Pieter oreert…

voor de sozial freischwebende Intelligenz

Uncategorized




Afbraak van de Rechtsstaat

Op mijn blog heb ik het al meerdere keren gehad over de rechtsstaat. De Partij van de Arbeid meent nu de PVV zwart te moeten maken door de PVV ervan te beschuldigen de rechtsstaat af te breken. Op zich is dat waar, maar de pot verwijt hier dat de ketel zwart is.

Formeel gesproken betekent de rechtsstaat niets anders dan dat de overheid zich op een transparante en eenduidige wijze gedraagt richting burgers. Dat er geen, of zo weinig mogelijk, sprake is van willekeur en corruptie in geledingen van de overheid. Dat is een juridische opvatting van wat de rechtsstaat inhoudt.

Ik heb op dit blog al eerder betoogd dat de rechtsstaat ook een cultuurfenomeen is, een fenomeen dat verder reikt dan alleen de gedragingen van de staat en de overheid. Het feit dat we een juridische rechtsstaat hebben, dat de overheid ons allen fatsoenlijk behandelt, is een direct uitvloeisel van het feit dat wij Nederlanders elkaar over het algemeen op een fatsoenlijke wijze willen behandelen.

Het is niet voor niets dat we op diverse indexen, opgesteld door non-profit waakhonden, hoog eindigen. Zo hoeven we op de index over rechtsstaten, de zogenaamde Rule of Law Index, slechts vier landen voor ons te dulden. Idem dito voor de Transparancy Index. Idem dito voor de rangorde van meest welvarende landen ter wereld. Je zou haast denken dat al die zaken met elkaar samenhangen.

En dat is ook zo. In al die landen die hoog scoren op de Rule of Law Index, wordt ook hoog gescoord op zaken als lage corruptiegraad en hoge welvaart. Maar dat is niet zozeer dankzij de overheid in die landen. Het is met name te danken aan de bevolking van al die landen, waar dus overwegend mensen wonen die op een faire wijze met hun medeburgers willen omgaan. Dankzij die burgers kunnen hun samenlevingen op zo’n wijze georganiseerd worden dat daaruit een juridische rechtsstaat ontstaat en gehandhaafd kan worden.

Dit is nu het punt dat ik wil maken: wij hebben in Nederland nog een relatief goede culturele rechtsstaat én juridische rechtsstaat. Met de nadruk op relatief, want wereldwijd, ook in landen die hoog scoren op de Rule of Law Index, staan de beide vormen van de rechtsstaat onder druk. Steeds meer mensen, ook in ons land, worden geconfronteerd met overheden die steeds meer rechten voor hun neuzen wegkapen. Met overheden die de samenleving zo organiseren dat burgers niet meer gezamenlijk de schouders eronder zetten, maar zich als elkaar concurrenten gaan gedragen. Die elkaar steeds meer gaan zien als wandelende zakken geld waaraan verdiend kan worden. Zonder daarbij oog te hebben voor  wederkerigheid in relaties. Vind een Diederik Samson het dan gek dat slechts twee procent van onze bevolking het klimaatprobleem als urgent ervaart? Weet u wat ondergetekende als urgent ervaart? Of hij over vijf jaar nog wel de huur kan betalen, omdat mede dankzij de PvdA de huurverhogingen in de vrije sector (de zogenaamde geliberaliseerde huursector) niet meer aan wettelijke grenzen gebonden is! Ik durf in mijn huidige huurwoning geen cent te investeren, omdat ik niet weet of ik hier over vijf jaar nog wel kan wonen. Wat boeit mij de staat van het klimaat over vijftig jaar, als ikzelf door de overheid gereduceerd wordt tot iemand die steeds meer van dag tot dag moet leven, als mij de mogelijkheid wordt ontnomen mijn leven te plannen?

