Pieter oreert…

voor de sozial freischwebende Intelligenz

psychologie




Azijnpissers

In het algemeen is er in de geest van het volk alleen plaats voor eenvoudige concepten. Een verkeerd maar duidelijk en precies idee zal in de wereld altijd meer kracht hebben dan een juist maar ingewikkeld idee.
Alexis de Tocqueville – Over de Democratie in Amerika.

Een tijdje terug kondigde het nieuwe journalistieke platform De Correspondent aan dat historicus Rutger Bregman toetrad tot haar gelederen. De reacties bij deze aankondiging waren bijna allemaal positief. Een enkele uitzondering daargelaten, en die kreeg dan ook meteen de wind van voren. Deze persoon werd verweten kritisch te zijn zonder argumenten te noemen, in plaats van constructief te zijn. Als hij niets positiefs te melden had, moest hij maar opzouten!

In reactie daarop plaatste ik ook een kritische reactie. Mijn mening over de columns van Bregman, zoals ik ze las op de site van de Volkskrant, is dat hij zich als historicus vaak waagt aan het doen van uitspraken die neerkomen op het poneren van sociologische wetmatigheden, zonder goed inzicht te hebben in Sociologie als wetenschap, zowel inhoudelijk als methodologisch. Hij legt verbanden tussen zaken die geen verband hebben, en verheft niet-essentiële aspecten van fenomenen tot essenties en slaat daarmee de plank mis. Waar Bregman zich schuldig aan maakt, is het veralgemeniseren van historische details die zich niet lenen voor veralgemenisering. Niet dat historici geen gevoel voor het sociologische kunnen hebben, maar in tegenstelling tot bijvoorbeeld een Thomas von der Dunk bakt Bregman er niets van.

Ook ik werd vervolgens aangepakt. Bregman zelf reageerde beleefd door te zeggen dat hij zich niet in het geschetste beeld herkende, en dat ik maar met voorbeelden moest komen om mijn beweringen te staven. Ik zegde daarop toe dat ik erop zou terugkomen.

Toen ik echter over de situatie begon na te denken, begon een en ander mij behoorlijk te irriteren. Waarom zou iemand niet kritisch mogen zijn, of geen afwijkende mening mogen hebben? Waarom moet zo’n persoon meteen met sluitend wetenschappelijk bewijs komen die zijn mening objectiveert, daar waar anderen hun complimenten zonder enige vorm van onderbouwing mogen uiten? Ik besloot dat ze de pot op konden: laat anderen maar eerst beargumenteren wat er zo goed is aan de borrel- en papegaaienpraatcolumns van Bregman. Bovendien zouden mijn argumenten alleen maar olie op het vuur zijn, want weerstand overwin je in dit soort situaties niet met argumenten. Het gaat namelijk helemaal niet om argumenten.

Het is tegenwoordig heel gewoon om mensen die uit de toon vallen, meteen uit te maken voor azijnpissers, of hun gedrag te duiden met andere, al dan niet vriendelijker termen die op hetzelfde neerkomen. Dat je bijvoorbeeld een kritisch signaal als aanleiding ziet om jezelf af te vragen of de criticus wellicht een punt heeft, is vandaag de dag steeds minder aan de orde. Hoe moeten we deze ontwikkeling duiden?

Op dit blog heb ik hier en daar al eerder gesproken over de horizontalisering van de samenleving: het wegvallen van hiërarchische maatschappelijke verhoudingen en het meer gelijk worden van relaties tussen individuen onderling, maar ook tussen instituties en individuen ten gunste van de laatsten. Datgene wat we gewoonlijk democratisering en individualisering noemen. Aan die ontwikkeling zitten, zoals eerder toegelicht, zowel sociologische als psychologische aspecten. Een psychologische aspect is dat we steeds meer te maken krijgen met mensen uit generaties die niet gewend zijn met kritiek om te gaan, of het nou gaat om kritiek op henzelf of op iets of iemand anders. Zij zijn opgevoed en opgegroeid in een cultuur waarin het gewoon is geworden om bewondering uit te spreken voor van alles en nog wat, en heel vaak ook om niets. Bewondering die niet alleen geuit wordt met woorden, maar bijvoorbeeld ook met materiële beloningen.

