Pieter oreert…

voor de sozial freischwebende Intelligenz

politiek




Snotneus

“als je maar hard genoeg werkt, dan kan het wel” zo werd je niet zo heel lang geleden geciteerd. Dat zulke tsjakka-taal anno 2016 eigenlijk niet meer kan, doet er niet toe. Als 30 jarige denk je een land te kunnen leiden in de rol van premier, en daar ook nog reële kans op te maken, dat is nog tot daar aan toe.

Maar dat er een hele partij achter je staat en ook nog een hele hoop kiezers zijn die ook in jouw narcisme trappen, zegt wat mij betreft alles over de staat waarin deze samenleving verkeert.

Interpreteren

Stel, ik loop een supermarkt binnen, loop naar de chocoladeschap, pak een reep, steek hem in mijn zak en loop zonder af te rekenen de zaak uit. Bij de uitgang word ik staande gehouden op verdenking van diefstaf. Enige tijd later moet ik voor dit vergrijp voorkomen, ik ontken de diefstal door te stellen dat die reep al in mijn zak zat voor ik de winkel binnen kwam en men dingen gezien heeft die niet hebben plaatsgevonden. Helaas, tijdens de strafzaak worden videobeelden getoond die onverbloemd mijn onrechtmatige daad in beeld brengen. Knip en klaar duidelijk bewijs die tot een veroordeling kan leiden.

Zo’n knip en klaar situatie heb je niet in het geval een politicus een -vermeende- onrechtmatige uitspraak doet, zoals “willen jullie meer of minder Marokkanen?” Je ontkomt er als rechter niet aan een interpretatie te geven van datgene wat gezegd is en welk oordeel daaraan verbonden moet worden. Zoiets wordt al snel nattevingerwerk. Ik geef een voorbeeld uit de -officiële- uitspraak in de zaak Wilders:

“De verdediging heeft aangevoerd dat de uitlatingen van verdachte op 19 maart 2014 consistent zijn met zijn al jarenlang uitgedragen standpunten, zoals ook neergelegd in de partijprogramma’s en verkiezingsprogramma’s van de PVV. Een oordeel over deze uitlatingen impliceert een politiek oordeel over het gedachtengoed van de PVV, aldus de verdediging …. De rechtbank deelt deze visie niet. In het partijprogramma of de verkiezingsprogramma’s van de PVV is dit namelijk niet terug te vinden. Als het daar of in eerdere toespraken van verdachte gaat over het “Marokkanenprobleem” dan wordt met name gedoeld op criminele Marokkanen. Deze beperking heeft verdachte in zijn speech nu juist bewust niet gemaakt. Hij heeft het over alle Marokkanen, over de hele bevolkingsgroep zonder enige nuance.” (vet door mij aangebracht)

Dit is een goed voorbeeld van hoe rechters een willekeurige interpretatie tot enige en absolute waarheid verheffen. Immers, je zou ook kunnen stellen dat gezien de eerdere uitlatingen van Wilders we de historische lijn hadden kunnen doortrekken en dat hij het alleen over criminele Marokkanen had, want dat is wat hij altijd al beweerd heeft, zoals de rechters ook in het vonnis constateren. Waarom zouden we opeens mogen aannemen dat hij zijn focus verbreed heeft naar alle Marokkanen, vooral gezien het feit dat Wilders zijn uitspraak later genuanceerd heeft in lijn met eerdere uitlatingen? Gegeven zijn eerdere uitspraken hadden we kunnen vermoeden wat hij precies bedoelde op 19 maart 2014. De rechters voegen het woorden “alle” toe aan “Marokkanen”, maar dat is net zo min expliciet door Wilders gezegd als dat het alleen om criminele Marokkanen zou gaan. Waarom zijn de rechters van mening dat Wilders wel verweten kan worden dat hij zijn uitspraak niet expliciet uitgewerkt heeft, dat het onmogelijk een slip-of-the-tongue kan zijn geweest, terwijl diezelfde rechters zich wel het recht toe-eigenen om Wilders’ uitspraak uitgebreider te expliceren dan Wilders zelf gedaan heeft? Om Wilders een nuance in de mond te leggen die feitelijk niet tot uitdrukking is gebracht? Het hele betoog van de rechters, inclusief hun ongefalisficeerde interpretatie van de getuigenverklaringen, vormen een fundament van drijfzand voor hun vonnis. Precies wat je kunt verwachten als je allerlei mitsen en maren aan de vrijheid van meningsuiting stelt.

