Pieter oreert…

voor de sozial freischwebende Intelligenz

sociologie




Conservatief

Jaren terug, ik denk zo’n tien jaar geleden, bladerde ik door een boek van de Engelse arts en schrijver Theodore Dalrymple. Mijn reactie toendertijd op wat hij schreef was dat hij maar een conservatieve man was. Maar dat was toen ik zelf nog woonde op Java-eiland in Amsterdam, een woonwijk met dure woningen vol met hoger opgeleidde mensen.

Inmiddels woon ik een paar jaar in Amsterdamn Oud-West, in een stukje straat dat door sommige welzijnswerkers wel eens is omschreven als het afvalputje van Oud-West. Zo erg is het naar mijn mening niet, dit is niet echt een Tokkie-straat, maar er wonen hier naast een aantal psychiatrische probleemgevallen ook redelijk wat mensen wiens gedrag weinig rekening houdt met andere mensen.

Voor een goed begrip: wij wonen in oude woningen gebouwd aan het eind van de 19e-eeuw. Het grootste probleem van deze woningen is de gehorigheid. Je hoort hier veel van de leefgeluiden van de buren: het lopen door hun eigen huis en door het trappenhuis, het draaien en stuiteren van wasmachines, het slaan van deuren etc. Het grootste gedeelte van deze geluiden zijn storend, maar omdat ze niet veroorzaakt worden door norm-overschrijdend gedrag valt er niets aan te doen; je kunt mensen immers niet verbieden een wasje te draaien of door hun eigen woonkamer te lopen.

Bovenop deze normale woongeluiden komen andere vormen van geluidsbelasting die veroorzaakt worden door wat ik voor dit betoog maar even onnadenkend gedrag of een botsing van normen en waarden noem: van de trap af rennen. door het huis stampen, skypen via de stereo-installatie met de volumeknop ruim open etc.

Een stap hoger komen we op het punt van muziek. Veel van onze buren aan één kant draaien geregeld (d.w.z. dagelijks meerdere keren en ook on tijdstippen die vroeger als onacceptabel werden beschouwd) muziek. Veelal niet hard, maar vanwege de diepe basdreunen wel storend en op de zenuwen werkend. Niets aan te doen, zegt de buurtregisseur van de politie, en omdat de politie niets doet, weigert ook de woningbouw in actie te komen en verandert er dus niets, want de buren weten inmiddels precies hoe ver ze kunnen gaan. Al met al is het geluidsniveau dusdanig dat het stressveroorzakend is, niet alleen voor mij, maar, daar ben ik van overtuigd, voor iedereen, alhoewel niet iedereen zich daarvan bewust zal zijn. Stress hoeft namelijk niet als probleem ervaren te worden als je eraan verslaafd bent en je het -hoe paradoxaal- te lijf gaat met het gedrag dat de stressverslaving veroorzaakt en dus instandhoudt!

Ten slotte nog de overlast die het gevolg is van psychische en sociale problematiek: een benedenbuurvrouw met -naar eigen zeggen- bordeline persoonlijkheidsstoornis, die we qua ernstige geluidsoverlast nu onder controle hebben, maar in veel opzichten voor anderen nog steeds problemen veroorzaakt. Een gestoorde buurvrouw een paar huizen verderop die meerdere malen per dag, maar ook rustig midden in de nacht, luidkeels haar katten roept om binnen te komen en de nachtrust verstoort van andere buren die weer vroeg op moeten. Een buurman schuin onder ons met regelmatig terugkerende drank- en relatieproblemen, een jonge buurman naast ons zonder ruggengraat die naar onze indruk regelmatig parasiterende ‘vrienden’ zijn leven en huis laat overnemen, een buurvrouw op drie hoog die, als ze niet ronduit liegend ontkent muziek te draaien, vindt dat geluidsoverlast een kwestie van geven en nemen is, wat in praktijk erop neerkomt dat zij altijd neemt en anderen geven. Dan heb ik het er nog niet eens over gehad dat ze stevast haar fiets niet in het fietsenrek plaatst, maar voor het raam van de buurman-met-drankprobleem dumpt, vaak ook nog half voor zijn voordeur. We hebben haar wel eens op iets soortgelijks aangesproken, maar volgens haar deden de kaboutertjes dat met haar fiets. Toen ik haar vertelde dat kaboutertjes niet bestaan (oké, ik vertelde haar ronduit dat ze loog), kregen we een schoolvoorbeeld van een narcistische woede-uitbarsting te zien. Ze is overigens wel eens door haar vriend, de rechtmatige huurder, na een ruzie waarvan iedereen heeft kunnen meegenieten uit huis gezet, om zichzelf na enige tijd weer naar binnen te werken door om één uur ‘s nachts keihard op de benedendeur te rammen en te schreeuwen “DOE DE DEUR OPEN!”, wat hij in eerste instantie weigerde, maar daags erna toch deed.