Zo zijn er generaties ontstaan die bepaalde sociale vaardigheden hebben meegekregen. Vaardigheden die op het eerste gezicht heel wenselijk lijken. Mensen uit deze jonge generaties hebben zich vaak goed ontwikkeld in netwerken. Zij zijn, meer dan eerdere generaties, in staat doelen te realiseren door het aangaan en onderhouden van sociale relaties, daar waar oudere generaties het meer moeten hebben van, bijvoorbeeld, vakgerelateerde competenties. Het zijn bovenal generaties die in staat zijn tot wat ik voor het gemak maar even “ik-vind-jou-leuk – ja-ik-vind-jou-ook-leuk” gedrag noem. Oplettende psychologen hebben nu in de gaten dat ik het hier over een aspect van -al dan niet pathologisch- narcisme heb: we kunnen in toenemende mate alleen nog maar omgaan met mensen die ons positieve zelfbeeld bevestigen, die tegemoet komen aan onze behoefte aan narcistische gratificatie. In een samenleving die steeds meer leunt op dergelijke sociale verhoudingen is geen plaats meer voor afwijkende meningen, of die nou wel of niet met keiharde argumenten ondersteund worden. Ik zeg nogmaals: het gaat namelijk helemaal niet om argumenten. Het gaat om Likes; op facebook, maar ook ‘in real life’.

De keerzijde van deze medaille is dat nieuwe generaties minder goed hebben geleerd om te gaan met kritiek, zelfs al is die opbouwend bedoeld. Kritiek wordt dan als waardeoordeel geïnterpreteerd en als krenkend ervaren, want het veroorzaakt cognitieve dissonantie ten opzichte van het zelfbeeld. Een weinig geïndividueerd, sociaal geconstrueerd zelfbeeld dat vooral het resultaat is van hoe anderen je waarderen. Om dergelijke ‘aanvallen’ af te slaan, wordt kritiek gepareerd met sociale strategieën die moeten leiden tot het in het gareel dwingen van de afwijkende mening, of als dat niet lukt, tot sociale uitsluiting. Want “ik vind jou alleen maar leuk, als jij mij ook onvoorwaardelijk leuk vindt!” Uiteindelijk wordt je daar geen beter mens van.

Natuurlijk zijn er ook mensen die kritisch zijn om het kritisch zijn. Vaak zijn dat nare, anale of misantropische mensen die je liever uit de weg gaat, maar zelfs zij hebben een rol te vervullen in onze samenleving. Dit terzijde, want het is niet het soort kritiek dat centraal staat in mijn betoog.

Is deze trend te stuiten? Ik denk het niet, de trein dendert op dit moment al op hoge snelheid voort. Het gedrag van de jonge generaties past namelijk heel goed bij de eisen die deze tijd aan mensen stelt. In een samenleving die voor een belangrijk deel van gebakken lucht leeft, is vleierij de belangrijkste vaardigheid die je helpt een boterham bij elkaar te sprokkelen. Als dat je tweede natuur is, heb je een streepje voor. Dat verandert dus pas wanneer er met gebakken lucht geen droog brood meer te verdienen is. Dat is op dit moment trouwens aardig het geval (zo kom ik recentelijk heel veel werkloze, pardon, werkzoekende pas-afgestudeerden tegen), maar of de crisis zich zal vertalen naar een andere, gezondere economie of dat de gebakken-lucht economie toch een toekomst heeft, is iets wat ik niet kan voorspellen.

Toen Wijnberg en consorten De Correspondent lanceerden, was ik erg benieuwd of dit platform hét antwoord zou zijn op de crisis in de nieuwsmedia. Toen Joris Luyendijk uitlegde dat het een platform zou worden waar de nieuwsconsument een selectie kan maken van het nieuws dat hem of haar goed ligt (lees: informatie die geen cognitieve dissonantie aanwakkert), wist ik dat ze iets goeds in handen hadden, maar dat het niets voor mij zou zijn. Toen De Correspondent aankondigde een intellectueel onbenul als Rutger Bregman als columnist ingelijfd te hebben, had het platform voor mij afgedaan. Waarom? Omdat ik een azijnpisser ben!

Facebook Dislike Stamp

Borderline

Sire is gestart met een campagne en een hulplijn voor mensen zonder psychische problemen. Met o.a. het volgende spotje van iemand die aan Borderline Persoonlijkheidsstoornis zou lijden:

Het spotje zegt dus dat we begrip moeten opbrengen voor mensen met borderline en normaal met hen moeten blijven omgaan. Blijkbaar weten ze bij Sire niet wat Bordeline Persoonlijkheidsstoornis precies inhoudt, want mijn advies voor als je iemand met BPD tegenkomt is: ren voor je leven!