Begrijp me niet verkeerd, ik wil hier niet beweren dat ik de werkelijke betekenis weet achter Wilders’ uitspraken op 19 maart 2014. Het enige dat ik wil laten zien is dat er iets schort aan de interpretatie die de rechters gegeven hebben van de feiten in hun bredere context, omdat mét die context (waarvan de rechters op basis van het EVRM al aangeven dat die relevant kan zijn!) met hetzelfde gemak overtuigend beredeneerd kan worden dat Wilders binnen de grenzen van het juridisch toelaatbare is gebleven. De rechters hadden ten minste hun eigen conclusies expliciet moeten falsificeren, moeten laten zien waarom andere interpretaties van het gebeurde, zoals de mijne, niet opgaan. Waarom hun toevoeging van nuance meer geldig is dan het gebrek aan nuance dat Wilders -in retorisch opzicht, niet zo zeer juridisch- verweten kan worden. Daarmee is het vonnis kwetsbaar geworden, want het lijkt er nu dat dat er naar een bepaalde conclusie toegewerkt is (dat is een deftige manier om te zeggen dat de rechters vooringenomen waren). En dit is nog maar één punt in het vonnis, want de rechters gebruiken in het vonnis meerdere keren het begrip “opruiing” terwijl nergens wordt verwezen naar wetsartikelen die op opruiing betrekking hebben (zoals Artikel 131 Wetboek van Strafrecht). Zoals ik in mijn vorige betoog al aangaf, kan opruiing, als juridisch onrechtmatige daad, in dit geval ook niet hard gemaakt worden. De rechters bedoelen waarschijnlijk ook niet opruiing in juridische zin, maar zoals het bedoeld wordt in het algemeen dagelijks spraakgebruik, in de zin van opjutten en stemmingmaken. Dat is op zich niet verboden, maar door ‘opjutten’ te framen als ‘opruiing’ wordt de suggestie gewekt dat er iets onrechtmatigs heeft plaatsgevonden, zonder dat de rechters verder hoeven te expliceren welke wetten er nu precies overtreden zijn. Anders gezegd: de rechters kunnen er nu van verdacht worden zelf retorische trucjes te hebben toegepast om hun betoog meer gewicht te geven.

Ik zie deze zaak in hoger beroep met belangstelling tegemoet.

P.S. even los van de zwakke onderbouwing van hun interpretatie van de feiten, geven de rechters wel goed aan op basis van welke wetgeving Wilders onrechtmatig gehandeld heeft. De wetgeving, met name het Europees verdrag voor de Rechten van de Mens, legt politici een voorbeeldfunctie op. Zoals ik in mijn vorige blog al betoogde, is het hebben van zo’n voorbeeldfunctie een onwenselijke situatie, en zouden we er serieus over moeten nadenken of dergelijke wetgeving wel gehandhaafd moet blijven. Aangezien in Nederland het EVRM hogere prioriteit heeft dan onze eigen grondwet, zou dat concreet betekenen dat we uit het EVRM moeten stappen, of op zijn minst enige uitzonderingen op het vedrag zouden moeten bedingen. De vrijheid van meningsuiting is een groot goed, waarvan de grenzen al voldoende afgebakend zijn door ons strafrecht op het vlak van laster en smaad, meer moet je niet willen. Maar dat is weer een heel ander discussie…

Rolmodel

Er was eens een tijd waarin homoseksualiteit verboden was. Waarin homo’s hun geaardheid niet mochten uiten, ze niet mochten trouwen, ze geen kinderen mochten adopteren. Er zijn politici geweest die, tegen de heersende normen in, geen blad voor de mond namen en zich tegen de zin van velen hard gemaakt hebben voor homo-emancipatie.

Er was een tijd dat je geen cannabis mocht roken. En op dit moment mag je dat spul nog steeds niet produceren, maar is het wel al duidelijk dat ook dit verbod zijn langste tijd heeft gehad, nu zelfs het partijcongres van de VVD heeft besloten dat de productie gelegaliseerd moet gaan worden. Ook hier weer moeten politici zich uitspreken over zaken die nu nog strafrechtelijk verboden zijn, het voortouw nemen in maatschappelijke veranderingen.