Dan de rest van de straat en het blok: regelmatig ruzies, slaande deuren, luidruchtige tuinfeestjes tot diep in de nacht, luide muziek met deuren of ramen open zodat het hele blok van hun ‘mooie’ muziek kan meegenieten, niet alleen in het weekend, maar ook gewoon doordeweeks. Een Afrikaanse bovenbuurman die bij thuiskomst ‘s avonds laat, waarschijnlijk uit ziekelijke jaloezie en met gevaar voor toevallige passanten, de PC en monitor van zijn vriendin van twee hoog uit het raam gooit, of ruzie komt maken omdat hij, onder invloed van wiet en bier, volstekt paranoide interpretaties van mijn bedoelingen heeft en mij verwijt dat ik mijn vrouw niet goed onder controle heb, alsof ik een voorbeeld moet nemen aan hoe hij omgaat met zijn vriendin, die altijd thuis blijft terwijl hij met vrienden de hort op is (meer in het algemeen is het interessant op te vangen hoe hij werkelijk denkt over de Nederlandse samenleving, op momenten dat hij onder invloed is en zich ongeremd uit). Vorige week zondagochtend om een uur of zeven nog hoorde ik, onderweg naar mijn werk, hoe een vrouw in een woning op drie hoog door haar vent het hele huis doorgetimmerd werd. Gelukkig hadden hun buren de politie al gebeld. Voor alle duidelijkheid, ik heb het hier niet over incidenten, maar over dingen die wekelijks gebeuren!

Om nu terug te komen op Dalrymple: het is me imddels duidelijk dat hij in veel opzichten gelijk had en heeft: veel van deze mensen houden zelf, door hun -zelfdestructieve- gedrag, hun problemen in stand. Dit in weerwil van wat sommige sociale wetenschappers beweren, namelijk dat het aan externe factoren ligt. Verandering van die externe factoren zou dan de oplossing zijn. Daar geloof ik tegenwoordig wening meer van. In heb bijvoorbeeld een tijdje in een spiksplinternieuwe buurt in Amsterdam Osdorp gewoond, waar nota bene de eigenaren van koopwoningen, veelal van allochtone afkomst, hun afval op straat dumpten waar en wanneer het hen maar uitkwam, en de buurt niet bepaald de indruk wekte te bestaan uit koopflats. Veel ‘Vogelaarwijken’ in Amsterdam staan vol met leuke huizen waarin met enige zelfbeheersing prima gewoond en geleefd kan worden, maar de bewoners maken er een puinhoop van, zowel materieel als sociaal. Het is gewoon treurig om te zien hoe woonwijken die destijds door bezielde politici en ambtenaren zijn bedacht, naar de kloten geholpen worden. Zoals ik al eerder betoogde, kun je mensen van buitenaf wel economisch verheffen, maar cultureel, dat is een stuk moelijker. Dat deze twee niet gelijk opgaan, is voor een belangrijk deel de verklaring voor dat deel van de verhuftering dat zich daadwerkelijk voordoet.