De omgang met een persoon die BPD heeft, kan je leven volledig op zijn kop zetten en volledig doen ontsporen. Hoe erg hangt af van de mate van BPD. Omgang met zo’n persoon is alleen mogelijk als je heel goed je eigen grenzen weet te bewaken en je niet laat meeslepen in de valkuilen van de borderliner.

Soms is het zo dat je niet zoveel keuze hebt en wel gewongen bent tot een of andere relatie met een borderliner, bijvoorbeeld omdat het je kind is. Maar ongeacht de relatievorm, als je niet ondergeneeuwd wilt raken door het gedrag van iemand met borderline, dan ben automatisch verantwoordelijk voor het managen van het gedrag van de bordeliner in zijn of haar relatie met jou, want die kan dat niet zelf. Zoiets is alleen mogelijk met een diep inzicht in deze problematiek, een sterke en weerbare persoonlijkheid en heel sterke schouders en een dikke huid. Eerlijk gezegd iets waarvoor je mijns inziens niet vrijwillig moet kiezen als je geen bijzondere relatie tot de bordeliner hebt. Vandaar mijn advies: ren voor je leven! Geldt trouwens niet alleen voor de Borderline Persoonlijkheidsstoornis, maar voor alle persoonlijkheidsstoornissen.

P.S.: voor alle duidelijkheid: verliefd zijn op iemand met borderline, of zelfs ermee getrouwd zijn, is wat mij betreft geen relatie die jouw verplicht iets aan de problematiek van een borderliner te doen!

P.S. 2: Iets dat je ook in je achterhoofd moet houden, is dat sommige therapeuten het label borderline te gemakkelijk op iemand plakken. Alleen is dat niet iets dat je zelf kunt beoordelen. Daarom zeg ik, nogmaals, dat je beter gepaste afstand kunt houden tot iemand die beweert borderline te hebben.

Generatie Ik Revisited

Geheel toevallig ontdekte ik een artikel over Generatie Ik op Internet waarin ik werd geciteerd. Overigens werden mij daarin bepaalde woorden in de mond gelegd, maar dat terzijde, want geciteerd worden is natuurlijk al een hele eer. In het artikel vielen me wel een aantal zaken op, en op twee daarvan wil ik graag nader ingaan.

Ten eerste wil ik kwijt dat het genoemde artikel de titel “Generatie Ik” draagt, maar het over Generation Y heeft, en dat is niet helemaal de generatie waar ik het over had. Ik had het over de Grenzeloze generatie, die in Nederland ook bekend staat als Generatie Ik. De schrijfster van het artikel baseert zich op de populaire Amerikaanse generatie-indeling en gooit Generatie Ik, Generation Y en Generation Me op één hoop, daar waar ik de indeling van Hans Becker hanteer, de indeling die door Spangenberg en Lampert is aangevuld met de Grenzeloze generatie. Dat is de generatie die maar voor een beperkt deel overeenkomt met Generation Y. In Nederland zit namelijk tussen de Verloren Generatie (die een grote ovelap heeft met Generation X) en de Grenzeloze Generatie (Generatie Ik) ook nog de Pragmatische Generatie, die veel overeenkomsten heeft met de vroege representanten van Generation Y. De Amerikaanse indeling is minder fijn en laat een nuance weg die voor Nederland historisch wel degelijk belangrijk is, anders halen we zaken door elkaar en weten we niet waar we het over hebben.

Het tweede punt waar ik op wil ingaan, is het gevolg van opvoeding (en meer in het algemeen socialisatie) voor zowel de Pragmatische als de Grenzeloze generatie. Ik begin met een heel generaliserende stelling: De Pragmatische generatie heeft, veel minder dan de Grenzeloze generatie, een opvoeding en socialisatie ondergaan die, zoals veel mensen dat noemen, de vorming van min of meer narcistische persoonlijkheden tot gevolg heeft gehad. Dat wordt dan weer uitgelegd als één van de de minder gunstige kanten van Generatie Ik. Daartegenover staan, zo beweren sommigen, ook positieve aspecten. Het artikel zegt dat Generatie Y “buitengewoon flexibel, ambitieus, vindingrijk en zelfstandig” is. Komen we weer terug op het eerste punt, namelijk dat we de generaties goed moeten onderscheiden: de genoemde kwaliteiten gelden namelijk voor de Pragmatische generatie, en níet voor de Grenzeloze generatie, althans niet op de hier geïmpliceerde manier.

