Pieter oreert…

voor de sozial freischwebende Intelligenz

sociologie




Sturmabteilung

“Hitler is the commonest little swine I have ever encountered.”   – Neville Chamberlain

Laat ik er maar ronduit voor uitkomen: naast alle wetenschappelijk gevalideerd kennis op het gebied van gedrags- en maatschappijwetenschappen, geloof ik ook in een obscure theorie die balanceert op het randje van persoonlijkheidspsychologie en sociologie, afkomstig uit wat vroeger het westen van de Sovjet Unie was. Sommigen zien die theorie als protowetenschap, anderen zouden op diplomatieke wijze zeggen dat zulke theorieën onder het kopje ‘controversiële kennis’ valt. Derden stellen ronduit dat het gaat om pseudowetenschap die verklaard kan worden middels het Forer-Effect.

Hoe deze theorie heet of wat deze theorie beweert, is voor u als lezer niet relevant. Wat voor mij persoonlijk relevant is, is dat ik met deze theorie, in samenhang met andere theorieën en modellen uit de gammawetenschappen, redelijke voorspellingen kan doen over het gedrag van andere mensen, snel inzicht heb in de essenties van hun denken en doen. Ik werk als kok voor een uitzendbureau op diverse locaties, en kan over het algemeen al bij binnenkomst op een voor mij nieuwe locatie aan de gezichten en de lichaamstaal van de medewerkers in een oogopslag zien in hoeverre ik met die mensen goed door één deur kan. Dit helemaal los van bijvoorbeeld de sociale klassen waaruit mensen afkomstig zijn, of wat hun etniciteit is. Zo zijn er chef koks die mij, kok met twee linkerhanden, graag zien komen, niet snappend dat zij mij niet waarderen omdat ik zo’n goede medewerker zou zijn, maar voornamelijk omdat we psychologisch op één lijn zitten. If you dislike someone, the way they hold their spoon can enrage you. But if you like someone, they can spill a bowl of soup into you lap and you won’t mind…

Datzelfde antipositivistische talent zorgt ervoor dat wat er nu in Amerika gebeurt met Donald Trump en de club die om hem heen staat, mij helemaal niets verbaast! Trump is gewoon het achterneefje van Benito Mussolini. Iemand die de wereld ziet in termen van machtsverhoudingen, en dan voornamelijk fysieke machtsverhoudingen. Zijn talent is dat hij in één oogopslag kan inschatten, hoe veel druk (fysiek dan wel sociaal) een ander op zijn omgeving kan uitoefenen en hoe vatbaar de omgeving is voor de druk die hij er zelf op uitoefent. Iemand die wilskracht, psychologische druk en intimidatie, en desnoods fysiek geweld, als voornaamste middelen ziet om zijn doelen te realiseren, en goed is in het doseren van die middelen. Het hoofddoel is het veroveren en uitbreiden van fysiek territorium, want alles in zijn territorium valt hem automatisch toe. De keerzijde van deze medaille is dat hij zwak is in waar ik sterk in ben. Mijn vermogen om in een oogopslag een gedifferentieerde karakterschets van andere mensen te maken, of andere sociale fenomenen, krijgt bij mensen als Trump een pathologisch karakter: de niet-tastbare aspecten van de -sociale- werkelijkheid worden door hem slecht waargenomen en daardoor in paranoïde en fantastische termen geduid (net zoals zijn sterke kant mijn zwakke punt is; ik kan psychisch en fysiek geweld alleen in zwart-wit dosering toepassen, gelukkig is er slechts een handjevol mensen dat dit ondervonden heeft). Hij is wellicht geen ideologische fascist, maar hij is beslist fascistisch in zijn psychologie. Net zoals veel van zijn kiezers de facto fascisten zijn, egocentrische mensen, met paranoïde ideeën, bang dat anderen hen een poot uitdraaien, niet inziend dat het hun eigen drijfveer is om anderen een poot uit te draaien. Mensen die willen krijgen en niet terug willen geven. “Ik-Alles-Nu”. Voor zulke mensen bouwde Hitler goede Autobahnen, liet Mussolini de treinen op tijd rijden. Zal Trump Amerika weer groots maken.

Wat ik dan wel weer grappig vind is dat er hele horden mensen zijn die denken dat je bij types als Hitler, Mussolini en Trump met praten iets bereikt. Dat je iets bereikt met argumenten en feiten, door hun overduidelijke leugens voor het voetlicht te brengen. Praten zien de Trumps van deze wereld als zwakte, als iets dat aangevallen kan worden, en aanvallen, dat is wat ze het liefste doen, geen grotere glorie dan dat. Het beste wat Europa nu kan doen, is weglopen van alle onderhandelingstafels en niet meer terugkeren voordat de Amerikanen weer een leider hebben met enig respect voor de rechtsstaat. Want geef Trump één vinger, en hij neemt niet je hele hand, maar je hele lijf, en als dat gemakkelijk afgaat, ook nog dat van je vrouw en je kinderen. Maar ik denk dat het nog heel lang duurt eer West Europa zich realiseert dat je niet de geit én de kool kunt sparen.

Zo’n twee jaar geleden stond ik in de supermarkt waar dikke rijen zich voor de kassa hadden gevormd. In één ervan stond een aso met zijn zoontje te mopperen dat het hem niet snel genoeg ging, op een brutaal-verontwaardige toon roepend “drie in de rij, kassa erbij!”, want hij liet zich natuurlijk niet naaien door zulke schofterige service van de goedkoopste supermarkt van het land. Toen er een medewerker kwam met de mededeling dat de eerstvolgende zich bij kassa 5 mocht melden, stoof hij erheen, klanten passerend die eigenlijk eerder dan hijzelf aan de beurt waren. Het is dit soort persoonlijkheid dat zich het sterkst aangetrokken voelt tot types als Trump, dat zichzelf op nummer één zet zonder zich te realiseren dat wederkerigheid uiteindelijk toch het langst duurt. Deze winkelende man had die dag de slag gewonnen, maar heeft zich niet gerealiseerd dat hij de oorlog van het leven verloren heeft, omdat wederkerig handelende mensen doorgaans mensen zoals hij zullen gaan mijden. Hij zal uiteindelijk nooit de vruchten van hun wederkerigheid plukken, want alleen al het bestaan van zulke vruchten zal voor hem verborgen worden gehouden. Hij zal zich dat ook nooit realiseren, overtuigd als hij is van zijn eigen gelijk en de inherente slechtheid van andere mensen, vooral die mensen die het beter hebben, of lijken te hebben, dan hijzelf. Daarom kijkt hij naar TV series die zijn wereldbeeld bevestigen, zoals politieseries die zich afspelen in Amsterdam of Maastricht, waarin in één tv-seizoen meer moorden worden gepleegd dat in het echte Amsterdam of Maastricht in een heel jaar. Of naar films die bol staan van gewelddadige confrontaties tussen goede en kwade machten, want “zo zit der wereld nu eenmaal in elkaar”.