Dalrymple klaagt niet alleen, maar meent ook de oplossing in huis te hebben: volgens hem moet iemand aan de normoverschrijdende mensen uitleggen hoe zij moeten leven. Wat hij in feite met zoveel woorden zegt, is dat mensen geleerd moet worden zich rationeler te gedragen, emoties en impulsen te beheersen, dat korte-termijn-gratificatie moet worden opgegeven voor een leven dat op de lange termijn bevredigender en gelukkiger is. Met dat alles ben ik het inmiddels helemaal eens. Sterker nog, ieder mens die zijn levensomstandigheden wil verbeteren of iets wil bereiken in het leven, moet zich eigenlijk constant ten doel stellen zichzelf te rationaliseren, uitzonderingen die de regel bevestigen daargelaten. Wat overigens niet betekent dat je een rationele robot moet worden of jezelf een anale persoonlijkheid moet aanmeten. Ook niet dat je jezelf op z’n Weberiaans moet onttoveren.

Maar is wat idealiter zou moeten zijn, realitisch gezien haalbaar? Veel mensen vinden Dalrymple maar een negatieve, conservatieve man. Ik denk juist dat hij nog veel te optimistisch is en geloof er helemaal niets van dat het gros van de mensen waarover we het nu hebben, het vermogen tot rationalisering van het eigen gedrag latent in zich draagt en met een beetje hulp in staat is zichzelf ook cultureel en sociaal te verheffen. Alleen een sterke institutionele invloed kan het normoverschrijdende gedrag van dergelijke mensen binnen de perken houden, overigens zonder dat dit op individueel niveau daadwerkelijk een cultureel of sociaal verheffende werking heeft. Maar ook over de mogelijkheden van het toepassen van sterke instituties ben ik, gezien de tijdgeest, skeptisch: zulke instituties bestaan niet meer en keren voorlopig ook niet terug. Wat overblijft voor mensen die wel iets van hun leven en hun leefomgeving willen maken, is op hun tanden bijten, zo creatief mogelijk zijn en afstand nemen van asocialen zodra zich de kans voordoet.

Festivalinflatie

De laatste tijd krijg ik, al fietsend door mijn stad Amsterdam, steeds meer de indruk dat het aantal festivals de spuigaten aan het uitlopen is. Er lijkt een overdaad aan festivals te onstaan waar je als gemiddeld cultuurliefhebber naar mijn idee toch erg blasé van zou moeten worden. Voor alles is er wel een festival tegenwoordig, en met dit overaanbod gaat de lol er snel vanaf: het is niet meer bijzonder om iets bijzonders te gaan zien.

Als het al bijzonder is, want ook in de kunstensector is isomorfisme meer dan ooit schering en inslag. Logisch, jan-en-alleman krijgen tegenwoordig toegang tot kunstacademie of conservatorium (en andere vormen van hoger onderwijs), met alle gevolgen van dien. Zo zag ik laatst in het Openluchttheater in het Vondelpark twee moderne-dansgezelschappen, beide bestaand uit jonge mensen, maar één afkomstig uit Nederland en het andere uit Australië, die een vrijwel identieke en voorspelbare vormentaal hanteerden. Hoezo ‘creatieve sector’? Qua originaliteit deed het me denken aan het jaarlijkse festival op de middelbare school waar vijf acts hetzelfde nummer van Madonna uitvoerden, allemaal beginnend met hun rug naar het publiek. Cultuur krijgt op deze manier een hoog, infantiel-narcistisch “Mamma, kijk eens wat ik kan!” gehalte. “Ja, fantastisch kind, wat doe jij dat toch goed!”, scandeert het publiek.

Gisteren bedacht ik, alweer op de fiets, spontaan het woord festivalinflatie. Zojuist even op Google opgezocht, maar zo origineel was ik dus niet. Eén bron spreekt zelfs van de “carnavalisering van de cultuur“. Beter had ik het zelf niet kunnen bedenken.