Waar de Pragmatische generatie op een relatief nuchtere manier omgaat met deze kwaliteiten, zullen deze in de Grenzeloze generatie meer problematische vormen aannemen. De onderzoekers die de kwaliteiten aan Generatie Ik toeschrijven, hebben namelijk alleen onderzocht wat zich aan de buitenkant manifesteert, en dan alleen nog op dit moment. Niet is onderzocht wat daarvan de psychologische drijfveren zijn, en hoe een en ander, op een sociologisch niveau, kan uitpakken in de toekomst.

Voor de Grenzeloze generatie zal, meer dan de generaties voor hen, gelden dat hun gedrag voornamelijk gemotiveerd is door een behoefte aan goedkeuring en erkenning. Meer dan de generaties voor hen zal Generatie Ik heel flexibel zijn in hun werk, op onregelmatige tijden aan het werk zijn, privé en werk met elkaar verweven, en als het economisch tij meezit creatieve beroepen uitoefenen die uitdrukking geven aan hun ‘authenticiteit’ en ‘individualiteit’, maar op voorwaarde dat dat leidt tot goedkeuring en erkenning. Blijven dergelijke gratificaties uit, dan zal er voor hen geen reden zijn om in beweging te komen (dit laatste is een belangrijk aspect, omdat bij ‘gezonde’ individuen dergelijke passiviteit uitblijft). De Amerikaanse psycholoog Jeffrey E. Young heeft de ‘maladaptive’ variant van dit fenomeen geformuleerd als:

“Excessive emphasis on gaining approval, recognition, or attention from other people, or fitting in, at the expense of developing a secure and true sense of self.  One’s sense of esteem is dependent primarily on the reactions of others rather than on one’s own natural inclinations.  Sometimes includes an overemphasis on status, appearance, social acceptance, money, or achievement –  as means of gaining approval, admiration, or attention (not primarily for power or control). Frequently results in major life decisions that are inauthentic or unsatisfying;  or in hypersensitivity to rejection.”

Young heeft hier één van de belangrijkste onderliggende motivaties geformuleerd die verklaren waarom Generatie Ik creatief, ambitieus en vooral -in termen van work/life balance- zeer flexibel zal zijn. Vanuit dit perspectief beschouwd zijn dit geen kwaliteiten, maar existentiële valkuilen: de vermeende positieve eigenschappen zijn ingegeven door de behoefte aan narcistische gratificatie en staan dus niet tegenóver de -al dan niet pathologische- narcistische persoonlijkheidseigenschappen, ze maken juist integraal onderdeel uit van het narcistisch complex!

Generatie Ik is nu in de kracht van haar leven en voor dit moment en de naaste toekomst hoeven we echt niet te vrezen. Maar voor ieder mens komt vroeg of laat de dag dat de Human Condition onder ogen gezien moet worden. De dag dat je beseft dat je er op een fundamenteel niveau alleen voor staat, met hooguit God als enige op wie je echt terug kunt vallen, als je al in zoiets gelooft. Dat je beseft dat jouw ‘authenticiteit’ en ‘individualiteit’ niet uit jezelf komen, maar vooral het resultaat zijn van sociale dynamiek; dat goedkeuring en erkenning gevangenissen zijn, en dat niemand je komt redden, ook je ouders niet, zelfs al zouden ze willen. Je zult het alsnog zelf moeten doen. Veel individuen van Generatie Ik, die nooit echt geïndividueerd zijn maar wel de lat relatief hoog leggen, zullen tijdens hun midlife-crisis een stuk harder onderuit gaan dan mensen uit de generaties voor hen. En dat uitgerekend op een moment dat er nog minder vangnetten zijn om hen op te vangen als het mis gaat.

Mocht u het met mij oneens zijn, dan ben ik over 35 jaar bereid met u daarover in discussie te gaan. We kunnen dan aan de hand van de historische feiten degelijke conclusies trekken. Mijn voorspelling: zonder trendbreuken zal de Grenzeloze generatie met een beetje geluk middels therapie de confrontatie met zichzelf zijn aangegaan, maar meer waarschijnlijk is het chronische gebruik van impulsremmers, stemmingsstabilisatoren en antidepressiva. En voor hen die in totale ontkenning zijn, natuurlijk de welbekende substances die de illusie opwekken dat het leven een feest is.