Het ligt voor de hand dat zulke types, die bijzonder veel bewondering hebben voor mensen als Trump, nu voelen dat hun tijd gekomen is en zich zullen organiseren, in formele groepen, of in groepen die materieel niet aan te wijzen zijn, maar sociologisch toch als zodanig functioneren. Zo las ik eerder deze week over Bikers for Trump, motorrijders die zeggen Trump door dik en dun te willen steunen. Mensen die hun kans ruiken, die aanvoelen dat onder Trump hun grensoverschrijdend gedrag geen strobreed in de weg zal worden gelegd. Je moet wel ontzettende oogkleppen ophebben om niet te zien dat dit een soort Sturmabteilung in de maak is. Een van de vele. Die kan Trump in de toekomst mooi benutten in het spel zijn tegenstanders voortdurend te provoceren, zodat hij zich op een opportuun moment het recht kan aanmatigen de tweede klap uit te delen, desnoods door te liegen dat de tegenstander als eerste geweld gebruikte.

Jaren terug, toen de crisis net begonnen was, kreeg ik tijdens een etentje bij een vriendin een zeer hoog oplopende discussie met haar. Zij meende dat de crisis met een jaar of twee wel weer voorbij zou zijn, ik beweerde dat wereldwijd steeds meer mensen in het nauw gedreven worden, en dat dit uiteindelijk tot niets anders kon leiden dan tot revoluties en oorlogen. De economische crisis was mijns inziens niet een tijdelijk dipje, maar het begin van alle ellende. Mijn ideeën werden uitgemaakt voor klinkklare onzin, ik moest me vooral niet inbeelden dat ik de wijsheid in pacht had.

Maar tot op heden lopen de zaken zoals ik verwacht had. We hadden al Al Qaida. Velen denken dat het hier gaat om middeleeuwse barbaren die het moderne licht nog niet hebben gezien, maar Al Qaida is juist een postmodern fenomeen, sociologisch duidbaar als een verworvenheid van de politiek losgeslagen massa die in opstand komt tegen de burgerlijk-kapitalistische maatschappelijke ordening. Daar zijn ISIS in Syrië, Poetin in Rusland, Erdogan in turkije, Szydło in Polen, Orban in Hongarije, Duterte in de Filippijpen, Brexit, en Trump bijgekomen. Straks wellicht Le Pen, Wilders en wie weet wie allemaal nog meer. Waar dit onvermijdelijk toe leidt? Op sociologische schaal zien we hier niets minder dan het gedrag van groepen (en niet zozeer van individuele mensen) die zich voorbereiden op gewelddadige confrontaties, alhoewel individuen in die groepen zich daar waarschijnlijk helemaal niet van bewust zijn. Met salamitactieken worden mensen langzaam maar zeker gereed gemaakt, maar zullen zich pas realiseren waarin ze verzeild zijn geraakt als het al veel te laat is om zich er nog aan te kunnen onttrekken. De sociale werkelijkheid heeft zo zijn eigen mechanismen en regels, los van het denken en doen van individuele mensen. Het is niet vijf voor twaalf, maar vijf over! De schaamteloze leugens over de bezoekersaantallen tijdens de inauguratie van Trump, zuiver bedoeld om de pers te intimideren, vormen het bewijs. De verkiezingsretoriek voorbij.

Ik meen me een interview met de kettingrokende Helmut Schmidt te herinneren waarin hij zei, of iemand citeerde, dat als de VS niet meer democratisch zijn, de westerse democratie voorbij is. Daarmee bedoelde hij natuurlijk de liberal democracy, de rechtsstaat. Wel, het machtigste land ter wereld heeft nu een president die totaal een broertje dood heeft aan de rechtsstaat, aan de cultuur van de liberale democratie. Nu lees ik commentaren die erop wijzen dat er nog voldoende institutionele structuren in Amerika zijn die Trump in toom kunnen houden, maar dat is niet de vraag. De vraag is in hoeverre die structuren in staat zullen zijn zich te verweren tegen al die Sturmabteilungen. Het is namelijk geen pretje als je als wetgever, wetshandhaver of journalist geconfronteerd wordt met outlaw bikers die intimiderend door je straatje in je nette buitenwijk rijden, even gas terugnemend op het moment dat ze langs je huis rijden en veelbetekenend naar je grijnzen.

Update 23 juni 2017: Wat Trump vooralsnog nog niet begrepen lijkt te hebben, snapt Erdogan blijkbaar wel:
NCTV: ‘Extreem-nationalistische Turkse organisatie richt afdeling op in Nederland’

“Het is logisch dat de pensioenleeftijd omhooggaat”

Zomaar een citaat uit de Volkskrant:

Een voorbeeld: als mensen ouder worden, is het absurd dat ze een lange periode van hun leven ‘vakantie’ hebben. Het is logisch dat de pensioenleeftijd omhooggaat.

Dat is dus helemaal niet logisch. Het is misschien een noodzakelijk kwaad dat de pensioenleeftijd omhoog moet, maar niet logisch. Het idee dat het logisch is dat de pensioenleeftijd omhoog moet, is de dooddoener van dit decennium.

In de discussie over de pensioenleeftijd wordt er door veel mensen gegoocheld met cijfers. De meesten zijn niet van alle cijfers op de hoogte, enkelingen (bijvoorbeeld goed geïnformeerde politici) verzwijgen bewust het hele verhaal om de problematiek op een voor hun gunstige manier te framen. Daarom in dit blog even een paar puntjes op de i.