En dan heb ik het nog niet eens gehad over het feit dat veel festivals tegenwoordig ten ondergaan aan hun eigen succes: kon ik in 2005 nog gegrilde gamba’s in knoflookolie of een redelijke steak met verse salade eten bij LaPlace op Sail 2005, tijdens Sail 2010 was zelfs LaPlace teveel gevraagd en stonden er culinaire hoogstandjes zoals friet, broodjes baadworst en overvette hamburgers op het menu, kortom, voor ieder wat wils. Meer in het algemeen was de commercialisering van dit ‘festival’ helemaal doorgeslagen en was er geen enkele ‘goede vibe’ te bekennen: het publiek leek het allemaal plichtmatig maar gewillig te ondergaan in plaats van het te beleven. Op de Parade in Amsterdam lopen tegenwoordig veel te veel mensen rond die er alleen maar komen omdat het the-place-to-be-is, zelfs types die niet eens weten hoe je het woord ‘cultuur’ spelt, of denken dat de Stadsschouwburg speciaal gebouwd is voor het huldigen van Ajax. En wat te denken van de Hartjesdagen die dit jaar niet doorgaan, omdat het van heinde en verre toegestroomde ‘carnavalspubliek’ zo groot in omvang is geworden dat de organisatie de veiligheidskosten niet meer kan dragen? Jammer, vooral omdat je tijdens de Hartjesdagen ook lekker kon eten! Dieptepunt van dit jaar tot nu toe was wat mij betreft de Canal Parade tijdens de Gay Pride. Wat een gezapige vertoning is dit geworden, en het is dan ook niet meer dan logisch dat juist de AVRO van dit evenement verslag heeft gedaan op TV.

Ook in de cultuursector schrijdt de horizontalisering in rap tempo voort. Publiek dansend op klassieke muziek op Lowlands!? Hoge cultuur die, al dan niet gedwongen door geldgebrek, afdaalt naar het niveau van het grote publiek waar geen pogingen meer worden ondernomen tot verheffing of zelfverheffing. Die alleen nog maar dient als platform voor zelfexpressie van het publiek in plaats van de uitvoerend kunstenaars. ‘Zelfexpressie’ bij gebrek aan een beter woord trouwens, want van een geïndividueerd zelf dat tot uitdrukking wordt gebracht is uiteraard geen enkele sprake. Soms vraag ik me af hoe lang het nog duurt voordat je in het Concertgebouw naar een uitvoering van Rachmaninov gaat luisteren met een grote beker popcorn op schoot en een megabeker cola leegslurpt door een rietje. Of gaat dansen op zijn Symfonische Dansen.

Ruim een jaar terug hoorde ik tijdens een boekpresentatie burgemeester Van der Laan zeggen dat Amsterdam inzet op de creatieve sector als belangrijke motor voor de economie-van-de-toekomst van onze stad. Per definitie kan het dan niet meer creatief zijn. Kunst draait om het ‘bijzonder maken’ en dat is gewoon onmogelijk als teveel mensen er zich mee bezighouden. Je krijgt dan heel veel middelmatigheid en vooral heel veel van hetzelfde. Je verkoopt dan geen cultuur, maar alleen nog de illusie dat je cultureel bezig bent. Terwijl het natuurlijk gewoon ‘Panem et circenses’ met een strik eromheen is.

Persoonlijkheidskenmerken: waar bemoeit het SCP zich mee?

Een belangrijke sociaal-culturele ontwikkeling van de afgelopen 30 jaar is de opkomst van de succescultuur: het idee dat succes iets is waar je voor kiest en dus voor iedereen bereikbaar is, als je maar wilt. En dat succes dus geheel een eigen verdienste is, totaal niet afhankelijk van externe factoren die buiten je invloed vallen. Een houding die niet alleen volstrekt egoïstisch en narcistisch is, maar ook nog eens psychologisch gevaarlijk, want als succes een persoonlijke verdienste is, dan is falen en mislukken ook helemaal en alleen aan jezelf te wijten. Een persoonlijke of existentiële crisis is dan eigen schuld, dikke bult. Dat je tevens slachtoffer van de tijdgeest kunt zijn, gaat er dan bij niemand meer in.