Diederik Samson is exit, en terecht. Maar waar Samson een naïeve idealist met oogkleppen was, is Lodewijk Asscher een wolf in schaapskleren, die framende retoriek en ad hominem tactieken niet schuwt, al worden die verpakt in verbloemend cadeaupapier. Hij denkt de kiezer te kunnen paaien met zijn “progressief patriottisme”, maar als puntje bij paaltje komt zal ook hij, net als nu Mark Rutte (de liberale patriot), thuiskomen uit Brussel met de boodschap dat hij gevochten heeft als een leeuw, maar dat hij er helaas niet meer uit heeft kunnen halen. “Brussel” als eeuwig excuus om je handen in onschuld te kunnen wassen.

De Partij van de Arbeid heeft de afgelopen twintig jaar van harte meegewerkt aan de afbraak van de rechtsstaat. Niet de rechtsstaat in juridische zin, maar wel de rechtsstaat in culturele zin. En daarmee het kader geschapen waarin een partij als de PVV kan floreren. Als de Partij van de Arbeid de juridische rechtsstaat werkelijk zo aan het hart ligt, dan doet ze er beter aan de culturele rechtsstaat te versterken, met wetten en andere instrumenten die de burger het gevoel geven dat de toekomst een redelijke mate van zekerheid en voorspelbaarheid in zich draagt. Dat is beter dan te waarschuwen voor de PVV, omdat als er niets verandert, mensen -kiezers- geen andere keuze hebben dan op een egocentrische wijze voor zichzelf op te komen en zich aan de medemens, die van nu of die van 2065, niets gelegen te laten liggen.

De PVV bestaat dankzij de PvdA, niet ondanks de PvdA!

Vliegdekschip

Waar denkt VNL de bemanning voor een vliegdekschip vandaan te halen? Het aantal professionals dat je nodig hebt om een vliegdekschip operationeel te houden zijn in Nederland helemaal niet beschikbaar!

Apocalyptische verwoesting

Haïti vreest ongekende hongersnood door ‘apocalyptische verwoesting’. Zo citeert de Volkskrant Jocelerme Privert, de interim-president van Haïti.

Gisteren las ik nog iets heel anders, op de site van de Groene Amsterdammer:

Een weerkerend thema: de ramp is Gods wil en we moeten Hem danken voor onze overleving. Niemand praat ooit openlijk over voodoo, die andere religie, behalve de tienjarige Love. Ze fluistert in mijn oor: ‘De Zombies zijn erg kwaad op ons en het is nog lang niet over.’ … Brooks waagde het te schrijven: ‘Haïti lijdt onder een anti-vooruitgangscultuur. Voodoo predikt dat het leven fragiel is en planning futiel.

Geplaatst in het licht van de Haïtiaanse cultuur, zal ik het er maar op houden dat de uitspraken van Privert opgevat moeten worden als een theatrale overdrijving, bedoeld om de buidels van de corrupte bovenlaag van Haïti te spekken.

Hispanola

Heeft u wel eens van het eiland Hispaniola in de Caribische Zee gehoord? Het ziet er zo uit:

maps of Hispaniola

beeld met dank aan NASA/JPL/SRTM en Wikipedia

Mocht u nog nooit van dit eiland gehoord hebben, dan is het handig om te weten dat op het westelijk deel van dit eiland het land Haïti gevestigd is, terwijl het oostelijke deel in beslag wordt genomen door de Dominicaanse Republiek. Beide landen tellen ieder om en nabij de 10 miljoen inwoners, alhoewel Haïti qua oppervlak iets kleiner is dan zijn buurland.

Waarschijnlijk weet al al het één of ander over Haïti, dat middels aardbevingen en tropische orkanen geregeld in het nieuws is. Over de Dominicaanse Republiek weten veel Nederlanders een stuk minder. Ze weten bijvoorbeeld niet dat dit buurland van Haïti, met zijn 10 miljoen inwoners, de 9e (!) economie zijn Latijns Amerika is. Dat het land zichzelf dus heel goed kan bedruipen.