Een van de belangrijkste onderbouwingen voor de noodzaak om de pensioenleeftijd te verhogen, is dat de gemiddelde leeftijd stijgt. Dat is -technisch gesproken- waar, maar ongenuanceerd. De gemiddelde levensduur stijgt niet zozeer omdat mensen ouder worden en daardoor een veel langere oude dag hebben, maar omdat steeds minder mensen voor hun 50e levensjaar aan allerlei ongeneeslijke ziektes sterven, dankzij medische vooruitgang. Het aantal mensen dat überhaupt de respectabele leeftijd van 65 jaar haalt, die stijgt!

De gemiddelde levensduur wordt door statistici, zoals die van het Centraal Bureau voor de Statistiek, gemeten vanaf het 0e levensjaar, of vanaf het 65e levensjaar. De grap is nu dat  de levensduur die ons resteert als we eenmaal een leeftijd van 65 jaar hebben bereikt, veel minder stijgt dan dan wanneer we die meten vanaf het 0e levensjaar. Bovendien zijn veel van die cijfers waar men nu mee rekent, geen historische getallen, maar prognoses. Je moet als statisticus of beleidsmaker toch iets, maar we moeten nog afwachten of die prognoses ook uitkomen.

Waarom zouden die prognoses niet uitkomen? Laten we daarvoor eerst nog een ander aspect belichten: het is waar dat we gemiddeld steeds ouder worden, maar dat wordt de laatste decennia steeds meer veroorzaakt door medische vooruitgang. Vroeger ging je heel gemakkelijk dood aan een ziekte als kanker, tegenwoordig zijn de behandelingen zo goed dat er een redelijke overlevingskans is. Sterker nog, het is de verwachting dat in de naaste toekomst kanker niet langer een dodelijke ziekte zal zijn. Dat betekent niet dat kanker uitgeroeid zal zijn, maar dat kanker verandert van een dodelijke ziekte in een chronische ziekte. Chronische ziektes zijn kostbaarder dan dodelijke ziektes (tenminste, als we niet op slinkse wijze op creatieve wijze gaan boekhouden en gederfde opbrengsten wegens vroegtijdig overlijden op gaan voeren als kosten). Het gevolg daarvan zal zijn dat de zorgkosten enorm zullen stijgen. Het is maar de vraag hoe lang we, als samenleving,  dergelijke stijgingen kunnen dragen. De kans bestaat dat we in de toekomst behandelmogelijkheden hebben, maar dat we die niet kunnen betalen. Dan gaan mensen alsnog ‘voortijdig’ dood. het alternatief is dat we ze wel betalen, maar dan kunnen we ons geen toetje meer veroorloven tijdens de avondmaaltijd, maat alle gevolgen van dien voor de consumptieve en productieve economie, waarmee we het geld verdienen om die zorgkosten te kunnen betalen. Nu zullen er ongetwijfeld mensen opstaan om te beweren dat gezondheidszorg ook economie is, maar dergelijke lariekoek gaat bij mij het ene oor in en het andere uit.

Het is dus waar dat we gemiddeld ouder worden, maar het aantal jaren dat we doorbrengen met chronische ziektes en in als slecht ervaren gezondheid, neemt ook navenant toe. We worden niet alleen ouder, maar ook ziekelijker! Gemiddeld gesproken uiteraard, de een wordt vitaal oud, een ander zal al kwakkelend de oude dag doorstaan. Vraag is dan of we onder zulke omstandigheden nog steeds economisch productief kunnen zijn als we de pensioenleeftijd ophogen. Ik denk dat bijvoorbeeld werkgevers helemaal niet zitten te wachten op stijgende kosten door ziekteverlof, kosten die ook zullen stijgen als de pensioenleeftijd niet omhoog gaat, maar nog sterker zullen stijgen als die wel omhoog gaat. Het is dus helemaal niet logisch om de pensioenleeftijd op te hogen. Aan die logica ligt namelijk de impliciete, ondoordachte veronderstelling ten grondslag dat mensen vitaal ouder worden, in minstens gelijkblijvende gezondheid. Op basis van wat we nu weten, zal dat niet het geval zijn.

Zoals gezegd, dat wil niet zeggen dat het niet noodzakelijk is om maatregelen te treffen, want het kan goed zijn dat de oudedagsvoorziening in zijn huidige vorm onbetaalbaar wordt. Maar er zijn wellicht andere manieren om dat te ondervangen. Bijvoorbeeld door tijdens het werkzame leven meer pensioen- en AOW premies te reserveren, waar op zich uiteraard ook nadelen aan kleven. Zulke mogelijkheden worden niet onderzocht, omdat ‘het logisch is dat de pensioenleeftijd omhoog gaat’.

Brexit als Zwarte Piet

“Maar vooral een referendum dat in oktober in Italië plaatsvindt over veranderingen in het politieke stelsel wordt door beleggers met argusogen tegemoet gezien. Italië is een sleutelnatie binnen de Europese Unie. Na Griekenland heeft het de grootste staatsschuld en het veruit zwakste bankensysteem. Liefst 600 Italiaanse banken hebben voor 370 miljard euro aan giftige leningen op de balans staan. Dat is eenderde van het totaal bedrag aan leningen van Europese banken dat zo goed als oninbaar is en die eigenlijk moet worden afgeschreven.”

Aldus de Volkskrant in een artikel over de gevolgen van de Brexit, het referendum dat steeds meer de zwarte piet toegespeeld krijgt voor de inmiddels instortende economie. Dat die instorting voorspeld is door “mavericks” die ook de crisis van 2008 hadden voorspeld, wordt voor het gemak maar even weggelaten, want het is voor politici natuurlijk gemakkelijker om Nigel Farage als zondebok aan te wijzen dan om hand in eigen boezem te steken.

De Brexit is niet de oorzaak van de huidige problemen, maar slechts de druppel die de emmer doet overlopen. Hadden de Britten voor een Remain gekozen, dan was er vroeg of laat wel een andere druppel gekomen, want in de kern is de economie zo labiel als iemand die een zenuwinzinking nabij is. Klets ik onzin en weet ik niet waar ik het over heb? Verklaart u mij dan maar eens waarom Duitsland vorige week negatieve rente betaalt op 10-jarige staatsleningen. Voor het geval u dit niet begrijpt: als u geld aan Duitsland wilt uitlenen voor een periode van tien jaar, dan krijgt u geen rente, maar moet ú rente aan Duitsland betalen! Voor een lening met een looptijd van tien jaar! Ik herhaal: 10 jaar!