Psychologen, sociologen en andere maatschappij- en gedragswetenschappers nemen dit cultuurfenomeen de laatste tijd geregeld op de korrel, overigens geheel tegen de trends in. Ik was daarom erg verbaasd toen ik vandaag het persbericht las over de Burgerperspectieven 2013-2 van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Deze publicatie, die elk kwartaal verschijnt, geeft weer welke opvattingen er leven over belangrijke maatschappelijke kwesties en hoe die veranderen. Bijzondere conclusie in het persbericht bij de publicatie is dat bij maatschappelijke opvattingen persoonlijkheidskenmerken een belangrijke rol spelen:

“…Mensen die open staan voor nieuwe ervaringen zijn positiever over immigranten en de EU en hebben meer vertrouwen in de politiek. Mensen die angstig en emotioneel zijn, maken zich vaker zorgen over de persoonlijke gevolgen van bezuinigingen; integriteit en verdraagzaamheid dempen die zorgen weer. … De komende tijd zullen we nader onderzoek doen naar de vraag hoe persoonlijkheid opvattingen beïnvloedt.”

Zelfs voor een eerstejaars student in de psychologie wordt hier een open deur ingetrapt. Het is gesneden koek dat persoonlijkheidskenmerken sterk van invloed zijn op hoe men het leven en de werkelijkheid, en dus ook de toestand van de samenleving, ervaart. Ook ik verwijs daar in mijn eigen blogs impliciet en expliciet naar. De hamvraag is hier: waarom wil het SCP zonodig onderzoek doen naar de invloed van persoonlijkheidskenmerken op maatschappelijke opvattingen?

Het SCP is een organisatie waar, voor zover ik begrepen heb, met name maatschappijwetenschappers zoals sociologen werkzaam zijn. Zij proberen de samenleving voornamelijk te analyseren en te verklaren op het niveau van groepen en culturen. Dat je de samenleving ook kan analyseren op het niveau van individuen zal geen enkele socioloog ontkennen, maar dat is eigenlijk meer het terrein van psychologen en sociaal-psychologen, en in mindere mate antropologen. Het welbekende verschil tussen de bomen en het bos. Dus mijn eerste reactie is: waar bemoeit het SCP zich mee?

Mijn tweede reactie is: het is voor een organisatie als het Sociaal en Cultureel Planbureau totaal niet relevant om te onderzoeken hoe persoonlijkheidskenmerken van invloed zijn op maatschappelijke opvattingen. Kennis daarover verandert namelijk niets aan de feiten, namelijk dat er mensen zijn die optimistisch, en misschien wel té optimistisch tegen maatschappelijke kwesties aankijken, en dat er mensen zijn die ze pessimistisch, misschien wel té pessimistisch zien. Voor beleidsmakers zoals politici maakt het ook niets uit, want persoonlijkheidskenmerken zijn, grosso modo, factoren die zich lastig laten veranderen, alhoewel veel tsjakka-goeroes dat pertinent zullen ontkennen.

Hoe zit het trouwens met de groep die ertussenin zit? Deze groep, die conform de principes van de normaalverdeling in omvang veruit de grootste is, bestaat uit mensen die opvattingen ergens tussen optimistisch en pessimistisch in hebben. Wat we gewoonlijk een ‘realistisch’ perspectief noemen. Worden die straks ook meegenomen in de analyses van het SCP, of gaat ze een bimodaal model hanteren waarin alleen plaats is voor optimistisch en pessimistisch gestemde mensen? Waarin de samenleving gepolariseerd wordt geïnterpreteerd? Een model dat de polarisatie op termijn versterkt?