Kunt u zich dat voorstellen? Dat tropische orkanen en aardbevingen de Dominicaanse Republiek bespaard blijven? Dat moet haast wel, want de ellende van de Haïtianen kan natuurlijk onmogelijk aan de Haïtianen zelf te danken zijn. Dus trek uw portemonnee en geef wederom gul voor Haïti!

Raadgevend Referendum

Ik stel voor, een nieuw stembiljet voor raadgevende referenda:

Voorbeeld voor een alternatief stembiljet voor raadgevende referenda

Flexwet

Minister Lodewijk Asscher houdt zijn poot stijf, zo bericht dagblad Trouw. Alhoewel hij hier en daar een kleine tekortkoming constareert, wil hij er niet aan dat de Wet Werk en Zekerheid niet zo uitpakt als bedoeld. Er vindt geen conversie plaats van tijdelijk naar vast werk, en ook van de beoogde vereenvoudiging van ontslagmogelijkheden komt voor het MKB nog weinig terecht.

Wat storend is aan de houding van Asccher is dat hij de Tweede Kamer geduld vraagt, zodat op termijn de WWZ het beoogde effect kan gaan hebben. Dit in weerwil van duidelijke trends die in andere richtingen bewegen. Zou het schip werkelijk halverwege de oceaan rechtsomkeert maken, en koers kiezen naar de juiste haven?

Ik bedoel, ik werk zelf al bijna vier jaar voor een uitzendbureau. Mijn contract werd telkens met een half jaar verlengd. Met de WWZ is het nu verplicht om altijd formeel op te zeggen, tenzij een contract korter duurt dan 6 maanden. Dus zijn mijn laatste twee contracten verlengd met 5 maanden en 25 dagen, met de clausule dat het contract telkens van rechtswege eindigt zonder dat daarvoor opzegging vereist is. Dát is de manier waarop grote bedrijven de mazen van de WWZ uitbuiten en de werknemer als wegwerpartikel gebruiken. Zoals ik een vertegenwoordiger van de grafische industrie op de radio hoorde zeggen: de WWZ is goed voor grote bedrijven, die hebben aan tafel gezeten toen de WWZ geschreven werd.

We moeten de werkelijkheid onder ogen zien: er is heel veel flexwerk beschikbaar waarvoor meer dan voldoende personeels beschikbaar is, werk dat nooit meer zal converteren naar vaste aanstellingen. Dat zal voorlopig ook zo blijven. In plaats van pogen deze ontwikkeling te bestrijden zouden we deze beter moeten faciliteren, zowel voor werkgevers als voor werknemers. Hang een prijskaartje aan flexwerk, bijvoorbeeld door een fiscale toeslag of sociale premie van 10% bovenop het loon van de werknemer te leggen, over te maken aan de Belastingdienst of een organisatie als het UWV, die het op hun beurt op een of andere wijze weer aan flexwerkers kunnen doen toekomen. Dat is fair: werkgevers krijgen de gewenste flexibiliteit en betalen daar een redelijke vergoeding voor, in plaats van dat de werknemers de rekening betalen voor de flexibilisering van arbeid. Willen werkgevers de loonkosten terugdringen, dan kunnen ze altijd proberen het werk zo te organiseren dat ze werknemers in vaste dienst kunnen nemen. Het is niet alleen fair, maar ook economisch effectief, omdat grotere inkomstzekerheid leidt tot minder spaarzaamheid, zodat het verdiende geld ook daadwerkelijk wordt uitgegeven in plaats van opgepot voor krappe tijden.

Bedenk daarnaast constructies die ervoor zorgen dat flexwerkers zelf ook gestimuleerd worden om flexibel te zijn. Bijvoorbeeld: sta ruimer overwerk toe, en biedt de mogelijkheid om de inkomsten uit overwerk te reserveren voor magere tijden, bij voorkeur op een rekening die niet onder beheer staan bij de werkgever, zodat inkomsten van verschillende werkgevers bij elkaar gesprokkeld kunnen worden. Dergelijke inkomsten kunnen dan uitgekeerd worden bij werkloosheid, als vervanging van een WW-uitkering, of als aanvulling op een WW-uitkering. Bied de flexwerker daarbij wel keuzemogelijkheden, zodat deze actief een financiële planning tot uitvoer kan brengen. Ook hier goed voor de economie omdat een grotere zekerheid aan inkomsten ervoor zorgt dat  men het geld ook daadwerkelijk uitgeeft.