Ik zeg u: buckle up for safety! Men heeft de kredietcrisis van 2008 proberen op te lossen door het maken van nog meer schulden, en die schuldenberg hangt nu als een molensteen om de nek van de wereldeconomie. Bij de volgende crisis, die nu voorzichtig begonnen lijkt te zijn, zullen we ons niet meer kunnen redden door het bijdrukken van geld en het maken van nog meer schulden.

Game over…

De Psychologie van de Griekse Economie

Ik herinner me een uitzending van het TV-programma Buitenhof uit 2008, waarin de economen Bas Jacobs en Arjo Klamer met elkaar in discussie gingen. Jacobs stelde in die uitzending dat je niet-economische factoren niet in je economische analyses moet betrekken. Sterker nog, hij verwees de psychologische kanten van de economie doodleuk door naar psychologen!

Gisteren in Nieuwsuur deed Jacobs weer een uitspraak die alleen waarde heeft binnen een benauwd economisch-wetenschappelijk kader, namelijk dat het geheel van het Griekse schuldenprobleem overzichtelijk en dus oplosbaar is. Ik beweer het tegendeel.

Iedereen die een beetje verstand heeft van sociale wetenschappen, zoals psychologie, sociologie, antropologie en politicologie, kan zien dat Griekenland geen goed functionerende rechtsstaat is zoals bijvoorbeeld veel West-Europese landen dat wel zijn. De Grieken hebben gisteren democratisch gestemd tegen de Europese hervormingsvoorstellen, maar zoals ik elders al betoogde, betekent democratie nog niet dat je een goed functionerende rechtsstaat hebt. Het land staat bol van corruptie, vriendjespolitiek en een cultuur die erop uit is om wel de lusten te genieten, maar vooral geen lasten te dragen. Dat mag u kort door de bocht vinden, maar alleen al het simpele feit dat de Grieken zich op de borst slaan voor het democratische succes van hun referendum zonder te beseffen dat de rest van Europa de lasten draagt en zich daar niet democratisch over heeft kunnen uitspreken, is niets minder dan een gotspe, een onderhandeltruc van een verwend kind. Het zijn namelijk wél uw en mijn belastingcenten die nodig zijn om bijvoorbeeld een deel van de Griekse schulden kwijt te schelden. De meerderheid van de Grieken doet alsof die realiteit helemaal niet bestaat, alsof geld aan de olijfbomen groeit. Je hoeft de euro’s er alleen nog uit te plukken zodra ze rijp zijn.

In mijn beleving is Griekenland niets minder dan een verslaafde junk die bij je komt bedelen om geld onder het voorwendsel van dat geld naar een afkickcentrum te gaan, om vervolgens naar de eerste de beste dealer te rennen om drugs te kopen. Als je hem daar vervolgens mee confronteert, krijg je een een narcistische woede-uitbarsting over je heen, alsof jij degene bent die schuldig is aan alle problemen. Je wordt dan uitgemaakt voor asociale tyfuslijer en een krenterige kankerklootzak. Of terrorist, een woord dat Varoufakis in de mond nam. Het is typisch voor egoïsten om anderen van egoïsme te beschuldigen en zichzelf daarmee vrij te pleiten. En passant is al het geld door de WC gespoeld en is niemand er beter op geworden. Sterker nog, de verhoudingen zullen alleen maar duurzaam verslechterd zijn.

Als we Griekenland en de Grieken echt vooruit willen helpen, economisch én cultureel, dan moeten de Europese regeringsleiders hun poot stijf houden. Schuldenverlichting is pas een optie als Griekenland daadwerkelijk heeft laten zien een culturele omslag gemaakt te hebben, en niet op voorhand. Opmerkelijk genoeg is dit wat de rest van Europa al voorgesteld heeft: “Over schuldreductie valt te praten, op voorwaarde dat jullie eerst je gedrag duurzaam veranderd hebben!” Maar dat willen de Grieken niet, die willen eerst hún zin krijgen. Een beter bewijs dat Griekenland een puberale cultuur heeft is er niet.

Maar uiteraard heb ik ongelijk en moet ik niet-economische factoren volgens types als Bas Jacobs niet in mijn economische analyses betrekken…

Subsidiestop

Vandaag las ik op Volkskrant.nl een kort interview met Bram van Ojik, fractievoorzitter van GroenLinks. Hierin impliceert Van Ojik dat het een slechte zaak is dat migrantenorganisaties geen subsidie meer krijgen, omdat deze organisaties belangrijk zijn voor het maatschappelijk debat.

Op deze reflex valt nog wel het een en ander af te dingen. Enige jaren terug besloot de Gemeente Rotterdam al dergelijke subsidies in te trekken, daar waar Amsterdam er vrolijk mee door ging. En wat bleek uit sociaalwetenschappelijk onderzoek? Dat de migrantenorganisaties in Rotterdam zich voor het eerst daadwerkelijk gingen inspannen voor de belangen van hun achterban, daar waar de Amsterdamse migrantenorganisaties hun oren veel te veel lieten hangen naar het beleid van de gemeente. Of anders gezegd: deze organisaties bestaan voornamelijk om middelen uit de subsidieruif te scheppen en reeds uitgestippeld overheidsbeleid uit te voeren en te legitimeren.

Achteraf bezien eigenlijk heel logisch: wie betaalt, bepaalt. Het stoppen van subsidies voor migrantenorganisaties zou wel eens een geschenk uit de hemel kunnen zijn voor migranten zelf, in plaats van de zelfbenoemde leiders uit hun midden.

Democratie

Als je de opiniestukken van de afgelopen dagen leest, dan zie je breed, links en rechts, het besef doorbreken dat de Westerse houding tegenover wat er gebeurt in het Midden-Oosten en de Oekraiene niet meer houdbaar is. Er moet een andere koers gevaren worden, vooral ook omdat allerlei ontwikkelingen ook de situatie in westerse landen zelf raken: het is niet langer een ver van mijn bed show.

