiddel, niet minderwaardig is aan een sociale orde die gebaseerd is op het Verlichtingsdenken. Ik durf zelfs te stellen dat het Verlichtingsdenken, dat bij uitstek een burgerlijke manier van denken is, niets meer of minder is dan een rationalisering achteraf voor een burgerlijk-kapitalistische sociale ordening van de samenleving. Een manier om de feodale maatschappelijke orde in het morele verdomhoekje te plaatsen. Ook daar is trouwens, moreel gezien, niets mis mee: all’s fair in love and war.

Terug naar de kern van het probleem: er zijn grote delen van de wereld waar de burgerlijk-kapitalistische sociale orde met haar Verlichtingsdenken niet van toepassing is, en waar nog steeds in zekere mate het recht van de sterkste geldt, zowel op het niveau van individuen en kleine groepen als op het macroniveau van samenlevingen. En net zoals onze burgerlijk-kapitalistische sociale orde een cultuurverschijnsel is, zo zijn de sociale ordeningen elders in de wereld ook cultuurverschijnselen, en alleen al daarom moeilijk van buitenaf te veranderen. Vooral ook omdat cultuur niet iets autonooms is, maar bijvoorbeeld samenhangt met fysieke omgevingsfactoren. Als je in een geïsoleerd, dor gebied met hier en daar een grassprietje woont, moet je wellicht knokken met je buurman om het ‘recht’ wiens schaap het beetje gras mag eten. Terwijl mensen die woest zeewater als gemeenschappelijke vijand hebben misschien meer gebaat zijn bij samenwerking in plaats van elkaar te beconcurreren, vooral als ze in een gebied wonen dat centraal op handelsroutes ligt. Fysieke omgevingsfactoren kunnen bepalend zijn voor het tot stand komen van cultuur, net zo goed als cultuur kan leiden tot het actief ingrijpen in de fysieke omgeving.

In dat licht bezien is het westerse streven om de rest van de wereld te democratiseren eigenlijk niets anders dan een manier om hen onze manier van leven en onze manier van economie bedrijven op te leggen. Dat komt ons namelijk het beste uit. Helaas zijn de resultaten er niet naar.

Ik ben geen cultuurrelativist, maar onderken wel dat elke cultuur in zijn eigen context functioneel kan zijn. Het cultureel ingrijpen door westerse culturen in andere culturen ligt misschien wel aan de basis van de vele conflicten die er her en der heersen. En niet alleen ver van ons bed, maar ook bij ons thuis. Want tot mijn spijt moet ik steeds vaker constateren dat veel mensen uit niet-westerse culturen die onder ons leven, zich impliciet of expliciet verzetten tegen de westerse culturele sociale orde. Zelfs als ze willen participeren, willen ze tegelijkertijd vasthouden aan hun eigen culturele ideeën over wat wenselijk is. Daaronder zit verrassend vaak ook het idee dat een mate van geweld of het schenden van andermans rechten moet kunnen. Niet omdat het moet kunnen, maar omdat het principe van de Rechtsstaat bij hen niet leeft. Voor hen is het leven één grote pijpkaneel, en wie het hardste zuigt krijgt het grootste deel. Die houding zit zó diep verankerd, dat je die er niet zomaar uit krijgt. Je kunt democratiseren wat je wilt, maar dat gaat niet werken. Als het al werkt dan zie je dat democratie vaak gaat dienen om autocratieën van een legitiem randje te voorzien, maar vaker nog schept het alleen maar weerstand en tegenwerking, vooral ook omdat conflictbenaderingen en powerplay voor sommige mensen (ongeacht geografische herkomst) de culturele norm is.

Ten slotte wil ik nog even duidelijk maken dat ik hier natuurlijk een ideaaltypische tweedeling heb gemaakt. In de alledaagse werkelijkheid liggen de grenzen minder scherp. Er zijn wel degelijk ‘niet-westerse allochtonen’ die in ene of andere mate de cultuur van de Rechtsstaat met zich meedragen, net zoals er autochtonen zijn die in zekere zin de feodale tijden niet ontstegen zijn. Maar op een sociologisch niveau denk ik wel dat mijn verhaal stand houdt.

Is Zwarte Piet racistisch?