Dit alles is natuurlijk bedoeld als schot voor de boeg, het is niet bedoeld om hier de ultieme oplossingen aan te dragen.

De Toekomst van Europa

Soms gebeurt het dat door het lezen van één enkele zin in een boek ineens heel veel duidelijk wordt. Dat had ik onlangs toen ik voor de tweede keer De Opstand van de Massamens van José Ortega y Gasset las. In een stukje waarin hij betoogt dat de uitzonderlijke kwaliteit van Amerikaanse techniek het resultaat is van de omvang en eenheid van de Amerikaanse markt, besluit hij met:

De ‘rationalisering’ van de economie is het automatische gevolg van de schaal ervan. (pagina 173)

Ortega y Gasset doet deze uitspraak natuurlijk om een contrast te scheppen met het Europa van het Interbellum, maar deze is net zo goed toepasbaar op het hedendaagse Europa, en dan met name op de trends van het EU beleid. Grappig is dat het in Europa precies andersom werkt, of althans, het lijkt erop dat men in Europa probeert oorzaak en gevolg om te draaien. In plaats van dat de EU-economie rationaliseert als gevolg van schaalvergroting, door middel van het scheppen van een grote gemeenschappelijke markt, probeert de EU een gemeenschappelijke markt af te dwingen door landen en nationale economieën te dwingen tot rationalisering van hun economieën. Dan bedoelen we natuurlijk dat het vooral de zuidelijke landen zijn die zich aan ons moeten aanpassen. Men beseft heel goed dat Europa alleen als één markt kan functioneren wanneer alle nationale economieën op dezelfde wijze opereren. Maar of deze aanpak tot gevolg heeft dat we een Europa krijgen dat ‘uitzonderlijke techniek’ kan produceren, daar geloof ik helemaal niets van.

Al eerder schreef ik, verwijzend naar Alexis de Tocqueville, dat de politieke integratie van Europa gedoemd is te mislukken omdat die alleen kan slagen als er ook sprake is van sociale en culturele integratie van Europa, en daar zal het nog een heel lange tijd aan schorten.

Ortega y Gasset stelt dat omvang en eenheid van de Amerikaanse markt aan de basis liggen van de rationalisering van de economie. De omvang van de Europese markt is al grotendeels gerealiseerd, de eenheid echter nog lang niet. Europa is vooralsnog een vrijhandelszone en niet één markt. Ook daar geldt weer dat voor het zover is, er sprake moet zijn van sociale en culturele integratie. Ik vrees daarom dat gedwongen rationalisering op termijn meer schade aanricht dan goed doet: er zal heel veel kapot gemaakt worden (met als eerste slachtoffer de culturele diversiteit), terwijl er niets goeds voor in de plaats komt; destructieve destructie, zogezegd. Het is namelijk altijd een slecht idee om oorzaak en gevolg proberen om te keren. We stuiten, om bij Ortega y Gasset te blijven, nog steeds op de grenzen van de natie-staat (p. 172), en als we kijken naar hoe landen als Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië zich gedragen, zal dat voorlopig ook nog zo blijven.

De toekomst van Europa? Die is er niet…

Zie ik spoken?

