Pieter oreert…

voor de sozial freischwebende Intelligenz

Levensverwachting – een update

In 2016 schreef ik een blog over levensverwachting, waarin ik betoogde dat de levensverwachting helemaal niet zo hard steeg als beweerd werd en het dus niet ‘logisch’ is dat de pensioenleeftijd omhoog moet. Ik zei ook dat we maar moesten afwachten of de prognoses ook daarwerkelijk uit zouden komen. We zijn nu tien jaar verder, dus kunnen we kijken hoe een en ander zich ontwikkeld heeft.

Dat is gelukkig heel gemakkelijk. Op de overheidssite vzinfo.nl wordt op basis van gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek de volgende grafiek gepresenteerd:

(Bron: https://www.vzinfo.nl/levensverwachting/leeftijd-en-geslacht, d.d. 3-2-2026)

Wat de duidelijk kunnen zien in deze grafiek is dat na 2014 de groei afvlakt, vooral voor vrouwen (bij mannen neemt het roken de laatste jaren af, wat aangeeft dat mannen bezig zijn een inhaalslag te maken). Dan laat ik de dip veroorzaakt door de COVID pandemie nog maar even buiten beschouwing. Kortom, het vermoeden dat ik in mijn eerdere blog uitte, namelijk dat we nog maar moeten afwachten of de prognoses uitkomen, blijkt uit te komen.

Nu zegt Rob Jetten, bij monde van de Volkskrant op 3 februari 2026, dat we steeds ouder worden en ook vitaler ouder. Ik mag hopen dat op basis van deze grafiek aangetoond is dat hij uit zijn nek kletst.

“Het is logisch dat de pensioenleeftijd omhooggaat”

Zomaar een citaat uit de Volkskrant:

Een voorbeeld: als mensen ouder worden, is het absurd dat ze een lange periode van hun leven ‘vakantie’ hebben. Het is logisch dat de pensioenleeftijd omhooggaat.

Dat is dus helemaal niet logisch. Het is misschien een noodzakelijk kwaad dat de pensioenleeftijd omhoog moet, maar niet logisch. Het idee dat het logisch is dat de pensioenleeftijd omhoog moet, is de dooddoener van dit decennium.

In de discussie over de pensioenleeftijd wordt er door veel mensen gegoocheld met cijfers. De meesten zijn niet van alle cijfers op de hoogte, enkelingen (bijvoorbeeld goed geïnformeerde politici) verzwijgen bewust het hele verhaal om de problematiek op een voor hun gunstige manier te framen. Daarom in dit blog even een paar puntjes op de i.

Een van de belangrijkste onderbouwingen voor de noodzaak om de pensioenleeftijd te verhogen, is dat de gemiddelde leeftijd stijgt. Dat is -technisch gesproken- waar, maar ongenuanceerd. De gemiddelde levensduur stijgt niet zozeer omdat mensen ouder worden en daardoor een veel langere oude dag hebben, maar omdat steeds minder mensen voor hun 50e levensjaar aan allerlei ongeneeslijke ziektes sterven, dankzij medische vooruitgang. Het aantal mensen dat überhaupt de respectabele leeftijd van 65 jaar haalt, die stijgt!

De gemiddelde levensduur wordt door statistici, zoals die van het Centraal Bureau voor de Statistiek, gemeten vanaf het 0e levensjaar, of vanaf het 65e levensjaar. De grap is nu dat  de levensduur die ons resteert als we eenmaal een leeftijd van 65 jaar hebben bereikt, veel minder stijgt dan dan wanneer we die meten vanaf het 0e levensjaar. Bovendien zijn veel van die cijfers waar men nu mee rekent, geen historische getallen, maar prognoses. Je moet als statisticus of beleidsmaker toch iets, maar we moeten nog afwachten of die prognoses ook uitkomen.

Waarom zouden die prognoses niet uitkomen? Laten we daarvoor eerst nog een ander aspect belichten: het is waar dat we gemiddeld steeds ouder worden, maar dat wordt de laatste decennia steeds meer veroorzaakt door medische vooruitgang. Vroeger ging je heel gemakkelijk dood aan een ziekte als kanker, tegenwoordig zijn de behandelingen zo goed dat er een redelijke overlevingskans is. Sterker nog, het is de verwachting dat in de naaste toekomst kanker niet langer een dodelijke ziekte zal zijn. Dat betekent niet dat kanker uitgeroeid zal zijn, maar dat kanker verandert van een dodelijke ziekte in een chronische ziekte. Chronische ziektes zijn kostbaarder dan dodelijke ziektes (tenminste, als we niet op slinkse wijze op creatieve wijze gaan boekhouden en gederfde opbrengsten wegens vroegtijdig overlijden op gaan voeren als kosten). Het gevolg daarvan zal zijn dat de zorgkosten enorm zullen stijgen. Het is maar de vraag hoe lang we, als samenleving,  dergelijke stijgingen kunnen dragen. De kans bestaat dat we in de toekomst behandelmogelijkheden hebben, maar dat we die niet kunnen betalen. Dan gaan mensen alsnog ‘voortijdig’ dood. het alternatief is dat we ze wel betalen, maar dan kunnen we ons geen toetje meer veroorloven tijdens de avondmaaltijd, maat alle gevolgen van dien voor de consumptieve en productieve economie, waarmee we het geld verdienen om die zorgkosten te kunnen betalen. Nu zullen er ongetwijfeld mensen opstaan om te beweren dat gezondheidszorg ook economie is, maar dergelijke lariekoek gaat bij mij het ene oor in en het andere uit.