Update 24 mei 2015: was ik eerder nog in de veronderstelling dat over 35 jaar mijn gelijk wel bewezen zou zijn, blijkt nu dat we niet eens zo lang hoeven te wachten:

Opmerkingen over opvoeding worden te snel als persoonlijke aanval gezien

Conservatief

Jaren terug, ik denk zo’n tien jaar geleden, bladerde ik door een boek van de Engelse arts en schrijver Theodore Dalrymple. Mijn reactie toendertijd op wat hij schreef was dat hij maar een conservatieve man was. Maar dat was toen ik zelf nog woonde op Java-eiland in Amsterdam, een woonwijk met dure woningen vol met hoger opgeleidde mensen.

Inmiddels woon ik een paar jaar in Amsterdamn Oud-West, in een stukje straat dat door sommige welzijnswerkers wel eens is omschreven als het afvalputje van Oud-West. Zo erg is het naar mijn mening niet, dit is niet echt een Tokkie-straat, maar er wonen hier naast een aantal psychiatrische probleemgevallen ook redelijk wat mensen wiens gedrag weinig rekening houdt met andere mensen.

Voor een goed begrip: wij wonen in oude woningen gebouwd aan het eind van de 19e-eeuw. Het grootste probleem van deze woningen is de gehorigheid. Je hoort hier veel van de leefgeluiden van de buren: het lopen door hun eigen huis en door het trappenhuis, het draaien en stuiteren van wasmachines, het slaan van deuren etc. Het grootste gedeelte van deze geluiden zijn storend, maar omdat ze niet veroorzaakt worden door norm-overschrijdend gedrag valt er niets aan te doen; je kunt mensen immers niet verbieden een wasje te draaien of door hun eigen woonkamer te lopen.

Bovenop deze normale woongeluiden komen andere vormen van geluidsbelasting die veroorzaakt worden door wat ik voor dit betoog maar even onnadenkend gedrag of een botsing van normen en waarden noem: van de trap af rennen. door het huis stampen, skypen via de stereo-installatie met de volumeknop ruim open etc.

Een stap hoger komen we op het punt van muziek. Veel van onze buren aan één kant draaien geregeld (d.w.z. dagelijks meerdere keren en ook on tijdstippen die vroeger als onacceptabel werden beschouwd) muziek. Veelal niet hard, maar vanwege de diepe basdreunen wel storend en op de zenuwen werkend. Niets aan te doen, zegt de buurtregisseur van de politie, en omdat de politie niets doet, weigert ook de woningbouw in actie te komen en verandert er dus niets, want de buren weten inmiddels precies hoe ver ze kunnen gaan. Al met al is het geluidsniveau dusdanig dat het stressveroorzakend is, niet alleen voor mij, maar, daar ben ik van overtuigd, voor iedereen, alhoewel niet iedereen zich daarvan bewust zal zijn. Stress hoeft namelijk niet als probleem ervaren te worden als je eraan verslaafd bent en je het -hoe paradoxaal- te lijf gaat met het gedrag dat de stressverslaving veroorzaakt en dus instandhoudt!

Ten slotte nog de overlast die het gevolg is van psychische en sociale problematiek: een benedenbuurvrouw met -naar eigen zeggen- bordeline persoonlijkheidsstoornis, die we qua ernstige geluidsoverlast nu onder controle hebben, maar in veel opzichten voor anderen nog steeds problemen veroorzaakt. Een gestoorde buurvrouw een paar huizen verderop die meerdere malen per dag, maar ook rustig midden in de nacht, luidkeels haar katten roept om binnen te komen en de nachtrust verstoort van andere buren die weer vroeg op moeten. Een buurman schuin onder ons met regelmatig terugkerende drank- en relatieproblemen, een jonge buurman naast ons zonder ruggengraat die naar onze indruk regelmatig parasiterende ‘vrienden’ zijn leven en huis laat overnemen, een buurvrouw op drie hoog die, als ze niet ronduit liegend ontkent muziek te draaien, vindt dat geluidsoverlast een kwestie van geven en nemen is, wat in praktijk erop neerkomt dat zij altijd neemt en anderen geven. Dan heb ik het er nog niet eens over gehad dat ze stevast haar fiets niet in het fietsenrek plaatst, maar voor het raam van de buurman-met-drankprobleem dumpt, vaak ook nog half voor zijn voordeur. We hebben haar wel eens op iets soortgelijks aangesproken, maar volgens haar deden de kaboutertjes dat met haar fiets. Toen ik haar vertelde dat kaboutertjes niet bestaan (oké, ik vertelde haar ronduit dat ze loog), kregen we een schoolvoorbeeld van een narcistische woede-uitbarsting te zien. Ze is overigens wel eens door haar vriend, de rechtmatige huurder, na een ruzie waarvan iedereen heeft kunnen meegenieten uit huis gezet, om zichzelf na enige tijd weer naar binnen te werken door om één uur ‘s nachts keihard op de benedendeur te rammen en te schreeuwen “DOE DE DEUR OPEN!”, wat hij in eerste instantie weigerde, maar daags erna toch deed.