In de eerste helft van de jaren negentig werkte ik voor een afvaltransportbedrijf, dat ook azielzoekerscentra in Het Gooi bediende. De verhalen die ik van onze chauffeurs hoorde, spraken boekdelen: mensen op de vlucht voor het geweld in Joegoslavië, verdwaasd, verloren en dolend met hun ziel onder hun arm. Je kon de ellende van die mensen bij wijze van spreken aflezen van de gezichten van de chauffeurs. Maar in enkele jaren veranderden hun verhalen. Tegen 1994 er kwamen nog steeds mensen uit Joegoslavië, maar deze nieuwkomers waren volgens de chauffeurs gewoon opportunistische profiteurs, misbruik makend van onze asielfaciliteiten, die te gemakkelijk gebruikt konden worden om immigratiebeperkingen te omzeilen. Niets meelijwekkend aan.

Afgelopen weken heb ik adembenemende beelden van vluchtelingen op TV gezien. ‘Adembenemend’, omdat ik bij het aanzien van de ellende zo geëmotioneerd raakte dat mijn ademhaling ervan van slag raakte. Inmiddels is er iets veranderd. Misschien zie ik wel spoken, maar als ik het ronduit brutale, veeleisende gedrag op TV zie van de ‘vluchtelingen’ die thans in Hongarije niet verder kunnen reizen, dan bekruipt mij het gevoel dat het niet om authentieke vluchtelingen gaat, die het geweld in hun thuisland aan het ontvluchten zijn. Dit inzicht is wat mij betreft voornamelijk een kwestie van intuïtie, al zou ik dat inzicht best met allerlei rationele argumenten kunnen onderbouwen. Ik geloof er niets van dat al deze mensen op de vlucht zijn en ben er van overtuigd dat het veelal om economische migratie gaat. Het veeleisende gedrag (zie “entitlement” op deze pagina) en de ‘strijdlustigheid’ van deze mensen spreken wat mij betreft boekdelen.

Begrijp me niet verkeerd: er zijn wel degelijk mensen die op de vlucht zijn voor geweld en andere levensbedreigende problemen. Maar in het kielzog van deze echte vluchtelingen volgt nu al een horde die simpelweg op zoek is naar een beter bestaan, gedreven door een geloof dat met name Duitsland het Beloofde Land is en gefaciliteerd door een beleid dat erin faalt de Europese grenzen afdoende te bewaken. De vraag is niet meer zozeer hoe wij met deze stroom mensen om moeten gaan, maar meer hoe wij het kaf van het koren gaan scheiden.

We moeten het nóg beter uitleggen

PvdA partijvoorzitter Hans Spekman: “We zijn onvoldoende herkend in onze idealen en hebben als vereniging het structurele probleem dat de binding aan politieke partijen afneemt.”, zo meldt de Volkskrant.

Toch mooi hoe Hans Spekman de zaken zo weet te draaien dat de schuld niet bij hem of zijn partij ligt. Hij zegt twee dingen. In de eerste deelzin impliceert hij dat de partij-ideologie en de feitelijke bijdragen van de PvdA aan de regering niet aan elkaar tegenstrijdig zijn, maar dat de kiezers dat niet inzien. In de tweede deelzin zegt Spekman dat hedendaagse mensen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld mensen in de Jaren Vijftig, niet meer uit automatisme op een bepaalde partij stemmen, maar zelf nadenken over welke partij hun stem verdient, en dat dit een structureel probleem is. Ik herhaal: dat u, als kiezer, nadenkt over op welke partij u wilt stemmen, is volgens Spekman een probleem. Ú bent het probleem, niet Spekman of de PvdA; sterker nog, U bent een structureel probleem!

Maar ik zal het wel weer verkeerd begrepen hebben. Misschien moet de PvdA het me nóg beter uit gaan leggen…

Lees ook: ‘De overheid is géén bedrijf’ – Het verlies van de sociaal-democraten – De Groene Amsterdammer

Zoals ik al zei…

… “cultuur die afdaalt naar het niveau van het publiek, en gaat dienen als platform voor zelfexpressie van datzelfde publiek.” Gelukkig zijn er steeds meer evenementen waar hier paal en perk aan wordt gesteld. Behalve dat hoerige Rijksmuseum uiteraard.

Ook Nederlandse festivals verbieden selfiestick – Volkskrant.nl

Previous Posts