Ik doe bij dezen een voorspelling: als het SCP inslaat op de aangegeven weg, dan zal de uitkomst zijn dat maatschappelijke opvattingen in de Burgerperspectieven steeds meer geframed gaan worden als iets dat herleid kan worden tot het individu. Is voor jou vandaag het glas half leeg, dan zal je -als individu of groepsgewijs- weggezet worden als looser. Zelfs als dat niet de intentie van het SCP is, dan nog zal het zo uitlegd worden in de media en de politiek, die immers een broertje dood hebben aan wetenschappelijke nuance en alles interpreteren binnen algemeen geaccepteerde frames. Iedereen die kritisch is wordt dan met ad hominem argumenten kaltgetsellt. Zoals de afgelopen 30 jaar al steeds vaker gebeurt. Voor kritiek is steeds minder plaats, voor ‘positief denken’ des te meer. Succes is immers een keuze.

Niets verbiedt het SCP om algemeen onderzoek te doen naar de invloed van persoonlijkheidskenmerken op maatschappelijke opvattingen om daaruit adviezen te ontwikkelen voor beleidsmakers. Maar het is niet gepast persoonlijkheidskenmerken te analyseren in specifiek onderzoek zoals de Burgerperspectieven en die daarmee te psychologiseren. Des te meer omdat het voor het soort onderzoeken dat het SCP doet irrelevante informatie is, en omdat andere (lees: sociale) factoren een veel groter gewicht in de schaal leggen, zoals het SCP zelf ook stelt. Als het SCP bij haar eigen leest blijft, is het gevolg dat er dan alleen onderzoek over blijft dat al door (sociaal-)psychologen gedaan is.

Adieu Tegenlicht, adieu!

De laatste maanden heb ik me gestoord aan een aantal uitzendingen van Tegenlicht, waarin het programma nogal kritiekloos een aantal zeer belangrijke toekomstontwikkelingen onder de loep nam. Tegenlicht ziet, overigens niet als enige, na de crisis een samenleving ontstaan waarin we meer zelfredzaam zijn, verantwoordelijkheid voor ons bestaan nemen en al doende allerlei maatschappelijke problemen structureel gaan oplossen. Dat zo’n samenleving daadwerkelijk mogelijk en vooral wenselijk is, wordt in de ogen van de makers verder ondersteund door een aantal voorbeelden uit de praktijk. Tegenlicht belicht in mijn ogen de ontwikkelingen niet alleen te eenzijdig, maar duidt ze ook nog eens veel te positief. (more…)

Na de democratie: de economische technocratie

Voor sociale wetenschappers is het al een paar jaar duidelijk: de democratie verkeert in crisis. Zij lijkt niet langer een probaat middel om problemen opgelost te krijgen. De samenleving kent te veel belangengroepen die de democratie ‘misbruiken’ om elke verandering tegen te werken die niet in het eigen belang is. Het nemen van echte besluiten stagneert en elke aanpassing aan de realiteit wordt onmogelijk gemaakt. (more…)

‘Succesvolle’ ontwikkelingshulp

De VVD heeft vandaag laten weten dat er wel drie miljard af kan van de ontwikkelingshulp. Reden: de resultaten vallen vies tegen. Farah Karimi van Oxfam Novib op haar achterste benen:

“Miljoenen kinderen kunnen dankzij investeringen in onderwijs naar school, de resultaten op het gebied van gezondheidszorg zijn indrukwekkend – neem alleen al de strijd tegen aids.” (bron)

Het is waar wat Karimi hier zegt. Miljoenen kinderen hebben dankzij ontwikkelingshulp de kritische eerste vijf jaar van hun leven overleefd en onderwijs genoten. Dat zijn feiten. Maar Karimi poneert hier niet zozeer feiten, maar waardeoordelen. Ze impliceert dat ontwikkelingshulp goede en lovenswaardige resultaten heeft geboekt. Daar valt nog wel wat op af te dingen. Laten we naar wat andere feiten kijken. (more…)