Het lijkt erop dat Zwarte Piet zijn langste tijd heeft gehad: elk jaar wordt de kritiek op deze figuur sterker, en deze kritiek wortelt steeds beter in den Hollandschen bodem. Als deze trend doorzet, dan zal er op enig moment een situatie ontstaan dat een meerderheid van de Nederlandse bevolking vindt dat Zwarte Piet echt niet meer kan. Een nieuwe sociale norm is dan een feit geworden.

Als het om normen gaat, is de waarheid uiteindelijk niet zo van belang. Dat wil zeggen, wat waar is, is niet zozeer van belang, maar wat men voor waar acht des te meer. Alexis de Tocqueville zei al eens dat “een verkeerd maar duidelijk en precies idee in de wereld meer kracht zal hebben dan een juist maar ingewikkeld idee”. De nieuwe waarheid die nu omtrent Zwarte Piet geconstrueerd wordt is net zo’n verkeerd en precies idee als de oude waarheid.

Is Zwarte Piet nu wel of niet racistisch? Ik heb zelf geen kinderen en houd me dus nauwelijks bezig met het jaarlijkse Sinterklaas-circus. Maar ik zie wel elk jaar bij het zappen fragmenten uit het Sinterklaasjournaal en de Club van Sinterklaas, en het lijkt mij overduidelijk dat de dommigheid waarvan de hedendaagse Zwarte Pieten zich bedienen zijn oorsprong vindt in het stereotype van de domme neger. Dat is ook wat er door tegenstanders betoogd wordt in het discours over Zwarte Piet: Jan Schenkman zou in zijn boek van 1850 een zwarte knecht geïntroduceerd hebben die gebaseerd is op stereotype ideeën over donkere mensen. Dan is wellicht zo, maar zulks is de vraag niet. De vraag is, of het cultureel ook zo door de mensen ervaren is en wordt.

Wat er gebeurd is met het fenomeen Zwarte Piet tussen 1850 en 2013, hoe deze figuur zich cultuurhistorisch ontwikkeld heeft, hoe deze aan veranderingen onderhevig is geweest, is een vraag die slechts weinig mensen zich stellen. Het gevolg is dat we een statisch beeld ontwikkelen van de figuur Zwarte Piet. We bekijken hem vanuit het perspectief van vandaag, of het perspectief van 1850, maar we negeren de diverse stadia die dit fenomeen heeft doorgemaakt, stadia die misschien wel heel interessant kunnen zijn voor het inzicht, voor een juist maar ingewikkeld idee.

Zo liep ik een jaar geleden tegen een artikel op groene.nl aan, dat betoogt dat de figuur van Zwarte Piet zijn oorsprong vindt in de heidense doden- en vruchtbaarheidscultus en via de figuur van de harlekijn in onze tijd terechtgekomen is. Maar het meest interessante wat het artikel betoogt, is dat in de Nederlandse culturele beleving het racistische aspect van Zwarte Piet pas een rol is gaan spelen na 1960, toen de eerste gekleurde rijksgenoten naar Nederland kwamen. Dit racistische aspect zou dan niet eeuwenoud zijn, maar dus van zeer recente oorsprong.

Of deze these hout snijdt heb ik niet onderzocht, maar cultuurwetenschappelijk gezien zou het enorm interessant zijn dat eens te doen. Ik bedoel, laten we wel zijn, tot diep in de jaren 50 was het niet erg waarschijnlijk dat je als gemiddelde Nederlander regelmatig in contact kwam met zowel Zwarte Pieten als gekleurde mensen. Het is dus zeer wel mogelijk dat voor 1960 Zwarte Piet niet in racistische termen werd beleefd.

Cultuur is altijd in beweging, zelfs al denken we te weten dat we met een eeuwenoude traditie te maken hebben. Een cultuurwetenschappelijk inzicht op het fenomeen kan dat beeld niet alleen rechtzetten, het kan zelfs handvatten aandragen om de figuur van Zwarte Piet van een nieuwe betekenis te voorzien, een betekenis die bovendien de banden met zijn oorsprong herstelt. Bovenal kan het ons doen inzien dat Zwarte Piet kan zijn wat we willen dat hij is.