De primaire taak van een politicus is niet om rolmodel te spelen, maar om bestaande wetten te veranderen en nieuwe wetten ingang te doen vinden, om de samenleving te veranderen en aan te passen aan de eisen van de tijd, zelfs als die veranderingen sommige mensen onwelkom zijn. Daarvoor is het van het grootste belang dat een -gekozen- politicus alles kan en mag zeggen, ook onwelgevallige meningen die van een eenvoudig burger niet gepikt worden. Zonder dat principe kan democratie niet functioneren, wordt op voorhand verandering van de samenleving vanuit de politiek onmogelijk gemaakt, omdat het recht dan gebruikt kan worden om de status quo te handhaven, om de belangen van bestaande machten te beschermen, tegen de belangen van andere groepen in, wie de kans ontzegd wordt voor hun belangen op te komen.

Het geeft geen pas om in een strafzaak een politicus te verwijten dat hij zich niet als rolmodel gedraagt; dat is, nogmaals, niet de taak van een politicus, in tegendeel zelfs. Dit aspect inbrengen in een strafzaak is een manipulatieve ad hominem strategie, een politieke daad op zich, geen juridische. Wilders moet kunnen zeggen wat hij wil, hoe abject zijn uitingen ook zijn. Met hem moet afgerekend worden in het stemhokje, niet in de rechtszaal, en als onverhoopt mocht blijken dat een meerderheid achter hem zou staan, dan verdient dit land eenvoudigweg niet beter.

P.S. aan iedereen die met het argument komt dat Wilders aan opruiing deed: hij heeft letterlijk gezegd “Willen jullie meer of minder Marokkanen? ….. Dan gaan wij dat regelen!” Hij heeft dus op geen enkele manier mensen aangezet tot eigenrichting, en hem kan dus geen opruiing verweten worden, hoogstens politieke beïnvloeding van het publiek met retorische middelen, maar dat is in dit land niet verboden en zou het ook niet moeten zijn.

Festivalherrie

Sinds een paar jaar stoor ik me enorm aan de onmiskenbaar toegenomen geluidsoverlast veroorzaakt door muziekfestivals. Het belangrijkste probleem hierbij vormen de diepe dreunende bassen die tot kilometers in de omtrek te horen zijn, en door hun psycho-akoestische aard moeilijke te negeren en buiten te sluiten zijn dan andersoortige geluiden. Daarmee bedoel ik dat je ze niet alleen niet mentaal kunt buitensluiten, wat bijvoorbeeld met vliegtuiglawaai gemakkelijker is, maar ook dat je ze niet kunt buitensluiten door bijvoorbeeld deuren en ramen te sluiten, want die basdreunen doen gewoon je huis letterlijk trillen. Zelf de beste oordopjes helpen niet. Sterker nog, ze maken de beleving vaak erger, omdat ze hoge tonen beter dempen dan lage tonen, waardoor je per saldo je nog meer bewust wordt van de lage tonen!

Het hele afgelopen weekend mochten we meegenieten van Mysteryland op het Floriadeterrein bij Hoofddorp. Ik heb het uitgezocht, dat is hier hemelsbreed 10 kilometer vandaan! Sorry dat ik het zeg, maar ik vind het ronduit gestoord dat een festival 10 kilometer verderop het voor elkaar krijgt om mijn huis in resonantie te brengen!

Als ik me hierover beklaag krijg ik van sommige mensen, veelal festivalgangers zelf, te horen dat ik een ouwe zeurpiet ben, die zelf blijkbaar nooit jong is geweest. Omdat ik mijn argumenten niet in een tweet van 140 karakters kwijt kan, schrijf ik dit blog.

1. Je bent zelf zeker nooit jong geweest

Concertkaartjes

Het bewijs: papa is ook jong geweest!

Even afgezien van het feit dat dit hier op de man gespeeld wordt in plaats van op de bal: jazeker wel, en ik heb ook flink gefeest. Maar er zijn wel degelijk verschillen met vandaag de dag. Ten eerste is het knip en klaar aangetoond dat allerlei muziekevenementen -indoor en outdoor- vandaag de dag meer herrie produceren dan, laten we zeggen, in de jaren 80. Toen hoefden we namelijk geen oordopjes in om oorsuizen te voorkomen, dat was pas nodig sinds medio jaren 90. Ten tweede was er toen een andere jongerencultuur: wij gingen voornamelijk naar discotheken en concerten, festivals waren zo zeldzaam, dat je er in mijn jonge jaren voor naar Limburg of België moest. Maar ook toen stond de muziek niet zo hard als nu. Ik heb zelfs een Dynamo Open Air (voor de onwetenden: heavy metal) meegemaakt waar ik achteraan het veld de bands niet meer kon horen, omdat het te hard waaide om het geluid zo ver te dragen! Kortom, allerlei factoren waardoor omwonenden veel minder reden tot klagen hadden, want er wás gewoon minder overlast. Nu zit je, als je op een ongelukkige locatie woont, elk zuurverdiend vrije zomerweekend in je tuin of op je balkon mee te dreunen met diepe bassen. Niet altijd hard, maar wel storend of zenuwslopend. Voor hen is het woongenot naar de knoppen!