Dan de rest van de straat en het blok: regelmatig ruzies, slaande deuren, luidruchtige tuinfeestjes tot diep in de nacht, luide muziek met deuren of ramen open zodat het hele blok van hun ‘mooie’ muziek kan meegenieten, niet alleen in het weekend, maar ook gewoon doordeweeks. Een Afrikaanse bovenbuurman die bij thuiskomst ‘s avonds laat, waarschijnlijk uit ziekelijke jaloezie en met gevaar voor toevallige passanten, de PC en monitor van zijn vriendin van twee hoog uit het raam gooit, of ruzie komt maken omdat hij, onder invloed van wiet en bier, volstekt paranoide interpretaties van mijn bedoelingen heeft en mij verwijt dat ik mijn vrouw niet goed onder controle heb, alsof ik een voorbeeld moet nemen aan hoe hij omgaat met zijn vriendin, die altijd thuis blijft terwijl hij met vrienden de hort op is (meer in het algemeen is het interessant op te vangen hoe hij werkelijk denkt over de Nederlandse samenleving, op momenten dat hij onder invloed is en zich ongeremd uit). Vorige week zondagochtend om een uur of zeven nog hoorde ik, onderweg naar mijn werk, hoe een vrouw in een woning op drie hoog door haar vent het hele huis doorgetimmerd werd. Gelukkig hadden hun buren de politie al gebeld. Voor alle duidelijkheid, ik heb het hier niet over incidenten, maar over dingen die wekelijks gebeuren!

Om nu terug te komen op Dalrymple: het is me imddels duidelijk dat hij in veel opzichten gelijk had en heeft: veel van deze mensen houden zelf, door hun -zelfdestructieve- gedrag, hun problemen in stand. Dit in weerwil van wat sommige sociale wetenschappers beweren, namelijk dat het aan externe factoren ligt. Verandering van die externe factoren zou dan de oplossing zijn. Daar geloof ik tegenwoordig wening meer van. In heb bijvoorbeeld een tijdje in een spiksplinternieuwe buurt in Amsterdam Osdorp gewoond, waar nota bene de eigenaren van koopwoningen, veelal van allochtone afkomst, hun afval op straat dumpten waar en wanneer het hen maar uitkwam, en de buurt niet bepaald de indruk wekte te bestaan uit koopflats. Veel ‘Vogelaarwijken’ in Amsterdam staan vol met leuke huizen waarin met enige zelfbeheersing prima gewoond en geleefd kan worden, maar de bewoners maken er een puinhoop van, zowel materieel als sociaal. Het is gewoon treurig om te zien hoe woonwijken die destijds door bezielde politici en ambtenaren zijn bedacht, naar de kloten geholpen worden. Zoals ik al eerder betoogde, kun je mensen van buitenaf wel economisch verheffen, maar cultureel, dat is een stuk moelijker. Dat deze twee niet gelijk opgaan, is voor een belangrijk deel de verklaring voor dat deel van de verhuftering dat zich daadwerkelijk voordoet.

Dalrymple klaagt niet alleen, maar meent ook de oplossing in huis te hebben: volgens hem moet iemand aan de normoverschrijdende mensen uitleggen hoe zij moeten leven. Wat hij in feite met zoveel woorden zegt, is dat mensen geleerd moet worden zich rationeler te gedragen, emoties en impulsen te beheersen, dat korte-termijn-gratificatie moet worden opgegeven voor een leven dat op de lange termijn bevredigender en gelukkiger is. Met dat alles ben ik het inmiddels helemaal eens. Sterker nog, ieder mens die zijn levensomstandigheden wil verbeteren of iets wil bereiken in het leven, moet zich eigenlijk constant ten doel stellen zichzelf te rationaliseren, uitzonderingen die de regel bevestigen daargelaten. Wat overigens niet betekent dat je een rationele robot moet worden of jezelf een anale persoonlijkheid moet aanmeten. Ook niet dat je jezelf op z’n Weberiaans moet onttoveren.