Flexibel ontslagrecht is doodsteek voor Nederlandse economie

Er is in delen van de westerse wereld al enige jaren een trend gaande: de arbeid flexibiliseert. Steeds minder mensen werken met een contract voor onbepaalde tijd, steeds meer mensen gaan werken als tijdelijke kracht of ZZP’er. Het ontslagrecht wordt versoepeld zodat mensen sneller ontslagen kunnen worden. Voor veel politici, vooral die aan de rechterkant van het politieke spectrum (VVD, CDA) of bij partijen die vooral opkomen voor belangen waar met name hoger opgeleiden zich in kunnen vinden (D66, GroenLinks), is het argument voor arbeidsflexibiliteit dat er op die manier beter ingespeeld kan worden op economische ontwikkelingen. Dat zou dan weer leiden tot meer werkgelegenheid. Ook de bestuurders van de E.U. eisen van de deelnemende landen hervormingen van de arbeidsmarkt om dezelfde redenen. Echter, deze logica klopt niet. (more…)

Eén Europa komt er… ooit.

“Wanneer men in ons geciviliseerde Europa een spoor wil terugvinden van de oorspronkelijke schoonheid van de mens moet men dat gaan zoeken bij de volken waar de economische vooroordelen de haat jegens de arbeid nog niet hebben uitgeroeid. Spanje dat — helaas! — degenereert kan er zich op laten voorstaan minder fabrieken te bezitten dan wij gevangenissen en kazernes. Maar de kunstenaar verheugt er zich over de stoutmoedige Andalusiër te kunnen bewonderen, bruin als kastanjes, recht en buigzaam als een twijg van staal; en het mannenhart springt op bij het horen hoe de bedelaar, fier gehuld in zijn kapotte capa, hertogen van Osuna met amigo aanspreekt. Voor de Spanjaard, in wie het primitieve dier niet is afgestompt, is de arbeid de ergste vorm van slavernij.”

Bovenstaande woorden klinken haast alsof ze gisteren zijn geschreven. Sla de krant maar open en je leest verhalen over hoe de knoflookcultuur van Zuid-Europa debet zou zijn aan de economische malaise daar. Maar in plaats van een negatief waardeoordeel over het Spaanse arbeidsethos te vellen, wordt hier juist de burgerlijke moraal van Noord-Europa te kijk gezet. (more…)

Zoekt en gij zult vinden: oplopende zorgkosten

“Medical science has made such tremendous progress that there is hardly a healthy human left.”
–Aldous Huxley.

Ik heb al zo’n kleine vijftien jaar last van een probleem met mijn rechteroog, een zogenaamde recidiverende erosie: bij tijd en wijle blijft mijn oog tijdens het slapen niet vochtig genoeg, waardoor mijn hoornvlies beschadigt. Dat herstelt dan altijd wel weer, maar het is een vervelend en pijnlijk probleem, waar ik overigens redelijk goed mee heb leren omgaan. Omdat het alweer ruim tien jaar geleden was dat ik voor dit probleem bij de specialist was geweest, vond de huisarts het een goed idee om weer een keer bij de specialist langs te gaan. In tien jaar tijd kunnen er immers nieuwe inzichten ontwikkeld zijn, waardoor ik misschien anders met het probleem kan omgaan. Ik was het met de huisarts eens. (more…)

,

Dubbele nationaliteit belemmert integratie wel degelijk

Het kabinet staat op het punt een nieuwe wet in te voeren die het voor nieuwe gevallen onmogelijk maakt om een andere nationaliteit met de Nederlandse te combineren. Daar is vanuit bepaalde hoeken veel ophef over, niet in het minst omdat deze maatregel uit de PVV-koker lijkt te komen, als maatregel om immigratie tegen te gaan in plaats van als maatregel om integratie te bevorderen. Toch, als we de PVV-aspecten in deze discussie loslaten, zijn er goede redenen aan te voeren tegen de dubbele nationaliteit. (more…)

,

Previous Posts Next posts