2. We blijven binnen de wettelijke normen
Een veel gebruikt excuus van veel festivals en vergunningverlenende gemeentes: de festivals blijven binnen de wettelijk toegestane geluidsnormen. Een lekker makkelijk excuus, omdat die normen stammen uit tijden dat er (1) niet zoveel festivals waren en (2) omdat die normen gebaseerd zijn op ‘geluid’ die qua frequentiespectrum destijds heel anders in elkaar zat dan tegenwoordig. Die normen zijn gewoon niet meer van deze tijd. Vrijwel niemand hoor ik klagen over het feit dat het geluid erg hard is, maar wel over die diepe, dreunende bassen, die doorlopen tot in het voor mensen onhoorbare, maar wel voelbare infrasone spectrum, dat vaak niet gemeten wordt door meetmicrofoons. Zelfs het feit dat het diepe bassen zijn is maar een deel van het probleem. Het gedreun, dat er een -soms vrij snelle- beat in zit, is wat mensen tot wanhoop drijft, omdat je het niet buiten kunt sluiten. Je hart kan er sneller van gaan kloppen en je raakt opgefokt. Als het een keer of twee per jaar zou gaan, dan viel er misschien nog mee te leven. Helaas zijn er mensen die deze dreunterreur bijna ieder zomerweekend moeten ondergaan. Terwijl het weekend voor veel mensen juist het moment is om even uit te rusten van de voorbije werkweek en op te laden voor de aankomende werkweek.

Maar er zijn niet alleen diepe bassen bijgekomen. In de muziekindustrie heeft zich sinds het begin van de jaren negentig een ontwikkeling voorgedaan die nu bekend staat onder de naam loudness war. Kort samengevat: door gebruik van compressietechnieken en equalizers wordt muziek zo bewerkt dat die in gemeten decibellen niet harder is, maar psycho-akoestisch wel als veel luider ervaren wordt. De door overheden gehanteerde geluidsnormen houden geen rekening met dit soort psycho-akoestische effecten.

3. Het is niet ons festival wat je hoort
Een ander excuus om de discussie in je voordeel te beslechten: onzekerheid zaaien door erop te wijzen dat de ervaren geluidsoverlast veroorzaakt is door een ander, gelijktijdig festival, veelal in combinatie met een verwijzing naar de zelf gehandhaafde decibel-normen. Zo ook weer bij Mysteryland op 27 en 28 augustus 2016. Maar in dit geval heb ik zelf geconstateerd dat de dreunen die ik hoorde van Mysteryland afkomstig waren.

4. De wind stond ongunstig

Op zaterdag 27 augustus stond er een oost-noord-oosten wind, terwijl je juist een precies tegengestelde, west-zuid-westen wind nodig hebt om geluid met behulp van de wind van de Floriade naar Amsterdam Nieuw-Sloten te transporteren. Zelfs met tegenwind wisten de basdreunen met gemak 10 kilometer te overbruggen. Kortom, windrichting zegt helemaal niets over de beleving van geluidsoverlast, en moet niet anders gezien worden als een excuus dat bij sommige klagers handig toegepast kan worden, een manier om zulke klagers ‘kalt te stellen’.

Hoe zou het verder moeten?
Gemeentes en festivals wassen hun handen in onschuld, maar toch is er een onmiskenbare trend: steeds vaker komen burgers succesvol in verzet tegen vergunningverlening. Zelfs een gemeente als Amsterdam voert nu een beleid dat erop gericht is de festivals te weren. Vooralsnog met het effect dat het probleem alleen maar verplaatst wordt. Het is slechts een kwestie van tijd voordat er definitief paal en perk wordt gesteld aan de geluidsoverlast van festivals. Veel festivals snijden zichzelf voor de lange termijn in de vingers door niet nu al in te spelen op de ontwikkelingen. Immers, als er geen probleem ervaren wordt, hoeft het ook niet opgelost te worden. Nu ervaart men wel problemen, en die zullen op termijn onherroepelijk opgelost gaan worden door het stellen van duidelijke grenzen, grenzen die misschien wel verder gaan dan wat festivals willen, verder gaan dan eigenlijk noodzakelijk is. Welke echt werkende maatregelen zouden festivals zelf kunnen treffen, in plaats van te denken “wie dan leeft die dan zorgt” en het probleem via beeldvorming proberen te managen?