Maar is wat idealiter zou moeten zijn, realitisch gezien haalbaar? Veel mensen vinden Dalrymple maar een negatieve, conservatieve man. Ik denk juist dat hij nog veel te optimistisch is en geloof er helemaal niets van dat het gros van de mensen waarover we het nu hebben, het vermogen tot rationalisering van het eigen gedrag latent in zich draagt en met een beetje hulp in staat is zichzelf ook cultureel en sociaal te verheffen. Alleen een sterke institutionele invloed kan het normoverschrijdende gedrag van dergelijke mensen binnen de perken houden, overigens zonder dat dit op individueel niveau daadwerkelijk een cultureel of sociaal verheffende werking heeft. Maar ook over de mogelijkheden van het toepassen van sterke instituties ben ik, gezien de tijdgeest, skeptisch: zulke instituties bestaan niet meer en keren voorlopig ook niet terug. Wat overblijft voor mensen die wel iets van hun leven en hun leefomgeving willen maken, is op hun tanden bijten, zo creatief mogelijk zijn en afstand nemen van asocialen zodra zich de kans voordoet.

Persoonlijkheidskenmerken: waar bemoeit het SCP zich mee?

Een belangrijke sociaal-culturele ontwikkeling van de afgelopen 30 jaar is de opkomst van de succescultuur: het idee dat succes iets is waar je voor kiest en dus voor iedereen bereikbaar is, als je maar wilt. En dat succes dus geheel een eigen verdienste is, totaal niet afhankelijk van externe factoren die buiten je invloed vallen. Een houding die niet alleen volstrekt egoïstisch en narcistisch is, maar ook nog eens psychologisch gevaarlijk, want als succes een persoonlijke verdienste is, dan is falen en mislukken ook helemaal en alleen aan jezelf te wijten. Een persoonlijke of existentiële crisis is dan eigen schuld, dikke bult. Dat je tevens slachtoffer van de tijdgeest kunt zijn, gaat er dan bij niemand meer in.

Psychologen, sociologen en andere maatschappij- en gedragswetenschappers nemen dit cultuurfenomeen de laatste tijd geregeld op de korrel, overigens geheel tegen de trends in. Ik was daarom erg verbaasd toen ik vandaag het persbericht las over de Burgerperspectieven 2013-2 van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Deze publicatie, die elk kwartaal verschijnt, geeft weer welke opvattingen er leven over belangrijke maatschappelijke kwesties en hoe die veranderen. Bijzondere conclusie in het persbericht bij de publicatie is dat bij maatschappelijke opvattingen persoonlijkheidskenmerken een belangrijke rol spelen:

“…Mensen die open staan voor nieuwe ervaringen zijn positiever over immigranten en de EU en hebben meer vertrouwen in de politiek. Mensen die angstig en emotioneel zijn, maken zich vaker zorgen over de persoonlijke gevolgen van bezuinigingen; integriteit en verdraagzaamheid dempen die zorgen weer. … De komende tijd zullen we nader onderzoek doen naar de vraag hoe persoonlijkheid opvattingen beïnvloedt.”

Zelfs voor een eerstejaars student in de psychologie wordt hier een open deur ingetrapt. Het is gesneden koek dat persoonlijkheidskenmerken sterk van invloed zijn op hoe men het leven en de werkelijkheid, en dus ook de toestand van de samenleving, ervaart. Ook ik verwijs daar in mijn eigen blogs impliciet en expliciet naar. De hamvraag is hier: waarom wil het SCP zonodig onderzoek doen naar de invloed van persoonlijkheidskenmerken op maatschappelijke opvattingen?

Het SCP is een organisatie waar, voor zover ik begrepen heb, met name maatschappijwetenschappers zoals sociologen werkzaam zijn. Zij proberen de samenleving voornamelijk te analyseren en te verklaren op het niveau van groepen en culturen. Dat je de samenleving ook kan analyseren op het niveau van individuen zal geen enkele socioloog ontkennen, maar dat is eigenlijk meer het terrein van psychologen en sociaal-psychologen, en in mindere mate antropologen. Het welbekende verschil tussen de bomen en het bos. Dus mijn eerste reactie is: waar bemoeit het SCP zich mee?

Mijn tweede reactie is: het is voor een organisatie als het Sociaal en Cultureel Planbureau totaal niet relevant om te onderzoeken hoe persoonlijkheidskenmerken van invloed zijn op maatschappelijke opvattingen. Kennis daarover verandert namelijk niets aan de feiten, namelijk dat er mensen zijn die optimistisch, en misschien wel té optimistisch tegen maatschappelijke kwesties aankijken, en dat er mensen zijn die ze pessimistisch, misschien wel té pessimistisch zien. Voor beleidsmakers zoals politici maakt het ook niets uit, want persoonlijkheidskenmerken zijn, grosso modo, factoren die zich lastig laten veranderen, alhoewel veel tsjakka-goeroes dat pertinent zullen ontkennen.