Laat ik zelf ook een duit in het zakje doen en mijn analyse geven van het probleem. Volgens mij is de essentie van het foutieve denken in de westerse geest de gedachte dat westerse landen op de eerste plaats democratieën zijn. Andere landen en delen van de wereld zijn vanuit die visie gezien onderontwikkeld, maar kunnen op een hoger plan getild worden door ze te democratiseren. Dus proberen we, goedschiks of kwaadschiks, democratie te verspreiden. Waar dat toe geleid heeft, kunnen we zien in landen als Irak en Afghanistan: failed states waar anarchie dan wel burgeroorlog heerst, waar verschrikkelijke wreedheden plaatsvinden. Of Rusland, een land dat formeel een democratie maar feitelijk een autoritaire dictatuur is.

We zien het op veel plaatsen in de wereld: invoering van democratie brengt niet wat men ervan verwacht. Dat is logisch, want democratie is niet een doel, maar een middel tot een doel. En dat doel is de Constitutionele Rechtsstaat. Ik schrijf dat begrip uitdrukkelijk met hoofdletters, om het belang ervan te onderstrepen.

Jean-Jacques Rousseau

Jean-Jacques Rousseau, filosoof en schrijver van Het Maatschappelijk Verdrag, hét werk waarin de principes van de moderne rechtsstaat zijn uitgewerkt.

Wat westerse landen tot westerse landen maakt, is niet dat ze democratisch zijn, maar dat ze rechtsstaten zijn: staten waar macht gereguleerd en beperkt worden door het Recht, dat breed gedragen wordt door de bevolking, omdat iedereen geeft en neemt. Zodat niet ‘het recht van de sterkste’ regeert, de een alleen maar neemt terwijl anderen alleen maar geven. Om het recht geen speelbal van willekeurige meerderheden en de waan van de dag te laten zijn, hebben veel van deze rechtsstaten een grondwet, waarin de principes van de rechtsstaat geformuleerd zijn, principes die doorgaans alleen met zeer ruime meerderheid en strenge procedures te wijzigen zijn.

Waar het in de kern om gaat: westerlingen hebben lange tijd geloofd dat niet-westerlingen gemakkelijk te winnen zijn voor het idee van de rechtsstaat, alhoewel ze daarbij de begrippen democratie en rechtsstaat verwarren. Met alle gevolgen van dien, want een rechtsstaat is een cultuurfenomeen (in het bijzonder een cultuurfenomeen van de burgerlijk-kapitalistisch georganiseerde samenleving) en dus moeilijk over te brengen op een andere cultuur. Democratie naar zulke landen brengen verandert niets aan hun cultuur en brengt niet per definitie een rechtsstaat tot stand. Ik bedoel, wat is een democratie waard als die erop neer komt dat je mag kiezen wie zich de komende vier jaar als despoot mag gedragen? Het is zelfs nog sterker: neem Singapore, een land dat op de negende plaats van de Rule of Law Index staat, terwijl het de facto een eenpartijstaat is! Een land dat een eerlijke, transparante overheid heeft, waar je veilig kunt wonen, werken en ondernemen, maar die niet een democratie heeft die vergelijkbaar is met de onze. Need I say more?

Lang geleden, zeg zo’n duizend jaar terug, werd Europa geregeerd door het ‘recht van de sterkste’. Dat had de vorm van een feodaal stelsel waarbij de adel voornamelijk middels het principe van geweld (plus een vleugje religie om het te rechtvaardigen) de bevolking kon knechten, dus van recht was eigenlijk geen sprake. Ethisch gezien is daar principieel niets mis mee; het is een manier om de wereld te ordenen. Maar toch is er in de afgelopen duizend jaar iets veranderd. De economische macht is geleidelijk verschoven naar lagere standen in de samenleving, waardoor een stand van burgers kon ontstaan: mensen die een zekere mate van welvaart kenden, maar geen macht middels geweld konden uitoefenen. Sterker nog, zij hadden hun welvaart juist te danken aan het feit dat ze bij het zakendoen geweld achterwege lieten. Om een lang verhaal nu kort te maken, deze ontwikkeling heeft uiteindelijk geleid tot de Verlichting: het gedachtegoed waarin alle mensen als gelijkwaardig worden beschouwd, en waarin geweld als middel om doelen te bereiken zoveel mogelijk wordt afgeschaft. Geweld wordt aan regels gebonden en alleen nog toegepast tegen hen die zelf als eerste het zwaard opnemen of de rechten van anderen schenden.

Nogmaals, ik wil duidelijk stellen dat moreel gezien een feodale sociale orde die gebaseerd is op hiërarchische verhoudingen en uitoefening van geweld als machtsmiddel, niet minderwaardig is aan een sociale orde die gebaseerd is op het Verlichtingsdenken. Ik durf zelfs te stellen dat het Verlichtingsdenken, dat bij uitstek een burgerlijke manier van denken is, niets meer of minder is dan een rationalisering achteraf voor een burgerlijk-kapitalistische sociale ordening van de samenleving. Een manier om de feodale maatschappelijke orde in het morele verdomhoekje te plaatsen. Ook daar is trouwens, moreel gezien, niets mis mee: all’s fair in love and war.

Terug naar de kern van het probleem: er zijn grote delen van de wereld waar de burgerlijk-kapitalistische sociale orde met haar Verlichtingsdenken niet van toepassing is, en waar nog steeds in zekere mate het recht van de sterkste geldt, zowel op het niveau van individuen en kleine groepen als op het macroniveau van samenlevingen. En net zoals onze burgerlijk-kapitalistische sociale orde een cultuurverschijnsel is, zo zijn de sociale ordeningen elders in de wereld ook cultuurverschijnselen, en alleen al daarom moeilijk van buitenaf te veranderen. Vooral ook omdat cultuur niet iets autonooms is, maar bijvoorbeeld samenhangt met fysieke omgevingsfactoren. Als je in een geïsoleerd, dor gebied met hier en daar een grassprietje woont, moet je wellicht knokken met je buurman om het ‘recht’ wiens schaap het beetje gras mag eten. Terwijl mensen die woest zeewater als gemeenschappelijke vijand hebben misschien meer gebaat zijn bij samenwerking in plaats van elkaar te beconcurreren, vooral als ze in een gebied wonen dat centraal op handelsroutes ligt. Fysieke omgevingsfactoren kunnen bepalend zijn voor het tot stand komen van cultuur, net zo goed als cultuur kan leiden tot het actief ingrijpen in de fysieke omgeving.

In dat licht bezien is het westerse streven om de rest van de wereld te democratiseren eigenlijk niets anders dan een manier om hen onze manier van leven en onze manier van economie bedrijven op te leggen. Dat komt ons namelijk het beste uit. Helaas zijn de resultaten er niet naar.