Eén van de problemen van veel festivals is dat het geluid hard moet klinken over het gehele terrein, want dat is wat voor de festivalbezoeker bijdraagt aan de beleving. Dus gebruiken veel festivals enorme geluidswallen om effect te bereiken. De oplossing kan heel eenvoudig zijn: dim een klein beetje het volume, dim daarbij een klein beetje de bassen, pas wat filtering toe op infrasone frequenties en vooral, verspreid luidsprekers over het gehele terrein, zodat je geen absurde volumes hoeft te produceren om álle bezoekers in vervoering te brengen.

Een ander deel van het probleem is de vergunningverlening. Die ligt nu bij gemeentes die financieel baat hebben bij het verlenen van vergunning en het niet handhaven van de beperking van geluidsoverlast. De Gemeente Amsterdam verschuilde zich de afgelopen jaren achter het vage beleidsvoornemen ‘we moeten de geluidsoverlast zoveel mogelijk beperken’. Dat is hanteren van normloze normen, want niet SMART (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdsgebonden), waardoor je dus met alles wegkomt. Kortom: er moeten nieuwe geluids- en hindernormen komen die rekening houden met psycho-akoestische beleving  van geluidsoverlast (lees: diepe, dreunende bassen) en hoe vaak omwonenden aan overlast blootgesteld mogen worden. De huidige normen zijn heel erg technologie-gericht en op het voorkomen van gehoorschade. Vergunningverlening en handhaving moet naar provincies, zodat festivals niet langer kunnen gaan schoppen om uit te komen bij een gemeente die het meest een oogje toeknijpt, vooral ook omdat de hedendaagse geluidsoverlast gemeentegrens-overschrijdend is.

Met de juiste maatregelen moet het mogelijk zijn om de geluidsoverlast tot redelijke proporties terug te brengen, terwijl de festivalgangers nog steeds uit hun dak kunnen gaan.

Voelsprieten

“Wie op wie geschoten heeft en hoeveel schoten er gelost zijn, is nog niet duidelijk. Verder onderzoek moet meer duidelijkheid geven over wat er precies is gebeurd.”

Even daarvoor in hetzelfde artikel:

“De handelswijze lijkt op een gerechtvaardigde en juiste zelfverdediging’, zei hoofdofficier van justitie Bart Nieuwenhuizen.”

(Bron: Volkskrant.nl)

Samengevat: men heeft nog lang geen volledig beeld van wat er precies gebeurd is, maar de juwelier en zijn vrouw zijn wél alvast de facto onschuldig bevonden. Dat zou m.i. 10 jaar geleden wel anders geweest zijn; dan was er waarschijnlijk sprake geweest van ontoelaatbare eigenrichting.

Het is duidelijk dat politiek en justitie in deze casus zeer gevoelige voelsprieten hebben voor wat er leeft in de samenleving…

Analyse

In 2012 stemden veel mensen strategisch op de PvdA om de VVD een pootje te haken, en vice-versa. Geheel tegen de wens van de kiezers in kwam er toch een VVD-PvdA coalitie, met dito kabinetsbeleid.

Maar dit is natuurlijk níet de reden dat VVD en PvdA en historisch pak slaag krijgen. Nee, de echte reden is bla, bla bla, bla blaaaaa….

Belastingdienst

Volgens Zijlstra zijn de problemen bij de Belastingdienst nog niet opgelost door het vervangen van de staatssecretaris. Hij meent dat het toeslagensysteem op de schop moet. ’90 procent van de Nederlanders is afhankelijk van een overheidsregeling, het is een systeem met een enorme hoeveelheid toeslagen en rondpompen van geld. Dat is voor de belastingdienst moeilijk en voor iedere bewindspersoon moeilijk om aan te sturen en uit te leggen.’ (Bron: Volkskrant.nl)

Gelul. Het is een automatiseringsprobleem geworden omdat de automatiseringsproblematiek uitbesteedt wordt aan incompetente ambtenaren en incompetente bedrijven die de overheid als melkkoe misbruiken. Er is, technisch gezien, geen enkele reden waarom toeslagen niet op tijd betaald kunnen worden. Het probleem zit hem in mensen en organisatie, en meer in het bijzonder: dat bepaalde plekken worden bezet door de verkeerde mensen.