Hoe zit het trouwens met de groep die ertussenin zit? Deze groep, die conform de principes van de normaalverdeling in omvang veruit de grootste is, bestaat uit mensen die opvattingen ergens tussen optimistisch en pessimistisch in hebben. Wat we gewoonlijk een ‘realistisch’ perspectief noemen. Worden die straks ook meegenomen in de analyses van het SCP, of gaat ze een bimodaal model hanteren waarin alleen plaats is voor optimistisch en pessimistisch gestemde mensen? Waarin de samenleving gepolariseerd wordt geïnterpreteerd? Een model dat de polarisatie op termijn versterkt?

Ik doe bij dezen een voorspelling: als het SCP inslaat op de aangegeven weg, dan zal de uitkomst zijn dat maatschappelijke opvattingen in de Burgerperspectieven steeds meer geframed gaan worden als iets dat herleid kan worden tot het individu. Is voor jou vandaag het glas half leeg, dan zal je -als individu of groepsgewijs- weggezet worden als looser. Zelfs als dat niet de intentie van het SCP is, dan nog zal het zo uitlegd worden in de media en de politiek, die immers een broertje dood hebben aan wetenschappelijke nuance en alles interpreteren binnen algemeen geaccepteerde frames. Iedereen die kritisch is wordt dan met ad hominem argumenten kaltgetsellt. Zoals de afgelopen 30 jaar al steeds vaker gebeurt. Voor kritiek is steeds minder plaats, voor ‘positief denken’ des te meer. Succes is immers een keuze.

Niets verbiedt het SCP om algemeen onderzoek te doen naar de invloed van persoonlijkheidskenmerken op maatschappelijke opvattingen om daaruit adviezen te ontwikkelen voor beleidsmakers. Maar het is niet gepast persoonlijkheidskenmerken te analyseren in specifiek onderzoek zoals de Burgerperspectieven en die daarmee te psychologiseren. Des te meer omdat het voor het soort onderzoeken dat het SCP doet irrelevante informatie is, en omdat andere (lees: sociale) factoren een veel groter gewicht in de schaal leggen, zoals het SCP zelf ook stelt. Als het SCP bij haar eigen leest blijft, is het gevolg dat er dan alleen onderzoek over blijft dat al door (sociaal-)psychologen gedaan is.

Het Narcisme van Generatie IK 
Deel I: Wat is narcisme?

Generatie IK krijgt vaak het verwijt narcistisch te zijn. Hieronder verstaat men over het algemeen dat jongeren uit deze generatie zichzelf geweldig vinden en aan zelfoverschatting lijden, misschien wel in een ongezonde mate. Toch, als we kijken naar waar deze jongeren allemaal mee worstelen, zien we verschillende dingen: jongeren die de indruk maken verwend te zijn of verantwoordelijkheden afschuiven, maar ook jongeren die voor zichzelf de lat heel hoog leggen en zich naar een burn-out toewerken. Hoe kunnen die allemaal narcistisch zijn?

Met dit artikel wil ik laten zien hoe we een en ander kunnen duiden met behulp van andere begrippen, om zo de vele gezichten van narcisme en andere vormen van inflexibel denken en doen naar voren te brengen. Dat moet ons dan in staat stellen de diversiteit binnen Generatie IK te begrijpen, maar ook de trendmatigheid van ontwikkelingen in relatie tot voorgaande generaties. Ik zal me daarbij beperken tot een voornamelijk psychologisch perspectief, en sociologische en cultuurhistorische perspectieven voor later bewaren. (more…)

, , , ,

Generatie X moet hand in eigen boezem steken

Generatie Ik heeft het de laatste tijd zwaar te verduren. De jongeren van deze Grenzeloze Generatie, die nu tussen 15 en 24 jaar oud zijn, worden verweten op zichzelf gericht of zelfs ronduit narcistisch te zijn en niet echt te weten waar zij voor staan of waar zij heen willen. Recent nog riep Linda Duits, zelfbenoemd vertegenwoordigster van Generatie X, op Volkskrant.nl de nieuwste generatie op te stoppen met spiegelstaren en in beweging te komen. Maar Generatie X zou er beter aan doen hand in eigen boezem te steken, want zij zijn tenslotte de ouders die Generatie Ik zover hebben laten komen. (more…)

, , , , ,