Het is dus waar dat we gemiddeld ouder worden, maar het aantal jaren dat we doorbrengen met chronische ziektes en in als slecht ervaren gezondheid, neemt ook navenant toe. We worden niet alleen ouder, maar ook ziekelijker! Gemiddeld gesproken uiteraard, de een wordt vitaal oud, een ander zal al kwakkelend de oude dag doorstaan. Vraag is dan of we onder zulke omstandigheden nog steeds economisch productief kunnen zijn als we de pensioenleeftijd ophogen. Ik denk dat bijvoorbeeld werkgevers helemaal niet zitten te wachten op stijgende kosten door ziekteverlof, kosten die ook zullen stijgen als de pensioenleeftijd niet omhoog gaat, maar nog sterker zullen stijgen als die wel omhoog gaat. Het is dus helemaal niet logisch om de pensioenleeftijd op te hogen. Aan die logica ligt namelijk de impliciete, ondoordachte veronderstelling ten grondslag dat mensen vitaal ouder worden, in minstens gelijkblijvende gezondheid. Op basis van wat we nu weten, zal dat niet het geval zijn.

Zoals gezegd, dat wil niet zeggen dat het niet noodzakelijk is om maatregelen te treffen, want het kan goed zijn dat de oudedagsvoorziening in zijn huidige vorm onbetaalbaar wordt. Maar er zijn wellicht andere manieren om dat te ondervangen. Bijvoorbeeld door tijdens het werkzame leven meer pensioen- en AOW premies te reserveren, waar op zich uiteraard ook nadelen aan kleven. Zulke mogelijkheden worden niet onderzocht, omdat ‘het logisch is dat de pensioenleeftijd omhoog gaat’.

Update 3 februari 2026: Volgens aanstaand premier Rob Jetten moet de pensioenleeftijd omhoog omdat we ouder worden en ook vitaler ouder. Hier een nieuw blog om te laten zien dat hij uit zijn nek kletst:

Levensverwachting – een update

De Toekomst van Europa

Soms gebeurt het dat door het lezen van één enkele zin in een boek ineens heel veel duidelijk wordt. Dat had ik onlangs toen ik voor de tweede keer De Opstand van de Massamens van José Ortega y Gasset las. In een stukje waarin hij betoogt dat de uitzonderlijke kwaliteit van Amerikaanse techniek het resultaat is van de omvang en eenheid van de Amerikaanse markt, besluit hij met:

De ‘rationalisering’ van de economie is het automatische gevolg van de schaal ervan. (pagina 173)

Ortega y Gasset doet deze uitspraak natuurlijk om een contrast te scheppen met het Europa van het Interbellum, maar deze is net zo goed toepasbaar op het hedendaagse Europa, en dan met name op de trends van het EU beleid. Grappig is dat het in Europa precies andersom werkt, of althans, het lijkt erop dat men in Europa probeert oorzaak en gevolg om te draaien. In plaats van dat de EU-economie rationaliseert als gevolg van schaalvergroting, door middel van het scheppen van een grote gemeenschappelijke markt, probeert de EU een gemeenschappelijke markt af te dwingen door landen en nationale economieën te dwingen tot rationalisering van hun economieën. Dan bedoelen we natuurlijk dat het vooral de zuidelijke landen zijn die zich aan ons moeten aanpassen. Men beseft heel goed dat Europa alleen als één markt kan functioneren wanneer alle nationale economieën op dezelfde wijze opereren. Maar of deze aanpak tot gevolg heeft dat we een Europa krijgen dat ‘uitzonderlijke techniek’ kan produceren, daar geloof ik helemaal niets van.

Al eerder schreef ik, verwijzend naar Alexis de Tocqueville, dat de politieke integratie van Europa gedoemd is te mislukken omdat die alleen kan slagen als er ook sprake is van sociale en culturele integratie van Europa, en daar zal het nog een heel lange tijd aan schorten.

Ortega y Gasset stelt dat omvang en eenheid van de Amerikaanse markt aan de basis liggen van de rationalisering van de economie. De omvang van de Europese markt is al grotendeels gerealiseerd, de eenheid echter nog lang niet. Europa is vooralsnog een vrijhandelszone en niet één markt. Ook daar geldt weer dat voor het zover is, er sprake moet zijn van sociale en culturele integratie. Ik vrees daarom dat gedwongen rationalisering op termijn meer schade aanricht dan goed doet: er zal heel veel kapot gemaakt worden (met als eerste slachtoffer de culturele diversiteit), terwijl er niets goeds voor in de plaats komt; destructieve destructie, zogezegd. Het is namelijk altijd een slecht idee om oorzaak en gevolg proberen om te keren. We stuiten, om bij Ortega y Gasset te blijven, nog steeds op de grenzen van de natie-staat (p. 172), en als we kijken naar hoe landen als Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië zich gedragen, zal dat voorlopig ook nog zo blijven.

De toekomst van Europa? Die is er niet…

De Politieke Integratie van Europa

“De Europese Unie is een pijpkaneel: wie het hardste zuigt, krijgt het grootste deel!” – vrij naar een onbekende Nederlander.

Het is een geregeld gebruikt argument van veel politici en andere voorstanders van het Europese project in zijn huidige vorm: men heeft zich in het verleden voornamelijk gericht op economische en monetaire integratie, waardoor de politieke integratie te weinig aandacht heeft gekregen. Dat probleem moet nu hersteld worden, zo vinden onder anderen Ruub Lubbers en Paul van Seters. Dat dit thans op een ondemocratische wijze lijkt te gebeuren, is blijkbaar van ondergeschikt belang. Niks directe inspraak van de Europese bevolking, zelfs een heus verdrag lijkt niet meer nodig te zijn: het gaat gewoon per geval geregeld worden in wat in zekere zin achterkamertjes zijn. (more…)