Update 11 februari 2015: natuurlijk heb ik bovenstaande geschreven vanuit mijn eigen ervaringen als ICT-consultant, maar het is toch fijn dat mijn standpunt nog eens door De Groene Amsterdammer wordt bevestigd:

Monsterverbond van ambtenaren en ICT-aannemers kost de overheid miljarden

Afromen

Anderhalf jaar terug betoogde ik dat de inkomensafhankelijke huurverhoging helemaal niet bedoeld is om doorstroming te bevorderen, maar een ordinaire belastingmaatregel is. Ik zei daar toen over:

“Misschien is de maatregel bedoeld om de kassen van de woningbouwverenigingen te spekken, zodat de overheid daar later een gulle greep uit kan doen.”

Vandaag werd dit -nogmaals- bevestigd in de troonrede:

“Om de huurmarkt te hervormen, kiest de regering voor inkomensafhankelijke huurverhogingen. De extra inkomsten hiervan worden bij de woningcorporaties afgeroomd door middel van een verhuurdersheffing.”

Nergens in de troonrede wordt verwoord wat de hervormingen pogen te bereiken. Maar wel een hele zin over het financiële voordeel dat de overheid van deze maatregel geniet, nota bene onder woorden gebracht met het woord “afgeroomd”.

“Afgeroomd”? Ja, dat staat er toch echt, en ik heb het Zijne Majesteit ook hardop horen zeggen. Er had ook kunnen staan dat de inkomsten “ter beschikking komen van de algemene middelen”, maar Rutte koos ervoor ze “af te romen”. Geen enkele poging om de ware intenties achter de maatregel te verdoezelen, nee, het wordt juist extra hard ingepeperd. Alleen bij de Maffia zijn ze brutaler.

De maatregel was op zichzelf al een vorm van politieke viespeukerij. Nu wordt hij ook nog in viespeukerige bewoordingen aan het publiek verkocht.

Update 24 december 2013:

In de Nieuwsuur-uitzending van 23 december stelde Adri Duivesteijn (PvdA) dat het woonakkoord, dat het kabinet begin dit jaar sloot met de oppositiepartijen D66, ChristenUnie en SGP, niet bedoeld is als beleid voor volkshuisvesting, maar als sanering van de rijksfinanciën. (Bron: Volkskrant.nl)


(bekijk het fragment vanaf 5:24)

Dat is dus iets anders dan wat Minister Blok beweert. Bedankt Adri, we weten nu waarvoor je precies gestemd hebt!

Election Day

De Amerikaanse comedian George Carlin legt uit waarom ik niet ga stemmen:

Rancune

Lex Hoogduin is geïnterviewd door nu.nl. Daarin levert hij o.a. flinke kritiek op Mark Rutte. De eerste vraag van nu.nl aan Hoogduin: “U mengt zich duidelijk in het politieke debat over de schuldencrisis. Waarom?” Vervolgens komt er een heel verhaal.

Lex Hoogduin was de gedoodverfde opvolger van Nout Wellink bij de Nederlandsche Bank, maar is dat niet geworden. Met dank aan Mark Rutte. Ik citeer van Wikipedia: “De aanstelling van Knot was enigszins omstreden, omdat toenmalig premier Mark Rutte zich persoonlijk met de aanstelling van Knot had bemoeid, omdat hij de door DNB voorgestelde kandidaat, Lex Hoogduin, niet in staat achtte de gewenste cultuurverandering door te voeren.”

Mark Rutte had wel gelijk. Toen ondergetekende Lex Hoogduin tijdens college vroeg of de economische crisis niet primair veroorzaakt is door het in omloop brengen van grote hoeveelheden ongedekt monopolygeld, waste Hoogduin zijn handen in onschuld. De crisis had allerlei oorzaken, maar dat de centrale banken met hun monetair beleid daar een van zijn, daar hoorde je Hoogduin niet over.

Met een degelijk monetair beleid, een beleid waarbij de hoeveel geld dat in omloop is in de pas loopt met reële productiviteit, was deze crisis niet gebeurd. Toegegeven, we hadden dan nooit het welvaartsniveau bereikt waarop we nu zitten, maar dat niveau is een luchtbel gebleken. Nu moeten we collectief afkicken van onze welvaartsverslaving.

Previous Posts