Ik ben geen cultuurrelativist, maar onderken wel dat elke cultuur in zijn eigen context functioneel kan zijn. Het cultureel ingrijpen door westerse culturen in andere culturen ligt misschien wel aan de basis van de vele conflicten die er her en der heersen. En niet alleen ver van ons bed, maar ook bij ons thuis. Want tot mijn spijt moet ik steeds vaker constateren dat veel mensen uit niet-westerse culturen die onder ons leven, zich impliciet of expliciet verzetten tegen de westerse culturele sociale orde. Zelfs als ze willen participeren, willen ze tegelijkertijd vasthouden aan hun eigen culturele ideeën over wat wenselijk is. Daaronder zit verrassend vaak ook het idee dat een mate van geweld of het schenden van andermans rechten moet kunnen. Niet omdat het moet kunnen, maar omdat het principe van de Rechtsstaat bij hen niet leeft. Voor hen is het leven één grote pijpkaneel, en wie het hardste zuigt krijgt het grootste deel. Die houding zit zó diep verankerd, dat je die er niet zomaar uit krijgt. Je kunt democratiseren wat je wilt, maar dat gaat niet werken. Als het al werkt dan zie je dat democratie vaak gaat dienen om autocratieën van een legitiem randje te voorzien, maar vaker nog schept het alleen maar weerstand en tegenwerking, vooral ook omdat conflictbenaderingen en powerplay voor sommige mensen (ongeacht geografische herkomst) de culturele norm is.

Ten slotte wil ik nog even duidelijk maken dat ik hier natuurlijk een ideaaltypische tweedeling heb gemaakt. In de alledaagse werkelijkheid liggen de grenzen minder scherp. Er zijn wel degelijk ‘niet-westerse allochtonen’ die in ene of andere mate de cultuur van de Rechtsstaat met zich meedragen, net zoals er autochtonen zijn die in zekere zin de feodale tijden niet ontstegen zijn. Maar op een sociologisch niveau denk ik wel dat mijn verhaal stand houdt.

Zwarte Pieter volgens Verene Shepherd

‘Niet het feest van Sinterklaas is voor ons een probleem, maar de relatie tussen Zwarte Piet en Sinterklaas, zijn huidskleur en gedrag. Zwarte Piet wordt ondergeschikt gemaakt aan Sinterklaas.’ Aldus Verene Sheperd volgens Volkskrant.nl.

Sheperd heeft daar wel een punt: als ik een Nederlander van Afrikaanse afkomst was, zou ik het ook niet fijn vinden om voor een Turkse baas te moeten werken!

Voelsprieten

“Wie op wie geschoten heeft en hoeveel schoten er gelost zijn, is nog niet duidelijk. Verder onderzoek moet meer duidelijkheid geven over wat er precies is gebeurd.”

Even daarvoor in hetzelfde artikel:

“De handelswijze lijkt op een gerechtvaardigde en juiste zelfverdediging’, zei hoofdofficier van justitie Bart Nieuwenhuizen.”

(Bron: Volkskrant.nl)

Samengevat: men heeft nog lang geen volledig beeld van wat er precies gebeurd is, maar de juwelier en zijn vrouw zijn wél alvast de facto onschuldig bevonden. Dat zou m.i. 10 jaar geleden wel anders geweest zijn; dan was er waarschijnlijk sprake geweest van ontoelaatbare eigenrichting.

Het is duidelijk dat politiek en justitie in deze casus zeer gevoelige voelsprieten hebben voor wat er leeft in de samenleving…

Azijnpissers

In het algemeen is er in de geest van het volk alleen plaats voor eenvoudige concepten. Een verkeerd maar duidelijk en precies idee zal in de wereld altijd meer kracht hebben dan een juist maar ingewikkeld idee.
Alexis de Tocqueville – Over de Democratie in Amerika.

Een tijdje terug kondigde het nieuwe journalistieke platform De Correspondent aan dat historicus Rutger Bregman toetrad tot haar gelederen. De reacties bij deze aankondiging waren bijna allemaal positief. Een enkele uitzondering daargelaten, en die kreeg dan ook meteen de wind van voren. Deze persoon werd verweten kritisch te zijn zonder argumenten te noemen, in plaats van constructief te zijn. Als hij niets positiefs te melden had, moest hij maar opzouten!

In reactie daarop plaatste ik ook een kritische reactie. Mijn mening over de columns van Bregman, zoals ik ze las op de site van de Volkskrant, is dat hij zich als historicus vaak waagt aan het doen van uitspraken die neerkomen op het poneren van sociologische wetmatigheden, zonder goed inzicht te hebben in Sociologie als wetenschap, zowel inhoudelijk als methodologisch. Hij legt verbanden tussen zaken die geen verband hebben, en verheft niet-essentiële aspecten van fenomenen tot essenties en slaat daarmee de plank mis. Waar Bregman zich schuldig aan maakt, is het veralgemeniseren van historische details die zich niet lenen voor veralgemenisering. Niet dat historici geen gevoel voor het sociologische kunnen hebben, maar in tegenstelling tot bijvoorbeeld een Thomas von der Dunk bakt Bregman er niets van.

Ook ik werd vervolgens aangepakt. Bregman zelf reageerde beleefd door te zeggen dat hij zich niet in het geschetste beeld herkende, en dat ik maar met voorbeelden moest komen om mijn beweringen te staven. Ik zegde daarop toe dat ik erop zou terugkomen.

Toen ik echter over de situatie begon na te denken, begon een en ander mij behoorlijk te irriteren. Waarom zou iemand niet kritisch mogen zijn, of geen afwijkende mening mogen hebben? Waarom moet zo’n persoon meteen met sluitend wetenschappelijk bewijs komen die zijn mening objectiveert, daar waar anderen hun complimenten zonder enige vorm van onderbouwing mogen uiten? Ik besloot dat ze de pot op konden: laat anderen maar eerst beargumenteren wat er zo goed is aan de borrel- en papegaaienpraatcolumns van Bregman. Bovendien zouden mijn argumenten alleen maar olie op het vuur zijn, want weerstand overwin je in dit soort situaties niet met argumenten. Het gaat namelijk helemaal niet om argumenten.

Het is tegenwoordig heel gewoon om mensen die uit de toon vallen, meteen uit te maken voor azijnpissers, of hun gedrag te duiden met andere, al dan niet vriendelijker termen die op hetzelfde neerkomen. Dat je bijvoorbeeld een kritisch signaal als aanleiding ziet om jezelf af te vragen of de criticus wellicht een punt heeft, is vandaag de dag steeds minder aan de orde. Hoe moeten we deze ontwikkeling duiden?

Op dit blog heb ik hier en daar al eerder gesproken over de horizontalisering van de samenleving: het wegvallen van hiërarchische maatschappelijke verhoudingen en het meer gelijk worden van relaties tussen individuen onderling, maar ook tussen instituties en individuen ten gunste van de laatsten. Datgene wat we gewoonlijk democratisering en individualisering noemen. Aan die ontwikkeling zitten, zoals eerder toegelicht, zowel sociologische als psychologische aspecten. Een psychologische aspect is dat we steeds meer te maken krijgen met mensen uit generaties die niet gewend zijn met kritiek om te gaan, of het nou gaat om kritiek op henzelf of op iets of iemand anders. Zij zijn opgevoed en opgegroeid in een cultuur waarin het gewoon is geworden om bewondering uit te spreken voor van alles en nog wat, en heel vaak ook om niets. Bewondering die niet alleen geuit wordt met woorden, maar bijvoorbeeld ook met materiële beloningen.

Zo zijn er generaties ontstaan die bepaalde sociale vaardigheden hebben meegekregen. Vaardigheden die op het eerste gezicht heel wenselijk lijken. Mensen uit deze jonge generaties hebben zich vaak goed ontwikkeld in netwerken. Zij zijn, meer dan eerdere generaties, in staat doelen te realiseren door het aangaan en onderhouden van sociale relaties, daar waar oudere generaties het meer moeten hebben van, bijvoorbeeld, vakgerelateerde competenties. Het zijn bovenal generaties die in staat zijn tot wat ik voor het gemak maar even “ik-vind-jou-leuk – ja-ik-vind-jou-ook-leuk” gedrag noem. Oplettende psychologen hebben nu in de gaten dat ik het hier over een aspect van -al dan niet pathologisch- narcisme heb: we kunnen in toenemende mate alleen nog maar omgaan met mensen die ons positieve zelfbeeld bevestigen, die tegemoet komen aan onze behoefte aan narcistische gratificatie. In een samenleving die steeds meer leunt op dergelijke sociale verhoudingen is geen plaats meer voor afwijkende meningen, of die nou wel of niet met keiharde argumenten ondersteund worden. Ik zeg nogmaals: het gaat namelijk helemaal niet om argumenten. Het gaat om Likes; op facebook, maar ook ‘in real life’.

De keerzijde van deze medaille is dat nieuwe generaties minder goed hebben geleerd om te gaan met kritiek, zelfs al is die opbouwend bedoeld. Kritiek wordt dan als waardeoordeel geïnterpreteerd en als krenkend ervaren, want het veroorzaakt cognitieve dissonantie ten opzichte van het zelfbeeld. Een weinig geïndividueerd, sociaal geconstrueerd zelfbeeld dat vooral het resultaat is van hoe anderen je waarderen. Om dergelijke ‘aanvallen’ af te slaan, wordt kritiek gepareerd met sociale strategieën die moeten leiden tot het in het gareel dwingen van de afwijkende mening, of als dat niet lukt, tot sociale uitsluiting. Want “ik vind jou alleen maar leuk, als jij mij ook onvoorwaardelijk leuk vindt!” Uiteindelijk wordt je daar geen beter mens van.

Natuurlijk zijn er ook mensen die kritisch zijn om het kritisch zijn. Vaak zijn dat nare, anale of misantropische mensen die je liever uit de weg gaat, maar zelfs zij hebben een rol te vervullen in onze samenleving. Dit terzijde, want het is niet het soort kritiek dat centraal staat in mijn betoog.

Is deze trend te stuiten? Ik denk het niet, de trein dendert op dit moment al op hoge snelheid voort. Het gedrag van de jonge generaties past namelijk heel goed bij de eisen die deze tijd aan mensen stelt. In een samenleving die voor een belangrijk deel van gebakken lucht leeft, is vleierij de belangrijkste vaardigheid die je helpt een boterham bij elkaar te sprokkelen. Als dat je tweede natuur is, heb je een streepje voor. Dat verandert dus pas wanneer er met gebakken lucht geen droog brood meer te verdienen is. Dat is op dit moment trouwens aardig het geval (zo kom ik recentelijk heel veel werkloze, pardon, werkzoekende pas-afgestudeerden tegen), maar of de crisis zich zal vertalen naar een andere, gezondere economie of dat de gebakken-lucht economie toch een toekomst heeft, is iets wat ik niet kan voorspellen.

Toen Wijnberg en consorten De Correspondent lanceerden, was ik erg benieuwd of dit platform hét antwoord zou zijn op de crisis in de nieuwsmedia. Toen Joris Luyendijk uitlegde dat het een platform zou worden waar de nieuwsconsument een selectie kan maken van het nieuws dat hem of haar goed ligt (lees: informatie die geen cognitieve dissonantie aanwakkert), wist ik dat ze iets goeds in handen hadden, maar dat het niets voor mij zou zijn. Toen De Correspondent aankondigde een intellectueel onbenul als Rutger Bregman als columnist ingelijfd te hebben, had het platform voor mij afgedaan. Waarom? Omdat ik een azijnpisser ben!

Facebook Dislike Stamp

Generatie Ik Revisited

Geheel toevallig ontdekte ik een artikel over Generatie Ik op Internet waarin ik werd geciteerd. Overigens werden mij daarin bepaalde woorden in de mond gelegd, maar dat terzijde, want geciteerd worden is natuurlijk al een hele eer. In het artikel vielen me wel een aantal zaken op, en op twee daarvan wil ik graag nader ingaan.

Ten eerste wil ik kwijt dat het genoemde artikel de titel “Generatie Ik” draagt, maar het over Generation Y heeft, en dat is niet helemaal de generatie waar ik het over had. Ik had het over de Grenzeloze generatie, die in Nederland ook bekend staat als Generatie Ik. De schrijfster van het artikel baseert zich op de populaire Amerikaanse generatie-indeling en gooit Generatie Ik, Generation Y en Generation Me op één hoop, daar waar ik de indeling van Hans Becker hanteer, de indeling die door Spangenberg en Lampert is aangevuld met de Grenzeloze generatie. Dat is de generatie die maar voor een beperkt deel overeenkomt met Generation Y. In Nederland zit namelijk tussen de Verloren Generatie (die een grote ovelap heeft met Generation X) en de Grenzeloze Generatie (Generatie Ik) ook nog de Pragmatische Generatie, die veel overeenkomsten heeft met de vroege representanten van Generation Y. De Amerikaanse indeling is minder fijn en laat een nuance weg die voor Nederland historisch wel degelijk belangrijk is, anders halen we zaken door elkaar en weten we niet waar we het over hebben.

Het tweede punt waar ik op wil ingaan, is het gevolg van opvoeding (en meer in het algemeen socialisatie) voor zowel de Pragmatische als de Grenzeloze generatie. Ik begin met een heel generaliserende stelling: De Pragmatische generatie heeft, veel minder dan de Grenzeloze generatie, een opvoeding en socialisatie ondergaan die, zoals veel mensen dat noemen, de vorming van min of meer narcistische persoonlijkheden tot gevolg heeft gehad. Dat wordt dan weer uitgelegd als één van de de minder gunstige kanten van Generatie Ik. Daartegenover staan, zo beweren sommigen, ook positieve aspecten. Het artikel zegt dat Generatie Y “buitengewoon flexibel, ambitieus, vindingrijk en zelfstandig” is. Komen we weer terug op het eerste punt, namelijk dat we de generaties goed moeten onderscheiden: de genoemde kwaliteiten gelden namelijk voor de Pragmatische generatie, en níet voor de Grenzeloze generatie, althans niet op de hier geïmpliceerde manier.

Waar de Pragmatische generatie op een relatief nuchtere manier omgaat met deze kwaliteiten, zullen deze in de Grenzeloze generatie meer problematische vormen aannemen. De onderzoekers die de kwaliteiten aan Generatie Ik toeschrijven, hebben namelijk alleen onderzocht wat zich aan de buitenkant manifesteert, en dan alleen nog op dit moment. Niet is onderzocht wat daarvan de psychologische drijfveren zijn, en hoe een en ander, op een sociologisch niveau, kan uitpakken in de toekomst.

Voor de Grenzeloze generatie zal, meer dan de generaties voor hen, gelden dat hun gedrag voornamelijk gemotiveerd is door een behoefte aan goedkeuring en erkenning. Meer dan de generaties voor hen zal Generatie Ik heel flexibel zijn in hun werk, op onregelmatige tijden aan het werk zijn, privé en werk met elkaar verweven, en als het economisch tij meezit creatieve beroepen uitoefenen die uitdrukking geven aan hun ‘authenticiteit’ en ‘individualiteit’, maar op voorwaarde dat dat leidt tot goedkeuring en erkenning. Blijven dergelijke gratificaties uit, dan zal er voor hen geen reden zijn om in beweging te komen (dit laatste is een belangrijk aspect, omdat bij ‘gezonde’ individuen dergelijke passiviteit uitblijft). De Amerikaanse psycholoog Jeffrey E. Young heeft de ‘maladaptive’ variant van dit fenomeen geformuleerd als:

“Excessive emphasis on gaining approval, recognition, or attention from other people, or fitting in, at the expense of developing a secure and true sense of self.  One’s sense of esteem is dependent primarily on the reactions of others rather than on one’s own natural inclinations.  Sometimes includes an overemphasis on status, appearance, social acceptance, money, or achievement –  as means of gaining approval, admiration, or attention (not primarily for power or control). Frequently results in major life decisions that are inauthentic or unsatisfying;  or in hypersensitivity to rejection.”

Young heeft hier één van de belangrijkste onderliggende motivaties geformuleerd die verklaren waarom Generatie Ik creatief, ambitieus en vooral -in termen van work/life balance- zeer flexibel zal zijn. Vanuit dit perspectief beschouwd zijn dit geen kwaliteiten, maar existentiële valkuilen: de vermeende positieve eigenschappen zijn ingegeven door de behoefte aan narcistische gratificatie en staan dus niet tegenóver de -al dan niet pathologische- narcistische persoonlijkheidseigenschappen, ze maken juist integraal onderdeel uit van het narcistisch complex!

Generatie Ik is nu in de kracht van haar leven en voor dit moment en de naaste toekomst hoeven we echt niet te vrezen. Maar voor ieder mens komt vroeg of laat de dag dat de Human Condition onder ogen gezien moet worden. De dag dat je beseft dat je er op een fundamenteel niveau alleen voor staat, met hooguit God als enige op wie je echt terug kunt vallen, als je al in zoiets gelooft. Dat je beseft dat jouw ‘authenticiteit’ en ‘individualiteit’ niet uit jezelf komen, maar vooral het resultaat zijn van sociale dynamiek; dat goedkeuring en erkenning gevangenissen zijn, en dat niemand je komt redden, ook je ouders niet, zelfs al zouden ze willen. Je zult het alsnog zelf moeten doen. Veel individuen van Generatie Ik, die nooit echt geïndividueerd zijn maar wel de lat relatief hoog leggen, zullen tijdens hun midlife-crisis een stuk harder onderuit gaan dan mensen uit de generaties voor hen. En dat uitgerekend op een moment dat er nog minder vangnetten zijn om hen op te vangen als het mis gaat.

Mocht u het met mij oneens zijn, dan ben ik over 35 jaar bereid met u daarover in discussie te gaan. We kunnen dan aan de hand van de historische feiten degelijke conclusies trekken. Mijn voorspelling: zonder trendbreuken zal de Grenzeloze generatie met een beetje geluk middels therapie de confrontatie met zichzelf zijn aangegaan, maar meer waarschijnlijk is het chronische gebruik van impulsremmers, stemmingsstabilisatoren en antidepressiva. En voor hen die in totale ontkenning zijn, natuurlijk de welbekende substances die de illusie opwekken dat het leven een feest is.

Update 24 mei 2015: was ik eerder nog in de veronderstelling dat over 35 jaar mijn gelijk wel bewezen zou zijn, blijkt nu dat we niet eens zo lang hoeven te wachten:

Opmerkingen over opvoeding worden te snel als persoonlijke aanval gezien

Previous Posts